Gek op alle mannen; Na het nachtleven van Sjanghai kwam de nachtmerrie van Harbin

Marjorie Fuller, een in China geboren Amerikaanse, was het middelpunt van het mondaine leven in Sjanghai totdat, dertig jaar geleden, bij haar op de deur werd gebonkt. Marjorie en haar moeder werden veroordeeld wegens illegale intellectuele activiteiten: twintig jaar gevangenisstraf. Daarna namen zij noodgedwongen hun intrek in een internationaal rusthuis in Harbin (Noordoost-China). Dat onderscheidt zich nauwelijks van een gevangenis.

De directeur van het bejaardentehuis verontschuldigt zich. Hij heeft vandaag weinig tijd voor bezoek. Vanmorgen is een van de bewoners niet wakker geworden, een Koreaanse, en bij de dood van een buitenlander gaat men in China niet over één nacht ijs. Zeker niet nu het een van de laatsten betreft.

Meer dan duizend mannen en vrouwen afkomstig uit twintig verschillende landen hebben onder dit dak hun laatste adem uitgeblazen. Ze waren naar China gekomen, zegt de directeur poëtisch, met de "boot van het lot'. Daarna konden of wilden ze niet terugkeren naar hun vaderland.

""Ze krijgen allemaal een begrafenis die past bij hun cultuur'', legt de directeur uit. ""Russen houden van dikke, houten kisten en diepe graven. Als ze joods zijn, zetten we er een davidster bovenop.''

Al het personeel is druk bezig met de aanstaande begrafenis, ik wandel alleen door een geschrobde gang. Een deur staat half open, ik klop en ga binnen. Op elk van de twee bedden zit een uitgemergelde vrouw met piekende haren, in kleren die met veiligheidsspelden bij elkaar worden gehouden. Dit moeten de twee Amerikaansen zijn over wie de directeur me verteld heeft. De vrouwen lijken precies even oud, stokoud. Toch is de één de moeder van de ander.

De vrouw links zit kaarsrecht, ze heeft de ogen gesloten en wiegt haar hoofd heen en weer. De andere vrouw klemt zich met één hand vast aan het voeteneinde van haar bed. In vlekkeloos Engels, op een zakelijke toon zegt ze: ""Kom binnen, ga zitten, ik heet Marjorie Fuller. En u bent?''

Van de directeur weet ik dat ze in 1923 in Sjanghai geboren is, haar moeder was toen zestien. Opvallend heldere ogen heeft ze, donker, met een Aziatische welving. Ik kijk in haar kleine, uitgedroogde gezicht en vraag me af: een Amerikaanse, geboren in Sjanghai, hier in een bejaardentehuis in Harbin? Het is alsof Marjorie Fuller mijn gedachten geraden heeft. ""Mijn grootvader was een Californische klipperkapitein'', begint ze te vertellen. ""Hij zeilde de wereld rond, Sjanghai was zijn thuishaven.''

Tijdens een van zijn reizen legde de grootvader aan in de haven van San Francisco. In Chinatown ontmoette hij een Cantonees meisje. Ze werden verliefd, ook al verzette haar familie zich met hand en tand tegen een verbintenis met een "foreign devil'. Het geduld van de kapitein raakte gauw uitgeput. Zijn schip was alweer geladen, zijn matrozen hadden niets te doen en misdroegen zich in de havencafés. Op een ochtend nam de kapitein zijn Cantonese liefje mee aan boord en sloot haar op in zijn hut. Voordat haar familie alarm kon slaan, waren ze op zee. ""Hij kidnapte haar'', zegt Marjorie tevreden. ""Hij nam haar mee naar Sjanghai en daar kregen ze vier kinderen. Een daarvan was Eddy, mijn vader.''

Haar moeder, die zwijgend en met gesloten ogen het verhaal heeft aangehoord, is hier in Harbin geboren. Haar vader, een Pool, was naar het noorden van China gekomen om aan de spoorlijn te werken. Hij trouwde met de dochter van een collega uit de Oekraïne. Nu we over haar spreken opent de oude vrouw haar ogen: rond en grijsblauw zijn ze.

