Boulevard of Broken Dreams; Russische joden in Israel

Vierhonderdduizend joden emigreerden de afgelopen drie jaar uit de Sovjet-Unie naar Israel. In verkiezingstaal betekende dat 8 van de 120 Knesset-zetels. Zeker de helft daarvan ging naar de Arbeidspartij van Yitzhak Rabin en zo lichtten de Russen de Likud beentje. Dankzij hun steun kon Rabin een, zij het smalle, coalitie vormen. De stroom immigranten neemt inmiddels snel af. Afgeschrikt door verhalen over werkeloosheid en geldgebrek stellen Russische joden hun vertrek uit Rusland uit. Waarom zijn de Russische immigranten zo snel teleurgesteld geraakt in de Likud-partij, die hen naar Israel haalde? Hoe passen ze zich aan in hun nieuwe vaderland? Het verhaal van de zoveelste Russische massa-emigratie van de twintigste eeuw.

Het uitzicht uit hotel Arnon, dat moet gezegd, is schitterend. In de diepte ligt het meer van Tiberias blauw te rimpelen, aan de overkant zindert de Golan-hoogvlakte in de zon. Maar Tamara en Boris uit Tasjkent hebben geen oog voor al dat schoons. Nog anderhalf jaar, zucht Tamara, dan kunnen we schuldenvrij terug. Niet naar Tasjkent, want daar heersen nu de Oezbeken, maar wie weet is er in Chabarovsk wel een plek te vinden. Israel is één grote teleurstelling geworden. Dit land is net zo fundamentalistisch als zijn buren, vindt Boris. ""Dáár waren we joden, hér zijn we Russen. Wat is het verschil?''

Hotel Arnon in Tiberias zit vol immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie en het gonst van ontevredenheid. Het hotel is geclaimd door het ministerie van absorptie, dat zich over de immigranten in Israel ontfermt. Boris (46) was vijftien jaar beroepsmilitair in het Sovjet-leger. Jaren geleden zei hij al tegen zijn vrouw: we moeten hier weg. Als jood had hij nauwelijks carrièremogelijkheden in het leger en met het uiteenvallen van het land begon de toekomst er steeds ongewisser uit te zien. Toen kwamen de boodschappers van de Jewish Agency, die met hun prachtige prospectussen de Russische joden over emigratie voorlichtten. ""Het leek een land van melk en honing, we zouden hier met open armen ontvangen worden. En wat zie je? Professoren die de straat vegen!'' zegt Tamara boos. Ze is nu werkster bij vijf "mevrouwen'. Boris heeft de hele stad afgesjouwd op zoek naar werk. ""Ze nemen me niet, ik ben te oud. Via-via ben ik nu aangenomen als koksmaatje in een restaurant. Stel je voor, dankzij connecties mag ik nu uien snijden. 't Is net Rusland.''

Teleurgesteld als ze zijn over hun nieuwe vaderland, hebben Boris en Tamara, net als de meeste Russen, op de Arbeidspartij gestemd en daarmee een kleine revolutie veroorzaakt in de Israelische politiek. Hotel Arnon werd tijdens de verkiezingscampagne driftig bezocht door politici. ""Die van de Likud,'' herinnert Tamara zich, ""bliezen vreselijk hoog van de toren. Wij hebben oorlogen gewonnen, bloed voor ons vaderland vergoten, dat soort verhalen. Die van de Arbeidspartij waren veel reëler, ze gaven gewoon toe dat de problemen niet één-twee-drie zijn op te lossen.'' Boris vond de hele verkiezingsstrijd maar een miserabele vertoning. Waarom hij dan toch op de Arbeidspartij heeft gestemd? ""Ach, Likud heeft een tijdje mogen stelen, laat nu die anderen maar een paar jaar hun zakken vullen.''

