Historicus Michael Stürmer; "Duitsland mag nooit alleen staan tegenover het Oosten'

Die Grenzen der Macht. Begegnung der Deutschen mit der Geschichte door Michael Sturmer 255 blz, Stadler Verlag 1992, f 55,70 ISBN 3 88680 134 9

Sinds twee jaar staat vast dat Duitsland in een plotseling veranderde wereld een historische herkansing heeft gekregen. De een is daar blij over, de ander bezorgd, maar het vraagstuk houdt iedereen bezig. De slotzin van Michael Stürmers jongste boek, Die Grenzen der Macht, geldt sinds de Duitse eenwording nog meer dan voor 1990: ""Het draagvlak van de Duitse politiek naar binnen en naar buiten strekt niet verder dan het vertrouwen van de Europese en Atlantische buren. De grenzen van de macht en de lessen van de geschiedenis komen in één punt samen. Dat punt bepaalt de staatsraison: Deutschland wird so weit handlungsfähig sein wie es bündnisfähig bleibt.''

In het voorwoord van zijn in februari afgesloten boek zegt Stürmer het zo: ""Trekt men Pruisen af van Duitsland, heette het sinds de vorige eeuw bij de bewonderaars van Pruisen, dan blijft de Rijnbond over. Trekt men vandaag Duitsland af van Europa, dan is Europa een lek schip met Duitsland als the loose cannon on deck. Er is werkelijk geen Europees model denkbaar zonder een dragende rol voor Duitsland, maar er is voor Duitsland evenmin interne rust of buitenlandse veiligheid zonder Europa.

""De buren hebben er daarom recht op te weten waarop ze moeten rekenen. [...] De Duitsers moeten zichzelf definiëren naar verleden, heden en toekomst, zodat ze in nuchtere zelfwaardering een evenwicht vinden tussen nationale preoccupaties en Europees denken en leren deelnemen in verantwoordelijk machtsmanagement. Zonder zo'n Duitse zelfdefinitie kan Europa niet worden gedefinieerd. Want, zoals Willy Brandt schreef boven zijn terugblik op de Duitse revolutie van 1989: "Nichts mehr wird sein, wie es vordem gewesen ist'.''

Mooi thema. We zitten 's morgens in alle vroegte, één ober voor twee personen dus, in de Presseclub te Bonn om over Stürmers boek te praten. De interviewer had autopech, de geïnterviewde zit tussen de koffers en heeft haast. Hij moet naar Buitenlandse Zaken, daarna naar de kanselarij van Helmut Kohl, zij het slechts voor contact met diens staf. Want Kohls persoonlijk adviseur is de historicus Stürmer niet meer sinds hij - in 1988 - directeur werd van het Institut für Internationale Politik und Sicherheit in Ebenhausen (bij München), zoiets als het Duitse Clingendael. We spreken een telefonisch vervolggesprek af.

Actieve man, deze Stürmer. Schrijft ook nog gastcommentaren in Le Monde en de Frankfurter Allgemeine Zeitung, geeft colleges in Erlangen, zit in talrijke commissies, bezoekt seminars, onderhoudt internationale contacten, en - een verschil met die Amsterdamse historicus aan wie ik even moet denken - ziet ook nog kans met regelmaat boeken te publiceren.

Wat zijn laatste boek mede interessant maakt, is dat hij ter verklaring van de historisch-psychologische problemen van het rusteloze Duitsland als Land der Mitte - een veelgebruikt sleutelbegrip met eeuwenlange geldigheid - zeer ver teruggaat; verder nog dan tot het "Duits-nationale' parlement in de Paulskirche te Frankfurt (1848) en de Bismarckse eenwordingsgeschiedenis (1864/'66/'71) of het Weens Congres dat een vergroot Pruisen als anti-Franse bufferstaat creëerde (1815).