The Coke Club

Moeder en dochter hebben hun hele leven samengewoond, de vader is vroeg van het toneel verdwenen. Overleden? informeer ik. Op luide toon, zodat ook de oude vrouw het kan verstaan, roept Marjorie: ""Wat is er met Eddy gebeurd?'' Haar moeder schudt het hoofd. ""Ik ken geen Eddy'', zucht ze.

Dat antwoordt stelt Marjorie teleur, maar verbaast haar niet. Haar moeder wil al jaren niets meer van hem weten. Hij heeft haar slecht behandeld, hij heeft haar in de steek gelaten, hij heeft nooit willen deugen. Maar toch. ""Mijn vader!'' roept ze niet echt boos, ""de man van wie je gescheiden bent toen ik vier jaar oud was.'' Als er geen antwoord komt, legt ze zelf uit hoe de vork in de steel zit.

""Hij was een gokker, een drinker en hij snoof cocaïne. Ik heb gehoord dat hij in Peking ooit een café heeft gehad dat The Coke Club heette. Iedereen die niet beter wist, dacht dat daar Coca Cola te krijgen was.'' Marjorie lacht, ze lijkt haar vader niet werkelijk iets te verwijten. Dan zegt ze een zelf gemaakt gedichtje op:

Cocaïne Bill and Morphine Sue Are walking down the avenue Have a snuff on me, Have a snuff on me.

De oude moeder is opgestaan. Ze loopt langzaam naar het raam en weer terug. ""Jimmy'', zegt ze en het klinkt troostend. ""Jimmy was wel een goede man''. ""Ja'', beaamt Marjorie, die zich met hernieuwde kracht aan de spijlen van haar bed vastklemt. ""Jimmy was een heilige.''

In stukken en brokken vertelt Marjorie opnieuw een bizar levensverhaal. Jimmy was heel rijk. Toen hij bevriend raakte met haar moeder veranderde haar leven in een sprookje. Ze namen hun intrek in een groot appartement in een sjieke buurt waar zes verschillende bedienden al hun wensen vervulden. Elke dag werd Marjorie in een automobiel door een chauffeur naar school gereden. In het weekend mocht ze soms met haar stiefvader mee naar de renbaan, Jimmy had eigen paarden. Marjorie's favoriet was Charming Prince.

Het fortuin van Jimmy moet onmetelijk geweest zijn. Ook zijn broer profiteerde ervan. Soms belde hij 's avonds laat aan met de mededeling dat hij platzak was. Vreselijke scènes werden dat, maar altijd weer trok Jimmy zijn portefeuille en stak zijn broer een stapel bankbiljetten toe.

Zijn fortuin, onthult Marjorie even later met een schuin oog op haar moeder, was verdiend in de opiumhandel. Daarom moest hij op een gegeven moment vluchten voor de politie. Hij vertrok naar Hongkong, in gezelschap van een nieuwe, Russische minnares. Jaren later hoorde Marjorie dat hij daar aan een maagzweer overleden was.

Engelse les

Marjorie bezocht de Engelse middelbare school, de Amerikaanse was nu te duur. Ze werkte als secretaresse voor Bill's Motors, daarna voor The Asian Real Estate Company. Ze gaf Engelse les aan huis en onderhield zo zichzelf en haar moeder. Vanaf haar vijftiende jaar ging ze veel uit, ze werd door welgestelde vrienden meegevraagd naar clubs en cafés. Met volle teugen genoot ze van het Sjanghaise nachtleven. Ze dronk Amerikaanse whiskey en rookte cheroots uit Birma.

