"Burgemeester wist van problemen Den Haag'

DEN HAAG, 25 JULI. Burgemeester A. Havermans van Den Haag stelt ten onrechte dat hij aan het eind van de jaren tachtig geen kennis had van de groeiende financiële problemen bij de gemeente Den Haag. Dit zeggen twee gemeentelijke topambtenaren en ex-wethouder van financiën G. van Otterloo.

Vorig jaar bleek dat Den Haag ruim 260 miljoen gulden te veel had uitgegeven, een overschrijding met een kleine tien procent van het totale stadsbudget. Sindsdien voert Den Haag een lobby bij het rijk voor steun van enige honderden miljoenen guldens.

Volgens de topambtenaren, voormalig directeur financiën R. Koppenberg en zijn toenmalig plaatsvervanger J. Wortel, is de burgemeester eind jaren tachtig tijdens informeel overleg verscheidene malen gewaarschuwd voor onverantwoorde gemeentelijke uitgaven. Ook gingen er, stellen de ambtenaren, naar het college van B en W schriftelijke waarschuwingen uit over uitgaven waarvoor onvoldoende dekking zou hebben bestaan.

Burgemeester Havermans zegt dat hij “geen enkele aanwijzing had dat er uitgavenoverschrijdingen aankwamen”. De topambtenaren verbazen zich daarover. Ze geven in deze krant diverse voorbeelden die in hun ogen het tegendeel bewijzen.

Zo noemt Koppenberg een bezoek dat de burgemeester samen met toenmalig gemeentesecretaris J. van Beuzekom “eind '86, begin '87” aan de dienst financiën bracht. Bij die gelegenheid zou Havermans op voorstellen voor nieuwe bezuinigingen hebben gereageerd dat dit “niet kon (...), dat het uit moest zijn met ons eeuwige "gezeur' daarover”. Havermans reageert daarop door te stellen dat hij er toen slechts op wees dat “financieel beheer meer is dan alleen boekhouden”.

Oud-gemeentesecretaris Van Beuzekom hield de dienst financiën, zegt Wortel, eind jaren tachtig zelfs voor niet langer interne waarschuwingsbrieven over ongedekte uitgaven aan het college van B en W te sturen. “Ik dacht”, stelt Wortel, “ik zal vastleggen dat ik heb gewaarschuwd”. Van Beuzekom verzocht hem daarmee op te houden, aldus Wortel. De oud-gemeentesecretaris bevestigt dit, maar zegt dat hij met zijn ingreep alleen onnodige briefwisselingen wilde voorkomen.

Van Beuzekom meent dat het stadsbestuur in 1991 ten onrechte een specifiek onderzoek naar de oorzaken van de financiële overschrijdingen heeft nagelaten. Volgens hem had “vrijwel iedereen boter op het hoofd”, en zou zo'n onderzoek “de toekomst van een nagenoeg volledige politieke generatie op het spel zetten”.