Voor de verklaring van het Duitse dilemma tussen Verdammnis und Versuchung, tussen ""te groot voor het Europese evenwicht en te klein voor hegemonie'', gaat Stürmer terug tot 1648, het einde van de apocalyptische Dertigjarige Oorlog. Naar de Vrede van Münster dus, die het leeggebloede, maar polycentrisch en daardoor evenwichtige Duitsland - tot dan ""het minst staat of natie van alle Europese landen'' - een Europese rol gaf. En daarmee onderhuids ook een zekere hernieuwde hang naar eenheid, naar het ""oude rijk'', naar teutsche Freyheit tegen katholische Tyrannei. Lang zouden de (nog steeds bestaande) federale rivaliteit tussen de Länder, de economische competitie tussen de grootste steden en het agrarische karakter van het platteland veel versluieren en vertragen, terwijl de nationale eenheidsstaten Frankrijk en Engeland allang hun duurzame vorm hadden gekregen. Het hoofdstuk daarover, Die Mitte des Alten Europas, waarin lijnen naar veel later worden getrokken, is op een imponerende intellectuele hoogte geschreven.

De weg die ruim 200 jaar later zou leiden naar de Verspätete Nation, naar Bismarcks Duitse eenheid als ""staatskunstwerk'' onder Pruisische leiding, ziet Stürmer al in 1648 ontstaan. Dat alleen ""het genie Bismarck'' het gecentraliseerde, ondemocratische en ""onvervulde'' Duitsland na 1871 nog even op koers kon houden, maar dat de gebeurtenissen daarna, van de Eerste Wereldoorlog tot het Duizendjarige Rijk van de ""helse messias'' Adolf Hitler, volgens hem een zekere onvermijdelijkheid hadden, is Stürmer trouwens intussen al op kritiek komen te staan.

Waar staat Duitsland nu tussen servet en tafellaken?

""We zijn op weg zijn naar de status van een normale Europese natie, die we na 1945 natuurlijk niet hadden. Na 1945 was het relatief onschuldig om Beier of Rijnlander te zijn. Het was al iets moeilijker om Pruis te zijn. Onaangenaam was het om Duitser te zijn, moreel en geistesgeschichtlich was dat moeilijk. In die situatie betekende een Europese identificatie voor ons natuurlijk veel meer dan voor welke andere natie ook.

""Dat was de grote prestatie van Adenauer en zijn Europese tijdgenoten, dat zij begrepen dat de Duitsers iets moest worden geboden. Dat hebben zij niet alleen om economische en militaire redenen maar ook om psychologische redenen gedaan. Die psychologische factor, dat gevoel van Europese geborgenheid inderdaad, is sinds 1989 nogal verdrongen, verdwenen bijna. Juist daarom heeft Helmut Kohl sindsdien dat fantastische integratietempo aangehouden.

""Kohl wil de dynamiek die in het Europese proces zit, of tot gisteren zat, nog zoveel mogelijk gebruiken om de eenwording irreversibel te maken. Zijn gevoel, en dat deel ik, is dat als het nú niet lukt Europa te maken, het momentum van de integratie te bewaren, de EG te verdiepen voor we uitbreiden met nieuwe leden, Europa handelingsonbekwaam raakt.''

U bedoelt niet alleen de dynamiek die er nog in Europa is maar ook de dynamiek die er daarvoor nog in Duitsland zelf is?

""Zeker. En daarbij komen natuurlijk nog de economische dingen. U zult in het Duitse bedrijfsleven wel kritiek op de D-markbesluiten van Maastricht horen, maar niet zo hard. De industrie en de exporteurs zijn wezenlijk pro-Europees, dat is de ruimte waarin zij werken. Ik geloof echter dat de regering iets te ver is gegaan met het idee Europa te binden aan één munt. Ten eerste biedt ook zoiets, één munt, geen garanties en ten tweede kan ik me niet voorstellen dat we in de komende turbulente jaren de convergentie-eisen kunnen vervullen. En die laat men straks misschien dus maar lopen. Voor de Duitsers is een nauwe band tussen de Europese valuta's, zoals nu in het EMS, echt genoeg. Dan zijn alle landen die zich, zoals Nederland of Oostenrijk, aan de D-mark hebben gebonden vrij van valuta-risico's. Zulke twijfels over de akkoorden van Maastricht leven in Duitsland, zeker in kringen waar men praktisch of theoretisch inzicht heeft.''

