Groot-Brittannië wijst diplomaten Iran uit

LONDEN, 25 JULI. Groot-Brittannië heeft gisteren drie Iraniërs, onder wie twee diplomaten, opdracht gegeven binnen zeven dagen het land te verlaten. Hun uitwijzing wordt in verband gebracht met een mogelijke aanslag op de schrijver Salman Rushdie.

Het Britse ministerie van buitenlandse zaken heeft de Iraanse zaakgelastigde laten weten dat de aanwezigheid van Mehdi Sayed Sadeghi en Mahmoed Mehdi Soltani, beide werkzaam op de Iraanse ambassade in Londen, en van de student Gassem Vakhsiteh niet langer gewenst is “met het oog op de nationale veiligheid”. Sadeghi is volgens het ministerie betrokken bij “onaanvaardbare spionage activiteiten”, terwijl de andere twee in verband worden gebracht met een niet nader genoemde “buitenlandse inlichtingendienst”.

Een woordvoerster van het ministerie zei dat de uitwijzingen geen vergeldingsmaatregel zijn voor de uitwijzing, deze week, door Iran van een Britse diplomaat. Maar ze wilde niet zeggen of de actie verband houdt met het Iraanse doodvonnis tegen Salman Rushdie, de schrijver van het omstreden boek De Duivelsverzen.

Het comité dat ter verdediging van Rushdie is opgericht, liet gisteren weten dat de uitwijzing te maken had met “weer een plan” om de schrijver te vermoorden. Politieke bronnen bevestigden dat de handelswijze van het ministerie van buitenlandse zaken ten minste deels te maken heeft met Rushdie, maar wilden daar verder niet over uitwijden.

Rushdie houdt zich verborgen sinds de inmiddels overleden geestelijk leider Ayatollah Khomeini in februari 1989 een fatwa, doodvonnis, tegen hem uitsprak. Khomeini beschuldigde de schrijver van blasfemie tegen de Islam. Het vonnis werd deze maand nog bevestigd door het Iraanse parlement.

De Iraanse ambassade in Londen ontkende gisteren dat de drie uitgewezen mannen in Groot-Brittannië waren om het doodvonnis uit te voeren. Volgens de ambassade gaat het om een vergelding voor de uitwijzing van de Britse diplomaat Geoffrey Brammer, die eind deze maand terug in Londen wordt verwacht. Een woordvoerder van de ambassade zei dat de drie het bevel binnen zeven dagen het land te verlaten, wel zouden opvolgen. (Reuter, AP)