Rijk was ze niet, maar aan geld heeft ze nooit behoefte gehad. Ze kocht zo nu en dan een paar lappen stof en liet daar prachtige kleren van maken. ""In die tijd, als je maar een paar centen had, was het in Sjanghai: Sesam open u. Ik dacht nooit aan morgen. Ik was een vlinder, ik fladderde overal voorbij.''Ze houdt een foto in haar hand van een verbijsterend mooie vrouw. Een grote bos donker haar omlijst haar gezicht. Door de vastberaden blik in haar ogen en de stoere onderkaak heeft ze iets mysterieus. ""Dat was ik'', zegt Marjorie.

Ik zie haar voor me in het mondaine Sjanghaise leven, als stralend middelpunt op een feest, omringd door vrienden die uit alle hoeken van de aarde waren komen aanwaaien: Russen, Zwitsers, Litouwers, Duitsers, en Chinezen. Ze sprak het plaatselijke dialect, ze kende iedereen en iedereen kende haar. Soms werd haar gevraagd waarom ze nooit op reis ging. Wilde ze niet kennis maken met Amerika, het land van haar vader? ""Waarom zou ik?'' zei ze dan, ""de hele wereld komt naar Sjanghai!''

Je was een betoverend mooie vrouw, zeg ik, alle mannen moeten gek op je geweest zijn. ""En ik was gek op alle mannen'', lacht ze. Dan is ze moe. Ze wil rusten, ze laat het voeteneind van het bed los en krult zich op als een poes. Nog geen veertig kilo zal ze wegen, schat ik. Haar moeder doet even haar ogen open en mompelt als ik de deur uitloop: ""Dag lieverd, doe je jas goed dicht en pas op voor het verkeer.''

Lefty Lario

Als ik twee dagen later terugkom lijkt het alsof de twee vrouwen zich al die tijd niet verroerd hebben. De moeder zit rechtop met gesloten ogen en Marjorie ligt aan het voeteneind van haar bed. Als ze overeind is gekomen zegt ze: ""I spent too many tears, too many years, loving you.'' Ja, zeg ik, we hadden het over mannen. ""Ik weet niet waar ik beginnen moet'', weert ze af, ""het waren er zoveel.'' Maakt niet uit, houd ik aan, vertel maar over degene waar je het langst mee samen was. Ze peinst.

""Lefty Lario'', zegt ze. Zijn vader was een blonde Griek en zijn moeder een rijke Chinese met een pokdalig gezicht. Ze bezat tientallen riksja's, die ze per dag aan koelies verhuurde. Lefty voerde zelf niet veel uit, wat hij wel deed was vreselijk veel eten. Hij was nogal gezet, maar wel sterk, want hij trainde. Hij was een verdienstelijke bokser: weltergewicht kampioen van Sjanghai. Marjorie kon goed opschieten met Lefty's vader, hij nam haar wel eens mee naar zijn Duitse stamkroeg. Daar werkte een Russische die, zo wist iedereen, zijn maitresse was. Op een dag dronk meneer Lario daar weer een paar pilsjes en hij verbaasde zich erover dat zijn liefje er niet was. Toen hij wilde afrekenen riep de ober verschrikt: ""Geen sprake van, meneer Lario, u bent de eigenaar, u bent onze baas.'' In een vlaag van jaloezie had de moeder van Lefty het café gekocht, alleen maar om de Russische minnares van haar man op staande voet te kunnen ontslaan. Lefty verliet Marjorie voor een andere vrouw, hij trouwde met haar en vertrok naar Hongkong. Maar Marjorie bleef niet achter met een gebroken hart. ""I was not the marrying type.'' Bovendien: zij wilde helemaal niet maar Hongkong. Ze zou vaak bij een tweesprong komen en steeds kiezen voor Sjanghai. Ze schroefde zich vast in de stad waar ze was geboren, maar waar ze toch altijd een buitenlander bleef.