Vierhonderdduizend Sovjet-burgers zijn de afgelopen drie jaar naar Israel geëmigreerd. Op een bevolking van viereneenhalf miljoen is dat een groep waar serieus rekening mee moet worden gehouden. Nadat Gorbatsjov de verbroken betrekkingen met Israel had hersteld, werd emigratie uit de Sovjet-Unie niet langer als landverraad beschouwd. De weg lag open. Toen de binnenlandse chaos in Rusland groter werd, nam de stroom emigranten lawine-achtige proporties aan. Dat leidde tot problemen bij de opvang, een spectaculair stijgende werkloosheid (onder de Israeli's 11%, onder de Russen bijna 40%) en toenemende wrevel tussen Israeli's en olim (immigranten). De Israeli's vinden de Russen veeleisend en intolerant, ze klagen maar en vinden dat ze overal recht op hebben. Daarbij, zeggen ze, lijdt geen van hen honger en heeft iedereen een dak boven zijn hoofd, en dat is in de geschiedenis van Israel weleens anders geweest.

De eerste golf Russische emigranten naar Palestina dateert van het begin van de eeuw en was idealistisch en socialistisch. De tweede golf kwam naar Israel in de jaren zeventig, de tijd van de refuseniks en beroemde dissidenten als Nathan Sjtsjaranski en Ida Noedel. Ze waren doorgaans zionistisch en altijd antisocialistisch, ze steunden Likud. De meer pragmatisch ingestelde emigranten gingen in die tijd naar Amerika. Toen Amerika in het midden van de jaren tachtig de Russische immigratie drastisch beperkte, zwol de stroom naar Israel weer aan. De derde en grootste golf komt door de bank genomen niet uit idealisme. Ze zijn voor het merendeel niet-religieus en goed opgeleid en vluchten voor de barre omstandigheden in Rusland. De vatiki (veteranen) van de tweede golf noemen de derde golf dan ook misprijzend de "worst-immigratie'. Waren de meesten van hen bij aankomst Likud-aanhangers, kennismaking met de Israelische politiek en teleurstelling over de opvang heeft hen massaal doen overlopen naar de Arbeidspartij, in de hoop dat deze hun werk zal verschaffen.

Caravans

Het caravandorp ligt niet ver van een legerplaats even buiten Rishon-le-Zion, ook wel Russian-le-Zion genoemd. In de kleine tweehonderd containerhuizen wonen Ethiopiërs, Russen en een enkele Israeli. Louise en Stanislav Finberg zijn er niet ontevreden mee. Vergeleken met de door ratten bezochte kelder waar ze hun eerste jaar met drie andere gezinnen hebben doorgebracht is dit een hele stap vooruit. Met de buurvrouw, een Israelische van Perzische komaf, praat Louise honderduit. Haar Ivriet klinkt de leek indrukwekkend in de oren. De Finbergs komen uit de Witrussische provincie Gomel, vlak bij Tsjernobyl. Dat was dan ook de voornaamste reden voor hun emigratie: Louises moeder kreeg kanker. Het verband met Tsjernobyl was gauw gelegd. Anderhalf jaar geleden kwam het gezin naar Israel. Moeder is inmiddels overleden.

Louise (25) is onderwijzeres. Ze verdient nu 700 sjekel per maand (ƒ 595,-) bij de sociale dienst en legt daarvoor huisbezoeken af bij hulpbehoevende immigranten. Stanislav (28) werkt met Arabieren in de bouw, twaalf uur per dag voor het minimumloon van zes sjekel (ƒ 4,90) per uur. Dat levert hem in theorie 1800 sjekel (ƒ 1500,-) per maand op, maar zijn baas heeft hem al twee maanden niet uitbetaald. Voor Stanislav kan hij zo tien anderen krijgen.

Het stemgedrag van de Finbergs is nogal uiteenlopend: Louise stemde op de linkse Merets, ze is voor autonomie voor de Palestijnen, maar Stanislav koos voor de ultrarechtse Moledet-partij, die deportatie van de Arabieren bepleit. ""De Arabieren met wie ik werk zijn normale jongens, maar die van de bezette gebieden vertrouw ik niet. Mijn baas, een jemenitische jood, die vloeiend Arabisch spreekt, zegt altijd tegen me: Stanislav, werk nooit met Arabieren die je niet kent.'' Veel mensen houden hem met zijn donkere snorretje trouwens zelf voor een Arabier, zegt Stanislav en hij lacht als een boer met kiespijn. ""De Arabieren verrichten net zulke slavenarbeid als ikzelf. Het ergste vind ik dat ik niet als mens wordt beschouwd.''