Maar is de ene munt, en het verdwijnen van de D-mark, niet vooral een prijs die sommige buren willen, vooral de buurman in Parijs?

""De buurman in Parijs voert tegenwoordig geen overtuigende politiek, de buurman in Parijs zou moeten weten dat de reële kracht van de ene munt, als ze komt, wat ik betwijfel, de Fransen nog meer binnen de Duitse monetaire discipline zal brengen. Zij zullen er zo gezien eerder bij verliezen dan winnen.''

Een rode draad in Stürmers boek is dat Duitsland er altijd voor moet waken een brug tussen Oost- en West-Europa te worden, altijd moet waken voor een ""German overstretch''. Op 20 september wacht een Frans referendum over de akkoorden van Maastricht. Als dat negatief eindigt, zou dat een enorme terugslag voor de Europese integratie en daarmee voor de Duitse verankering in de EG zijn. Tegelijkertijd is het Atlantische anker, dat de Bondsrepubliek 45 jaar in het lood hield, niet meer wat het was. De Verenigde Staten kunnen minder, willen minder en zijn bij veel Duitsers ook minder gewenst.

Stürmer: ""De houding van Kohl in Maastricht vloeide voort uit de overweging dat de echt grote gevaren en uitdagingen uit het Oosten komen. En dat Duitsland die gevaren niet alleen en zeker niet geïsoleerd het hoofd kan bieden. Wij moeten niet alleen de financiële last van de Sovjet-erfenis dragen, maar óók de Oosteuropese landen aan boord nemen in de EG, dat is een Duits belang en natuurlijk ook een Europees belang, maar de Duitsers voelen dat het sterkst. Dat betekent dat we vooraf precies moeten definiëren, niet alleen wat de EG is maar ook wat hij moet en wil zijn. Dàt is de inhoud van Maastricht, met alle bedenkingen, tegenstrijdigheden en onvolkomenheden die er mogen zijn. Dat wil zeggen: nooit alleen staan tegenover het Oosten, maar altijd opgenomen zijn in het Westeuropese verband. Dat heeft Kohl herhaaldelijk gezegd, dat is zijn idee van de irreversibiliteit. Tegelijkertijd vindt u bij Helmut Kohl, en tot op zekere hoogte ook in mijn overwegingen, het oude idee van Adenauer dat men de Duitsers voor hun eigen verleidingen moet behoeden. Zoals men elk ander volk voor zijn verleidingen moet behoeden.

""Nog een argument is dat niemand weet hoe Amerika zich ontwikkelt en waarheen het gaat. Wat we allemaal merken is dat de Atlantische Oceaan steeds breder wordt. Wat we via Ross Perot hebben gemerkt, is dat de Amerikanen zelf niet weten wat ze willen. Dat ze niet meer met zichzelf in het reine zijn en in een diepe, smartelijke ontevredenheid leven. Het huidige strategische debat in de VS is in de kern bijna alleen financieel, niet meer politiek-strategisch, het gaat niet meer over een grand-strategy. Dat maakt ons natuurlijk bezorgd. Vandaar ook dat Europese herverzekeringsidee. Dus niet meer de herverzekering bij Amerika, de hoofdverzekeraar, maar nu, na de Koude Oorlog, in Europa.''

Maastricht was voor Kohl dus ook quitte of dubbel?