Opium

Marjorie genoot van alles wat er te genieten viel. Ze had een paar vrienden met wie ze regelmatig opium rookte. Met John Becker bijvoorbeeld, een Amerikaan die later door de Amerikaanse marshal van Sjanghai voor het een of ander werd gearresteerd en naar Alcatraz werd gestuurd. En met een Bulgaarse baron, George Balinov de Ville-Rose stak ze graag een pijp op. ""Aan hem kon je zien dat hij rookte'', zegt ze een beetje misprijzend, ""hij was geel.'' Zelf rookte ze hooguit twee pijpen per dag. ""Ik heb er geen carrière van gemaakt.''

Na Lefty - of was het in dezelfde tijd? - ontmoette ze Bill Edward. Die affaire duurde niet lang want een jaloerse danseres beschuldigde hem van verkrachting. Bill verdween tien jaar achter de tralies. ""Arme Bill'', zegt Marjorie. Daarna - vreemd, ze weet zijn naam niet meer. Hij was in ieder geval een Rus en een stuk ouder dan zij. Zij was in de twintig, hij zal in de vijftig geweest zijn en werkte voor de beroemde T.V. Soong. Een echte Russische aristocraat, op de hoogte van alle Sjanghai-roddels. In Argentinië wilde hij met haar een nieuwe toekomst beginnen. Ze zwaaide hem uit, vanaf de kade.

Toen ontmoette ze Olly Dannenburg, een beroepsfotograaf, half Deens, half Indiaans. Zijn familie was uit Goya via Macaou in Sjanghai terechtgekomen. Met een zelfontspanner maakte hij een mooie foto van zichzelf en hing die in de etalage. De Indiase consul wandelde voorbij. Het toeval wilde dat Olly en hij als twee druppels water op elkaar leken. De consul stormde woedend naar binnen om te vragen waarom hij hier voor iedereen te kijk moest hangen. Toen realiseerde hij zich dat de man tegen wie hij stond te briesen, zijn dubbelganger was. De consul eiste een duel, maar daar ging Olly op advies van Marjorie die toevallig net in de winkel was, niet op in. Niet veel later stierf Olly toch een onnatuurlijke dood. In Canton liep hij iemand tegen het lijf die hij ooit een loer had gedraaid. De man bedacht zich geen seconde en stak hem een mes in het hart.

Te slim

In 1937 marcheerden de Japanners de stad binnen, Sjanghai werd bezet. Dat kon Marjorie niet bar veel schelen, ze interesseerde zich niet voor politiek. Er werd aangekondigd dat buitenlanders geïnterneerd zouden worden. Marjorie en haar moeder deden afstand van hun Amerikaanse nationaliteit. Ze bleef Engelse les geven, het enige verschil was dat haar leerlingen nu Japanse militairen waren. Ook 's avonds, krijg ik de indruk, was ze vaak in hun gezelschap. Is ze later nooit beschuldigd van collaboratie? ""Nee, daar was ik te slim voor'', zegt ze fijntjes.

Marjorie vraagt me iets op te zoeken in een boek waarin ze foto's bewaart. Er valt een document op de grond: "Marriage Certificate' staat erboven. Op 10 september 1948 trouwden Marjorie Fuller en George H. Hudson in de Lutherse kerk van Sjanghai. ""Ach'', zegt ze, betrapt. ""Dat huwelijk stelde niets voor. George was een verslaafde, ik heb niks dan ellende gehad van die man. Hij was een telg uit de familie van de Hudson Oil Company. Een hopeloos geval, ik heb niet eens de moeite genomen van hem te scheiden.''

In hetzelfde jaar dat ze trouwde, vertrok haar beste vriendin Lidi Rosen met een Chinese generaal naar Taiwan. Ze spoorden Marjorie aan mee te gaan, maar zij sloeg de uitnodiging af. Kort daarna werd Sjanghai ingenomen door het Rode Leger. Marjorie zag het rustig gebeuren. ""We verwachtten de communisten. Ze konden onmogelijk slechter zijn dan de Guomindang, dacht ik.'' Ze bleef Engelse les geven en er waren nog steeds genoeg gelijkgestemde zielen om zich mee te vermaken. Waarom zou ze vluchten? Zij en haar moeder bezaten niets, wat hadden ze te vrezen van de communisten?