Ik vraag of ze contact hebben met de Ethiopiërs om hen heen. Welnee, zegt Louise verschrikt, we verstaan ze niet. ""Zij zijn gewend aan armoede. Ze worden trouwens geweldig voorgetrokken.'' Nu stapt een zwaar opgemaakte oude schoolvriendin van Louise de caravan binnen, vergezeld van haar gebronsde echtgenoot met wapperende manen. Nouveaux-riches, dat zie je in één oogopslag. Ze wonen in Riga en zijn even op vakantie. Vijf fabrieken en vijf auto's hebben ze, vertelt Louise later. Hoe een balletje rollen kan. En ze kijkt om zich heen naar haar schamele gedoetje. Maar met de Ethiopiërs, nee, daarmee voelt ze zich niet verwant.

We gaan naar buiten. De zon is onder en het wordt langzaam aangenaam koel. Nu vertelt Louise met toonloze stem van haar broer, die in Witrusland in een krankzinnigengesticht zit. Hij is geestelijk en lichamelijk totaal onderontwikkeld, praat niet en wordt slecht behandeld door het personeel en de andere patiënten. Toen de Finbergs emigreerden, bleef vader achter om op hem te passen. Wanneer ze zich eenmaal gevestigd zouden hebben, zou vader met haar broer overkomen. Maar terwijl moeder in Israel stierf, stierf vader plotseling in Witrusland en nu krijgt Louise van de Israëlische autoriteiten geen toestemming om haar broer over te plaatsen naar een Israelische inrichting. Het is te duur en er is geen plaats. Ze mag hem wel bij zich in huis nemen, maar, zegt ze, dat is onmogelijk, ik kan hem niet verzorgen. ""De laatste keer dat ik hem zag, had hij een enorme wond in zijn buik. Ze zeiden dat hij zich gebrand had aan een kachel, maar volgens Stanislav hebben ze hem met een vork mishandeld. Mijn broer is net een beest, maar toch hou ik van hem.'' Louise fluistert: ""Nee, terug wil ik niet.''

Kruideniers

Het eerste halfjaar in Holon, een voorstadje van Tel-Aviv, dachten Sergej en Svetlana Kats dat ze het verkeerde land hadden gekozen. Uit de provinciestad Saratov aan de Wolga belandden ze naar hun gevoel in een "culturele woestenij'. Van Saratov met zijn theaters en muziek, met zijn "Europese' architectuur, kwamen ze terecht tussen de Marokkaanse kruideniers en kleine winkeliers van Holon, met wie ze niet praten konden. Het was een grote schok. Nu gaat het beter.

""Van de beslissing om weg te gaan uit Saratov heb ik nooit spijt gehad,'' zegt Svetlana. ""We waren vijfendertig jaar oud, maar voelden ons daar nutteloze bejaarden. Alles draait in Rusland nu om commercie, om steekpenningen en diefstal. Voor eerlijke beroepen is geen plaats meer. Als je zoals wij totaal van de staat afhankelijk bent voor je inkomen, kom je om van de honger. De mensen vluchten als ratten.''

Svetlana was in Saratov lerares natuurkunde, Sergej heeft rechten gestudeerd, maar werkte bij de opsporingsdienst van de politie. In Israel kwamen ze aan met twee kinderen en praktisch zonder enige bagage. Ze wonen in een keurige, maar kale tweekamerflat die veel te duur voor hen is. Alle meubels hebben ze gekregen. Veel mensen, vertelt Svetlana, raken meteen bedwelmd door de overvloed. Ze steken zich enorm in de schulden en moeten koste wat kost een auto hebben. De Katsen besteden al hun geld aan scholing. Na de gratis cursus Ivriet die alle immigranten krijgen aangeboden, volgt Svetlana nu een secretaresse-opleiding. Ze hoopt daarmee in september een baan te vinden. Sergej ziet de toekomst nog somber in: in zijn vak is perfecte beheersing van de taal een absolute voorwaarde en dat gaat, vreest hij, minstens vijf jaar duren. Hij volgt nu 's avonds af en toe colleges.