""Mitterrand en Kohl waren het vermoedelijk over één ding eens, namelijk dat het grotere gewicht van Duitsland in een nieuw soort balans, namelijk door integratie moest worden geneutraliseerd. Men mag de Europese eenwording er niet openlijk op baseren dat Duitsland in de EG gebonden moet zijn. Want men zou de "Duitsnationalen' voedsel geven als men zou zeggen: Europa is slechts een middel (Veranstaltung) om de Duitsers voor hun onzekerheden en gevaren te behoeden.''

Europa als middel om de Duitsers te temmen?

""Precies, een Eindämmungskonzept. Dat kan men als wetenschapper wel zeggen, er zit ook wel wat in, het huwelijk is ook een tem-instrument. Maar dat argument kan Kohl in het openbaar nauwelijks gebruiken. Adenauer zag het precies zo, maar heeft het ook nooit in het openbaar gezegd. Hij gebruikte dat prachtige woord: "Ik zou de Duitsers ook niet graag als buren willen hebben'.''

Dat was een andere tijd, korter na de oorlog, het was toen makkelijker om zoiets te zeggen.

""Tegenwoordig willen velen, vooral in het Oosten, ons als buurman hebben, zo populair als vandaag zijn we nog nooit geweest.''

Leve de D-mark?

""Natuurlijk, rijke meisjes hebben op de huwelijksmarkt meer kansen dan arme.''

Het verenigde Duitsland moet meer verantwoordelijkheden nemen, het prettige bestaan van de Bondsrepubliek als "Riesenzwerg' is voorbij. Wat vindt u van het debat over grondwetswijziging, de rol van Duitsland in internationaal verband, de inzet van Duitse soldaten bij VN-acties, ook buiten Navo-gebied?

""Dat debat vind ik kunstmatig. Wij hebben bijvoorbeeld in de jaren zestig militaire deelneming aan het Vietnam-conflict afgewezen omdat zoiets onverenigbaar was met Duitse belangen. In de briefwisseling tussen de ministeries van buitenlandse zaken en van defensie was destijds geen sprake van grondwettelijke bezwaren. Die zijn pas de laatste twintig jaar ontwikkeld, dat geldt ook voor het out-of-area-bezwaar. Tot nu toe waren zulke vragen niet acuut, de Israëlische conflicten en de Jom-Kippoeroorlog (1973) met zijn Duitse leveranties waren uitzonderingen. Nu, na de Koude Oorlog en de Duitse eenwording, worden we natuurlijk vaak met zulke vragen geconfronteerd. Vroeger konden we zeggen: we staan aan het centrale Europese front, onze soldaten zijn alleen dáárvoor opgeleid en bewapend.

""Nu gaat dat niet meer, het grondwettelijk argument is nooit echt dwingend geweest en er is geen staatsrechtgeleerde van naam die het deelt. Het Navo-verdrag levert in feite geen materiaal voor dat out-of-area-argument. Wat weinig mensen weten, is dat dat verdrag alleen de territoriale casus belli definieert. Dat wil zeggen: de aanval op een of meer landen binnen het Navo-gebied. Dat is nu vandaag juist de grote vraag: wat is een gevaar voor de integriteit van onze samenleving? Zijn het vijf miljoen vluchtelingen, een atomaire wolk - het zijn allemaal moderne gevaren die niet in de 19de eeuw passen.

""Andere naties gaan daarmee minder moeizaam om dan wij. In de SPD is een principieel diep pacifisme nu verbonden met het grondwettelijke argument, dat als wapen wordt gebruikt. Zoals de Duitse regering tot nu toe dat argument als wapen gebruikte om zich onaangename wensen van onze geallieerden van het lijf te houden.''

Heeft dat niet ook wat te maken met emoties van jongere generaties, verwend door de economische welstand van de Westduitse rompstaat en zijn politieke afzijdigheid?

