Burgers in het Westen overwegen revolutie

Het is maar een vraag: is er verband tussen de miljoenen Amerikanen die achter de rattenvanger Ross Perot aanliepen, de Sicilianen die in hun afgrijzen van mafia en politiek hun president bijna verpletteren, de Britten die meer vertrouwen hebben in hun sensatiepers dan in de op een avontuurtje betrapte minister van cultureel erfgoed, en de Nederlanders die een kort geding aanspannen tegen de verzwaring van de Waaldijk bij Ooij?

Burgers in het rijke Westen zijn bezig hun gewone beetje vertrouwen te verliezen in gekozen volksvertegenwoordigers en bestuurders. In dit land wordt over de grijsheid van de politiek geklaagd, PvdA-voorzitter Rottenberg zou er wat aan doen, maar het is algemener en fundamenteler. Hoe groter het land hoe forser de klachten - het verschijnsel is overal zichtbaar.

Reagan en Thatcher hadden hun opkomst te danken aan het Anti-overheids-etiket. In Nederland is dat geen garantie voor verkiezingswinst geweest. Het terugdringen van de overheid was hier nooit meer dan een Haags bezuinigings-ritueel. In deze Fokker-weken is het verrassend genoeg een minister, die van economische zaken, die voor het eerst het anti-thema goed te pakken heeft: tegen het automatisme van almaar groot-groeien, mee met het nationale gevoel dat "Europa' en de rest ons niet alles mogen afpakken.

Ondanks het ontbreken van een op Philips, Fokker, Daf en de KLM berekende industrie- en technologie-politiek, heeft de minister van economische zaken iets uitgedragen van die gestaag groeiende scepsis. Te veel van die onvermijdelijkheden van vroeger, waar het gezond verstand niet onmiddellijk bij kon, zijn achteraf ook onzin gebleken. De minister zou daar in de enquêtes enige erkenning voor moeten vinden, als het volk bij de les was.

Sinds het Deense Nee is "Europa' een nieuw mikpunt van argwaan jegens overheid, politiek en bureaucratie geworden. De Ierse instemming heeft de spanning tijdelijk verlicht, maar Mitterrands gok om zijn politieke lot aan het Verdrag van Maastricht te koppelen brengt de Franse kiezer na de vakantie in de penibele positie het bredere onbehagen te moeten vertalen. Als het 20 september Nee wordt, is "Europa' een eind van huis.

Tussen al het gefladder in het politieke struikgewas door is een belangrijke ontwikkeling te zien. De Westerse burger overweegt revolutie. En dat terwijl hij het nooit zo goed heeft gehad. Volgens J.K. Galbraith zelfs op zo grote schaal, dat de politiek het zich kan veroorloven niet te veel acht te slaan op de kanslozen, de achterblijvers en degenen die wijzen op ernstige tekortkomingen in de rechtsstaat.

Nieuw is dat het taboe op politiek cynisme is opgeheven. Het is geen poujadisme meer om afkeer uit te spreken van benoemde en gekozen hoeders van het publieke belang: die zorgen vaak nog beter voor zichzelf dan de berekenende burger - aan de vergaderpaleizen in Europa ontbreekt veel minder dan aan hun democratische effectiviteit.

Westerse politici zijn op de handigsten der gewone burgers gaan lijken. De kiezers herkennen zichzelf maar al te goed, pijnlijk en vleiend tegelijk. Dat verklaart waarom de Westburger nog niet zeker weet of het tijd is voor opstand. Een oogje dicht brengt misschien meer zoete vruchten. De burger overweegt wakker te worden, maar is geneigd zich nog een keer om te draaien - zie de 1,4 miljoen Nederlanders die zich iedere maand een tientje laten afboeken door de Postcodeloterij, in ruil voor een lollie met een vroom smaakje.

Achter Perot aanlopen was een drastische en vooral makkelijke manier van protesteren. "Nee' tegen Europa zeggen gebeurt ook zonder veel kennis van de voorstellen van Maastricht en de consequenties van het in elkaar zakken van de Gemeenschap. Minister Andriessen, de ere-burger op EZ, had misschien eerder aan Nederkoorn en zijn Fokker-commissarissen moeten vragen of zij aan alle relevante aspecten hadden gedacht toen hij hun boekhouding in die van Dasa wilde laten opnemen.

Op allerlei plaatsen in de Westerse wereld zien burgers, die niet op hun achterhoofd zijn gevallen, beslissingen met verstrekkende gevolgen verkocht worden door politici die nauwelijks benul hebben van de praktijk. Soms worden hele streken verwoest door snelwegen en glimmend glas-projecten. Vaker gaat het om ingrijpende verbouwingen van het rechtsstelsel of de welvaartsstaat, waarvan bijna niemand de consequenties kan doorgronden.

Twee Nederlandse voorbeelden illustreren wat de burger staat te doen. Het is in deze kolom al eerder beschreven: hoe 600 kilometer dijk langs de grote rivieren in het land drastisch wordt verhoogd op grond van een nooit in het openbaar verantwoorde redenering van Rijkswaterstaat, waar de politiek geen fundamentele vragen over durfde te stellen. Dankzij het niet aflatend feiten verzamelen van een aantal belangeloze en begeesterde burgers lijken in dat onneembare bastion barstjes te komen.

Het Waterloopkundig Laboratorium verricht nu met geld van onder meer Het Geldersch Landschap een vooronderzoek naar de uitgangspunten van het hele plan en de meeste fracties in de Tweede Kamer vragen zich eindelijk af of ze weten waar zij al die jaren vóór zijn geweest. Dank aan al die lezers, die brieven schreven of zelfs geld aanboden voor zo'n onderzoek.

Het tweede voorbeeld is ondoorzichtiger maar niet minder ingrijpend. Het gaat over de oude dag. Daar woekeren bureaucratisering en politisering vrolijk voort. Bejaarden worden steeds meer behandeld als patiënten, en tegen de tijd dat ze dat ook zijn, wordt hen volgens de nieuwste plannen van staatssecretaris Simons het meeste spaargeld afgenomen vóór hun kosten worden vergoed op grond van een verzekering waar zij premie voor hebben betaald.

De bewindsman wil kennelijk waardig ten onder gaan, met zijn hele erfgoed op tafel. Over de "gelijke financiële behandeling van bewoners van bejaardenoorden en verpleeghuizen' is het laatse woord nog niet gesproken.

Minstens even verstrekkend zijn de gevolgen van de al ingevoerde delen het nieuwe stelsel in de volksgezondheid en de in stilte voortgaande versmelting van kruisverenigingen en gezinsverzorging. Niet erg opwindend, tenzij je ermee te maken krijgt - en daar hoef je niet eens bejaard voor te zijn.

Wie, geheel binnen het geldende beleid, zo lang mogelijk thuis verzorgd wil worden, loopt tegenwoordig in de fuik van ziekenfondsen en verzekeraars, die volgens goed Nederlands gebruik de markt afschermen. In plaats van samen te werken met de overal opgerichte thuiszorgbureaus van verpleegkundigen die het systeem hebben zien vastlopen, houdt het nieuwe kartel van "zorgverzekeraars' de pot strak dicht. Liever "erkend en duur' dan "goed en op maat'. Het anti-thuiszorg-complot: rijp voor burger-actie. En berichtgeving, na de vakantie.