HUGENOTEN

De Hugenoten door Ingrid Brandenburg en Klaus Brandenburg 187 blz., geïll., De Bataafsche Leeuw 1992, f 69,90 ISBN 90 6707 2753

De schattingen lopen nogal uiteen. Maar zelfs wanneer men de laagste daarvan aanhoudt dan leven er in Nederland anno 1992 nog altijd ruim 250.000 rechtstreekse afstammelingen van de Franse vluchtelingen die, wegens geloofsvervolging in eigen land, in de 16de en 17de eeuw in de Noordelijke Nederlanden een veilig heenkomen zochten.

Deze vluchtelingen kwamen in een aantal golven naar onze streken. De eersten van hen bereikten de Nederlanden al direct na de bloedige Bartolomeüsnacht van 24 augustus 1572. In die nacht deed de Franse katholieke partij, op instigatie van koningin-moeder Catharina de Médicis, een poging om de steeds machtiger wordende partij van de protestanten, die onder aanvoering stond van de graaf De Colligny, voorgoed te elimineren. Hoewel de protestanten inderdaad zwaar werden getroffen (er vielen ongeveer 20.000 doden), betekende deze slachting nog niet dat hun macht definitief was gebroken. De resterende Hugenoten (zoals de Franse protestanten meestal worden genoemd) verzetten zich gewapenderhand en Frankrijk werd bijna dertig jaar lang in een religieuze burgeroorlog gedompeld. In 1598 werd die officieel beëindigd met de ondertekening van het Edict van Nantes. Dit Edict kende aan de Franse protestanten voor het eerst in de geschiedenis officieel het recht op godsdienstvrijheid toe. Er ontstond daardoor een voor die tijd in Europa unieke situatie: een vreedzame coëxistentie van twee verschillende godsdiensten in één koninkrijk.

Hoewel de godsdienstvrijheid formeel bleef bestaan tot 1685, het jaar waarin het Edict van Nantes werd herroepen, was het met de vreedzaamheid al snel gedaan. Bloedige incidenten volgden elkaar in snel tempo op en voor veel Hugenoten was de verovering van de protestantse stad La Rochelle door katholieke troepen in 1628 het sein geweest Frankrijk alsnog te verlaten. De Hugenoten die toen waren achterbleven, verlieten ten slotte allemaal na 1685 het land. Veel van deze religieuze vluchtelingen trokken naar de Noordelijke Nederlanden. Gezien het feit dat daar al vanaf het begin van de 17de eeuw de protestanten aan de macht waren, was dat een logische plaats om hun heil te zoeken. Maar ook trokken grote groepen Hugenoten naar Engeland, Zwitserland, Duitsland en de Nieuwe Wereld op zoek naar religieuze vrijheid.

Onlangs verscheen het instructieve en rijk geïllustreerde boek De Hugenoten van de hand van de Duitse historici Ingrid en Klaus Brandenburg in Nederlandse vertaling. Het boek behandelt de geschiedenis van de Franse protestanten, en het eerste deel, waarin de situatie tot aan 1685 wordt geschetst, gebeurt dat op een nogal saaie, droge en opsommerige manier. Maar het tweede en grootste deel, gewijd aan de Hugenoten in ballingschap, is een stuk leesbaarder en ook interessanter. Dit deel van hun geschiedenis blijft in andere studies meestal onderbelicht. En dat is, zo maakt dit boek duidelijk, gezien de belangrijke bijdrage die de Hugenootse vluchtelingen hebben geleverd aan de economische, literaire en wetenschappelijke ontwikkelingen in de landen waar zij hun toevlucht vonden, beslist ten onrechte. Zo leverden door Hugenoten geëxploiteerde papiermolens tot in de 19de eeuw al het papier voor de bankbiljetten van de Bank of England, en ook speelden Fransen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Engelse glasblazerij. In de Nederlanden droegen de Franse juristen François Hotman en Jean de Barbeyrac in belangrijke mate bij aan de herziening van het justitiële apparaat, en de beroemde geleerde Pierre Bayle publiceerde hier zijn Dictionnaire historique et biblique. Ook in Duitsland introduceerden de Hugenootse handwerklieden allerlei innovaties, waarvan vooral de leerlooierijen en de stukgoed industrie profiteerden. En ook het ontstaan van glastuinbouw in Nederland en Duitsland is in zijn geheel toe te schrijven aan de inbreng van Franse vluchtelingen.