Sergej heeft eerst een paar maanden bij de plantsoenendienst gewerkt, en daarna een blauwe maandag op de fabriek. ""Ik moest machines schoonmaken met chemicaliën en ik werd er doodziek van. Ik werkte daar samen met een Arabier. Hij was 17 jaar, maar zag er uit als 35. Hij bond elke ochtend een strakke band rond zijn hoofd, omdat zijn hoofd uit elkaar spatte van de hoofdpijn. Toen ik hem vroeg waarom hij geen ander werk zocht, vertelde hij dat het werk op de fabriek nog altijd meer aanzien genoot dan bij zijn oom in de winkel staan.''

Het komende jaar zal moeilijk worden, want dan houdt de financiële ondersteuning van de staat op. De Katsen moeten nu op eigen benen staan. Kats heeft veel kritiek op de Jewish Agency. Hun propaganda in Rusland is zeer misleidend. Ze stellen de situatie veel te rooskleurig voor. De Agency, die bestaat van Amerikaans geld, betaalt de tickets voor de emigranten en geeft bij aankomst een startkapitaal. Kats kreeg 7000 sjekel voor een gezin van vier personen. De immigranten ondertekenen een document waarin ze zich verplichten vijf jaar in het land te blijven. Vertrekken ze eerder dan moeten ze hun schuld terugbetalen. Maar de Jewish Agency heeft nu van het startgeld, dat in principe een gift was, een lening gemaakt, die de immigranten drie jaar na hun aankomst moeten beginnen af te betalen. Ze mogen in die tijd het land alleen verlaten als ze een hoge borgsom storten. De Jewish Agency, zeggen Sergej en Svetlana, speelt onder één hoedje met de bank.

Als voor de meeste Russen spelen de joodse religieuze tradities voor de Katsen nauwelijks een rol van betekenis. Svetlana is niet-joods. Beiden hebben op Merets gestemd. ""Wij willen een westerse maatschappij. De religieuze leiders staan ons absoluut niet aan. De verkiezingscampagne van de sefardische orthodoxe Shas-partij was net een partijvergadering! Ze eisen absolute gehoorzaamheid. Dit land bestaat uit clans, die stemmen op grond van natie en religie. Likud heeft ons volkomen links laten liggen en het kapitalisme in Israel alleen maar schade toegebracht. Je kunt niet leven in zo'n gesloten maatschappij als deze.'' Over de bezette gebieden houden de Katsen er verlichte opinies op na, ze zijn voor autonomie, al lijkt een onafhankelijke Palestijnse staat ze te gevaarlijk. ""De toestand in de Gazastrook is een nachtmerrie. De Arabieren worden als slaven gebruikt, hoe kun je dan verwachten dat ze ons goed gezind zijn?''

Discriminatie

Als er iemand is die Sergej en Svetlana over hun begintijd heen heeft geholpen dat is het hun "grootmoeder', de Israëlische Rivka Gissis. Bij Gissis, die voor haar pensionering bij de Jewish Agency werkte, komen regelmatig zo'n veertig Russen over de vloer. Ze praat met ze tot haar tong blauw ziet, regelt kleren en meubels en hoewel ze beweert dat politiek in haar huis taboe is, kan het geen toeval zijn dat al haar Russen op Merets hebben gestemd. ""Het ministerie van absorptie kan de stroom niet aan,'' zegt Gissis. ""De vroegere centra voor absorptie functioneren niet meer, met het gevolg dat de Russen na aankomst op het vliegveld direct in handen vallen van allerlei oplichters. In de jaren zeventig was het moeilijker om Rusland te verlaten, maar de opvang was beter. Nu hebben we eigenlijk te maken met een vluchtelingenstroom. Ik hoor ook weer steeds meer verhalen over antisemitisme.''

