Dijken

DE VERHOGING VAN DE DIJKEN langs de grote rivieren kon jarenlang tamelijk ongestoord voortgaan, ondanks de onophoudelijke protesten tegen de verwoesting van het landschap.

Twijfel of er wel voldoende grond is voor zulke drastische ingrepen is nu gelukkig ook in de Kamer gerezen. Minister Maij-Weggen heeft daarom niet het risico willen lopen dat een Kamermeerderheid - tot voor kort voorstander van een snelle uitvoering van het werk - haar zou vragen alles nog eens opnieuw te overwegen. Ze heeft het initiatief genomen tot een nieuw onderzoek. Die stap biedt haar de mogelijkheid om uit de patstelling te komen die was ontstaan doordat bezwaren tegen de waterstaatkundige werken tot nu toe stuitten op een dijk van onbegrip op haar ministerie.

In deze situatie, die overeenkomsten vertoont met de Oosterscheldekwestie in de jaren zeventig, is het van kardinaal belang dat het onderzoek geloofwaardig is. Allereerst is dat afhankelijk van de opdracht, die niet alleen over waterhoogten moet gaan, maar ook over het landschap dat Nederlands beeldmerk is. Bovendien hangt geloofwaardigheid af van de samenstelling van de begeleidingscommissie. Tot nu toe is alleen bekend dat een geestverwant van de minister de voorzitter wordt. Het lijkt nuttig dat de Kamer het niveau van geloofwaardigheid nauwkeurig in de gaten houdt.

De Gelderse gedeputeerde Stigter constateert terecht dat het besluit van de minister leidt tot de vraag of, hangende het onderzoek, de dijkverhogingen nog wel moeten doorgaan alsof er niets aan de hand is. Die vraag zal allereerst beantwoord moeten worden door het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, de provincie waarin de meeste dijken liggen die nog verhoogd moeten worden.

DE DIJKBEWONER, die vandaag hoort dat de noodzaak van dijkverhoging opnieuw onderzocht zal worden, zal moeilijk begrijpen dat er morgen een bulldozer voor zijn deur staat. Opschorten van werkzaamheden kost ongetwijfeld geld. De aannemers zullen niet aarzelen schadeclaims in te dienen. Maar zonder meer doorgaan en zelfs een nieuwe opdracht voor verhoging van een dijkvak gunnen, tast, behalve het onschatbare landschap, de geloofwaardigheid aan van de minister die met een nieuw onderzoek de dijkplannen wil toetsen aan hedendaagse inzichten.