Op een dag, het was in 1955, liep ze over straat en zag een groep kinderen lopen met rood haar. ""Het was alsof hun hoofden in brand stonden'', herinnert ze zich. Ze vroeg aan omstanders wie dat waren. Er werd gezegd: dat zijn de bastaardkinderen van buitenlandse priesters, nonnen en dominees. Die kinderen werden nu door de communisten naar het noorden gestuurd. Wat vreselijk, zei Marjorie. ""Zeg dat niet'', bezwoeren de mensen haar, ""dat is gevaarlijk.''

Ruim twintig jaar

Niet lang daarna werd China onleefbaar. In 1958 werd Marjories oom gearresteerd, Alex Lee, een mecanicien die alles op wielen kon repareren. Hij had twee vrouwen en tien kinderen. Marjorie ging informeren bij de politie en kreeg te horen: hij is incommunicado.

Een jaar later werd bij haar op de deur gebonkt. Marjorie en haar moeder werden beschuldigd van illegale intellectuele activiteiten. Ze grinnikt verbitterd bij de herinnering. ""Ik dacht altijd dat ik iemand was die louter haar instinct volgde.'' Ruim twintig jaar zou ze in de gevangenis doorbrengen. ""We zaten opgesloten met zigeuners, Russen, Tjechen, Duitsers, joden, halfbloeden, Zuidkoreanen, misdadigers en gekken.''

Marjorie en haar moeder maakten borstels van varkenshaar, plukten oude wollen kleding uit elkaar of droegen mest naar de groententuinen die binnen de muren lagen. Ze kregen eens in de paar dagen te eten. De wereld buiten dreef onbereikbaar ver weg. Het ergste was om andere mensen te moeten horen lijden als ze gemarteld werden, zegt ze. Veel gevangenen pleegden zelfmoord, een enkeling vluchtte; die werd meestal opengereten door een waakhond. Een Koreaan die in '64 mompelde dat Kennedy te jong gestorven was, werd doodgeslagen.

Marjorie was een belezen vrouw, medegevangenen vroegen haar brieven voor hen te schrijven. Net als zij waren ze vaak statenloos, ze vroegen buitenlandse organisaties om hulp. Vreemd genoeg pleitte Marjorie nooit voor haar eigen geval. ""Op het moment dat ik werd gearresteerd, ben ik eigenlijk gestorven'', zegt ze.

Soms hadden haar pogingen succes. Tee Lee Yo, zoon van een Mongoolse prinses en een Rus, kreeg een visum voor Denemarken en vertrok. De gebroeders Tautz, die twintig jaar gekregen hadden voor het vervalsen van paspoorten, gingen naar Australië.

Rusthuis

In 1975, na de dood van Mao, werden veel gevangenen vrijgelaten onder wie een groep Vietnamezen en hun Amerikaanse officier. Zes jaar later, in 1981, werden Marjorie en haar moeder bij de leiding geroepen. Ze mochten vertrekken. Maar waarheen? Het enige document dat ze bezaten was een Amerikaans paspoort uit 1927 waarin "cancelled' stond gestempeld. De Amerikaanse autoriteiten accepteerden hen niet als staatsburgers. Een woning of geld hadden ze niet. Er werd hun het volgende voorstel gedaan: In Harbin stond een internationaal rusthuis waar ze een ruime kamer en verzorging konden krijgen voor de rest van hun leven. ""Ze boden ons zelfs een vliegticket aan'', schampert Marjorie. De twee vrouwen gingen liever in de trein. Beladen met dozen en koffers vol kleren en papieren die ze in de gevangenis bij zich hadden mogen houden, maakten ze de reis. Ze kwamen in het tehuis dat in die tijd nog voornamelijk door Russen werd bevolkt.