""Als u de generatie-1968 bedoelt, die is hopeloos. Die heeft zichzelf werkelijk een schijngestalte gegeven op haar weg naar de moderniteit. Zij heeft zichzelf een goed geweten verschaft door antifascistisch te poseren, wat makkelijk is. Met de tragische Widersprüche van de moderniteit heeft zij het veel moeilijker, die heeft zij niet aanvaard. Als u met mensen uit de industrie spreekt dan zeggen zij u heel snel dat juist die generatie voor hen een personeel gat is. Daar komt dan nog bij dat in die tijd de begaafdste mensen andere vakken dan sociologie, pedagogiek of politicologie studeerden. Wat tot ressimenten in die "zachte vakken' heeft geleid. Dat zorgt er vandaag ook voor dat we op het terrein van de media en in de politiek een veel linkser spectrum hebben dan in de rest van de natie.''

Dat klinkt niet zó exclusief Duits.

""Ik spreek misschien ook wel over een Duitse variant op een algemeen Europees verschijnsel, maar die is dan toch in Duitsland van bijzondere betekenis. Ten eerste doordat de aanval hier gericht was op oudere generaties die nazi-hörig waren, min of meer. Ten tweede: doordat van Marcuse tot Adorno en Habermas de spraakmakende mensen in dit debat allemaal uit de Duitse geesteswetenschappen afkomstig zijn. Plus het feit dat de grote filosofische bewegingen in Europa bijna allemaal uit Duitsland afkomstig waren, of het nu ging om Luther, Marx, Hegel of het fascisme. Het is een algemeen Europees probleem, dat echter in Duitsland veel radicaler dan elders gearticuleerd wordt. Dat lijkt me van belang.''

""Daarbij speelt ook die specifiek idealistisch Duitse voorstelling mee dat de mens begint bij de geesteswetenschapper, ieder die daaronder blijft is een nederige dienaar. Dat is zo'n typisch Duitse mandarijnencultuur, die voor een belangrijk deel voortkomt uit het evangelisch-lutherse domineeshuis.''

Nederland heeft het calvinisme, dat is ook niet mis, al zijn God en Mammon daar alletwee belangrijk.

De calvinist staat praktischer in het leven. In het Duitse protestantisme bestaat er tussen die twee eerder een diep wantrouwen. En wel tussen Innerlichkeit en Äusserlichkeit. Het woord Äusserlichkeit heeft in het Duits een negatieve lading. Innerlichkeit is een wonderschoon woord.

In de sfeer van de Innerlichkeit ligt het woord Betroffenheit, ""emotioneel geraakt'', nietwaar, dat president Weizsäcker zo vaak gebruikt? En het woord Angst?

""Absoluut ja, zulke woorden behoeven ook geen bewijzen, geen rationaliteit. Dat heeft te maken met de zo specifieke radicaliteit van de Duitse denktraditie.''

Wat vindt U van de recente kritiek van Weizsäcker op de polititieke partijen en - indirect - op Kohl?

""Er is een breed onbehagen onder het publiek over de politieke partijen, dat zie je bijvoorbeeld ook in de VS en Italië. Onze politici zijn niet meer de heldenfiguren uit de ontstaanstijd van de Bondsrepubliek, die uit de gevangenissen kwamen, maar professionals. Zij zijn uitvoerders van een politiek die weinig risico's kende en in de grond van de zaak zelden een tragisch of dramatisch karakter had. Zij zijn als het ware opgeleid voor een unpolitische Politik, die hebben ze geleerd. Nu staan ze plotseling voor beslissingen of de Duitsers moeten deelnemen aan zo'n vredesactie in de Adriatische Zee, waar ik absoluut voor ben. De SPD valt nu liefst op haar pacifistische grondhouding terug. Ze is voor de vrede, maar hoe men de vrede bewaart en internationale belangen moet behartigen, daarvoor ontbreken haar eenvoudig de categorieën. De nieuwe toestand vraagt als het ware te veel van haar.

