Colombia moet nu toegeven aan de VS of aan Escobar

MEXICO-STAD, 25 JULI. Liever een graf in Colombia dan een cel in de Verenigde Staten. Dat was altijd de strijdkreet van de Extraditables, de groep drugsmisdadigers rond cocaïnebaron Pablo Escobar wier uitlevering door Washington wordt gevraagd. De kreet begeleidde een ongekende golf van terreur die Colombia tussen augustus 1989 en juni 1991 in zijn greep hield.

Aan het geweld kwam pas een einde toen Escobar zich na lange en moeizame onderhandelingen overgaf op de voorwaarden dat zijn cel in Colombia zou zijn, dat hij zelf de plek ervan mocht kiezen en dat hij daar nooit vandaan zou worden gehaald.

Na de ontsnapping van Escobar en negen van zijn handlangers afgelopen woensdag uit de "gevangenisboerderij' in Envigado nabij Medelln, is er een storm van kritiek losgebarsten op de regering van president César Gaviria. Er hadden, zo wordt nu binnen en buiten Colombia gezegd, nooit deals met de drugsmafia mogen worden gemaakt.

Maar met die kritiek lijkt wat al te gemakkelijk te worden vergeten hoe groot de opluchting in het land was nadat de golf van verlammende narcoterreur ten einde was gekomen. Twee jaar lang was Colombia de geestelijke gevangene geweest van de Extraditables en had het land naast honderden anonieme burgers vele tientallen vooraanstaande bestrijders van de drugsmafia verloren.

President Gaviria wil vóór alles voorkomen dat Colombia opnieuw een slagveld wordt. De angst voor zo'n slagveld is reëel. Met een nieuwe terreurcampagne zou Escobar twee vliegen in één klap kunnen slaan. Ten eerste zou hij de Colombiaanse regering kunnen dwingen tot vergaande concessies, zoals terugkeer naar de gevangenis in Envigado inplaats van de gevreesde overplaatsing. Daarnaast zou hij het kartel van Medelln in al zijn kracht kunnen herstellen, en daarbij ook zijn positie als de betwistbare leider ervan. Een groot aantal moorden de afgelopen weken wordt geweten aan een machtsstrijd binnen het kartel, waarbij tegenstanders van Escobar gebruik dachten te kunnen maken van de beperkte bewegingsvrijheid van de mafiabaas. Ook met het concurrerende kartel van Cali heeft Escobar nog een paar rekeningen te vereffenen.

Gaviria heeft de dialoog gekozen als enige middel om de drugsmafia zo niet te laten verdwijnen, dan toch in te perken. Het lijkt erop dat de president zich neerlegt bij het gegeven dat de cocaïnehandel die zijn land zo'n slechte reputatie heeft gegeven, een niet uit te roeien kwaad is waarmee men moet leren leven. Die houding staat diametraal tegenover die van zijn voorganger, Virgilio Barco, die na de moordaanslag op zijn vermoedelijke opvolger een totale oorlog tegen het kartel van Medelln begon die uitliep op het terreuroffensief van de Extraditables.

Het dilemma is groot, want de methode van Gaviria is een open uitnodiging aan gesjoemel en corruptie, terwijl de maker van afspraken met drugshandelaren toch al geen goede figuur slaat. De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat de waarde van dit soort afspraken ook twijfelachtig is. Terwijl alom de indruk bestond dat het kartel van Medelln een voorbije nachtmerrie was, bleek Escobar vanuit zijn getraliede hoofdkwartier gewoon door te gaan met het organiseren van moordaanslagen.

Liever helemaal geen cel, lijkt nu de leuze van Escobar te zijn geworden. Daarmee zal in Colombia het debat weer worden geopend over uitlevering van drugsmisdadigers aan de VS. Als de drugsmafia één ding vreest, dan is het wel de Amerikaanse justitie. De recente veroordeling in Miami van de voormalige sterke man van Panama, Noriega, zal die vrees alleen maar hebben versterkt.

Gaviria heeft nu de keuze tussen twee soorten soevereiniteitsverlies: aan de VS of aan Escobar. Grote delen van de Colombiaanse samenleving zijn tegen uitleveringen, die worden gezien als een bewijs van zwakte van het juridische systeem in Colombia en van het onvermogen om in eigen huis orde op zaken te stellen. Maar Gaviria zal tegelijk realiseren dat zijn eigen positie onhoudbaar wordt als niet de president van Colombia aan de touwtjes trekt, maar de volksvijand nummer één.