Opnieuw maakte Marjorie kennis met een bonte verzameling mensen die uitzonderlijke levens hadden geleid. Ze sloot vriendschap met een oude opiumsmokkelaarster uit Heilonjiang die nog steeds veel geld had. Dan was er Katja, die noemde ze plagend "pocket May West' omdat ze op de filmster leek en zo klein was. Katja had ooit in Sjanghai haar man vermoord, in woede had ze hem met een fles op het hoofd geslagen. Aanvankelijk was er niets aan de hand, hij ging gewoon naar zijn werk, maar daar viel hij vier uur later dood neer.

Marjorie had voortdurend ruzie met Popov, die vroeger de bediende was van een Russische officier. Hij was een vreselijk drankorgel die met een slok op elke vrouw in de buurt te lijf ging. Al die Russen zijn nu dood, door de drank. Ze dronken spul dat rook naar benzine en pinda's, daar zwollen ze helemaal van op. Marina, de enige Russin die nog leeft, drinkt het nog steeds. Ze was getrouwd met een Koreaan die haar op straat heeft gezet. De politie bracht haar toen hier.

Drie jaar geleden kreeg Marjorie een beroerte, het was in de tijd van de studentendemonstraties in Peking. Op een nacht kwamen verplegers haar halen voor een operatie waar ze niets van wist. Ze kreeg een injectie en werd afgevoerd naar het ziekenhuis. Toen ze weer bijkwam was de helft van haar lichaam verlamd. ""Voel hier eens'', zegt ze en ze pakt mijn hand met onverwachte kracht. Ze duwt mijn vingers in haar haren, daaronder voel ik een gat, bijna groot genoeg voor mijn hele vuist. Verschrikt deins ik achteruit. ""Ze hebben mijn hoofd opengehakt en chaos aangericht'', huilt ze.

Bontjas

Toen ze terug kwam op deze kamer waren vrijwel al haar persoonlijke bezittingen verdwenen. Het enige wat ze nog over heeft is een bontjas, waarvoor ze ooit 2.000 Amerikaanse dollar heeft betaald - die zit nu met mottenballen in een kist. Buiten komt ze nooit meer, ze kan niet eens van haar bed afkomen. Naast haar staat een stoel met een po die, zo is te merken, zelden door het personeel geleegd wordt. ""Deze laatste drie jaar zijn de ergste geweest in mijn leven.'' Ze slaapt, ze zit, ze leest Engelse kranten die haar door toevallig bezoek worden gebracht.

Haar gemoed kantelt voortdurend, van diep bedroefd tot schaterend vrolijk. Van het tehuis schildert ze een weinig vrolijk beeld. ""We zijn van de ene gevangenis in de andere terechtgekomen'', zegt ze. Het personeel behandelt hen met grote onverschilligheid, het eten is ronduit slecht, en in de tien jaar dat ze hier nu woont heeft ze nog nooit een bad gehad want in het tehuis is geen bad en ook geen douche.

Marjorie gelooft in God, ze leest voortdurend de bijbel en ze heeft pas iemand afgesnauwd die kwam vertellen dat God niet bestaat, dat mensen zelf hun leven maken.

Ze wil het liefste dood, daar is ze heel duidelijk over, het is een wens die ze voortdurend naar voren brengt. Maar ze is te slecht ter been om op de spoorlijn te gaan liggen. Met haar moeder heeft ze het er wel eens over om zich te verhangen aan de spijlen van hun bed. Maar ja, zegt Marjorie praktisch, dan kom je misschien van de regen in de drup. Met haar ene goede arm onderstreept ze haar gedachten, bladert ze in haar bijbel en de kranten om zich heen. De moeder loopt rond, ze eet alleen nog maar brood. Vreemd exotisch voedsel in China, het is alleen te krijgen in Harbin, een destijds door Russen gebouwde stad, waar de tradities zijn blijven bestaan. Alle dagen dat ik haar bezoek laat Marjorie de schamele lunch, altijd zonder vlees, onaangeroerd staan. Ze zegt: ""Als God enig mededogen heeft, laat hij ons van de honger sterven.''