""Of neemt u het asieldebat. Onze politieke partijen moeten bij deze massale vluchtbewegingen boven hun psychische macht grijpen. Dat wil zeggen dat de politieke partijen en de parlementariërs, en de bevolking als geheel, en dat had de president moeten zeggen, in een situatie zijn geworpen die ze niet kennen. Een situatie die hun ervaringen te boven gaat en de mensen, de massa van de bevolking, net zo te boven gaat. De bevolking onderneemt immers net zo'n vlucht uit de verantwoordelijkheid. Bij haar gaat nu bijvoorbeeld de afwijzing van grote inspanningen voor het Oosten hand in hand met grote bezorgdheid dat ons uit Oost-Europa een angstaanjagende chaos naar de keel grijpt.

""De mensen zijn overbelast door deze problemen. Zij hebben een begrijpelijke voorkeur ontwikkeld voor de "soft options'. Bij al zijn gerechtvaardigde kritiek had de president, hij is immers een man van enerzijds en anderzijds, ook kunnen zeggen: we moeten weten dat we ons bevinden in een unieke situatie, het is steeds goed gegaan, maar nu moeten we leren groter te denken, ook in pijnlijke categorieën. Maar hij heeft die dimensie niet aangegeven, niet gezegd dat alleen al dat Maastricht-probleem de politici, de partijen èn de bevolking zo zwaar belast. De volksmening daarover is geen objectieve graadmeter, zij heeft iets relatiefs en is ten dele zelfs verdacht. Over "Maastricht' een volksstemming houden, zoals hij min of meer bepleitte, is absurd. Hij had duidelijker kunnen zeggen: de complexiteit van de problemen waar we nu voor staan, de herverdelingsproblemen ook, zijn voor ons allen zonder weerga.''

Heeft de diepe val in de opiniepeilingen van Kohl, zijn coalitie en de politiek in het algemeen ook te maken met de risico's van "Maastricht'? Met de risico's dus die Kohl in Maastricht welbewust heeft genomen, namelijk in het belang van het grotere doel, de Europese integratie en dus ook de integratie van de Duitsers? Ziet hij hier de grens van zijn Duitse macht?

""Ja, Kohl betaalt met zijn neergang in populariteit een prijs voor zijn politieke plan met Duitsland en Europa. Maar daaraan is hij zelf ook schuldig. Hij heeft de media niet werkelijk geïnformeerd, hij heeft de bevolking niet goed geïnformeerd. Dat is echt een groot gebrek van Helmut Kohl, een chronische fout van deze kanselier: de manier waarop hij met de media omgaat.''

Michael Stürmer is een van de bekendste Duitse historici van deze tijd. Hij werd in 1938 in Kassel geboren en studeerde geschiedenis en sociologie in Berlijn, Londen en Marburg. Na een lectoraat Europese Geschiedenis aan de universiteit van Sussex werd hij in 1973 hoogleraar Middeleeuwse en Nieuwe Geschiedenis in Erlangen. Voorts genoot hij fellowships in Harvard (1976 / 1977) en Princeton (1977 / 1978), en gasthoogleraarschappen in Toronto (1983 / 1984) en aan de Sorbonne (1984 / 1985).

Tot zijn benoeming tot directeur van het Instituut voor internationale politiek en veiligheid in Ebenhausen / Isartal, dat wordt gefinancierd door onder meer de Duitse ministeries van buitenlandse zaken en van defensie, was Stürmer ook persoonlijk adviseur van kanselier Helmut Kohl.

Tot zijn recente publikaties behoren Das Ruhelose Reich. Deutschland 1866-1918 (1983), Dissonanzen des Fortschritts (1986), Scherben des Glücks. Klassizismus und Revolution (1987), Wägen und Wagen. Sal. Oppenheim jr. & Cie. Geschichte einer Bank und einer Familie (1989) en Die Grenzen der Macht. Begegnung der Deutschen mit der Geschichte (1992).