Gissis is heel blij dat Likud weg is. In woord prijzen ze de immigratie, maar ze doen niets voor de Russen. ""Het ministerie van absorptie wordt bevolkt door cynische mensen, die vaak geen Russisch spreken en geen enkel begrip hebben voor de noden van de mensen. Likud had de Russen nodig als stemvee, ze kijken nu behoorlijk op hun neus.'' Het "linkse' stemgedrag van de Russen is volgens Gissis meer dan een protest tegen Likud. De Russen zijn veranderd sinds de perestrojka. ""Van vroeger herinner ik me hoe frustrerend het was om met ze te werken. Ze waren zo dociel, ze namen alles maar aan. Nu zijn ze veel kritischer, ze stellen vragen. Een stem tegen Likud was vooral een stem tegen de corruptie, de leugens en de grofheid. Ik ben ervan overtuigd dat veel van het Amerikaanse geld niet bij de immigranten terecht is gekomen.''

Niet alles in de Russen kan Gissis waarderen. Ze zijn vaak racistisch en intolerant. Ze zijn behept met imperiaal denken. ""Dat is helaas een kwestie van generaties. Maar de Russen hebben zich door Likud niet naar de bezette gebieden laten sturen. Ze geloven niet in de Groot-Israel-gedachte, ze willen gewoon vrede.'' Minister van woningbouw Ariel Sharon heeft in de bezette gebieden 60.000 woningen laten bouwen; 20.000 daarvan staan leeg. De Russen willen er niet heen omdat er geen werk is en omdat ze niet als kanonnenvoer willen dienen. De nederzettingenpolitiek heeft Israel een Amerikaanse kredietgarantie van 10 miljard dollar gekost. Likud heeft nauwelijks geïnvesteerd in werkgelegenheid voor de doorgaans goed opgeleide Russen.

De voor 99 % niet-religieuze Russen kunnen ook weinig begrip opbrengen voor de godsdienstige gebruiken van het land. Het is een feit, zegt Gissis, dat niet-joden in Israël worden gediscrimineerd. Veel Russische huwelijken zijn gemengd en ze merken tot hun verbazing dat "nationaliteit' hier net zo'n belangrijke rol speelt als vroeger in Rusland. Velen verheimelijken hun identiteit. ""Het staat in je paspoort en het kan problemen opleveren bij het vinden van werk. Niet-joden kunnen in Israël niet trouwen omdat de wet alleen het religieuze huwelijk erkent. Ze moeten daarvoor naar Cyprus. De religieuze dwang leidt soms tot stuitende dingen. Een Russische vrouw werd opgegraven omdat na de begrafenis werd vastgesteld dat ze niet-joods was! Dat is een enorm schandaal geworden.''

Discriminatie van niet-joden bestaat niet of nauwelijks in Israel, vindt Joeli Edelstein, die in 1987 uit Moskou naar Israel kwam. Edelstein is zionist, in Rusland gaf hij privélessen Hebreeuws aan emigranten. Hij stemde op de Nationale Religieuze Partij, die voor een ondeelbaar Israel is. ""Wel zijn veel niet-joden bang voor dingen die ze niet kennen, huwelijk, scheiding, begrafenisrituelen, besnijdenis, alles wat in handen is van het rabbinaat. Die angst is wel begrijpelijk: Israel is een mononationale staat.''

Het linkse stemgedrag van de Russen is volgens Edelstein niet meer dan een proteststem, waar de Arbeidspartij handig gebruik van heeft gemaakt. ""Onder vier ogen geven activisten van de Arbeidspartij ook toe dat ze heus wel begrijpen dat veel Russen absoluut geen tegenstander zijn van deportatie van de Palestijnen.'' De onvrede van de Russen hangt samen met hun Sovjet-psychologie, zegt Edelstein. ""De identiteit van een Sovjet-burger bestond voor honderd procent uit zijn baan. Werk was alles voor de Russen. Als die zekerheid wegvalt, verliezen ze hun evenwicht.'' Spectaculaire verschuivingen zal hun gedrag niet veroorzaken in de Israelische politiek, denkt Edelstein. ""Rabin kan met deze smalle coalitie geen grandioze veranderingen doorvoeren. Links noch rechts heeft een reële politieke oplossing voor de bezette gebieden. We zitten in een vicieuze cirkel.''

Muziek

Op de hoek van een drukke straat in Tel-Aviv zit een bleke jonge vrouw met een blonde rattekop. Bijna onhoorbaar plukt ze aan de snaren van haar gitaar. Voor haar staat een schaaltje met wat kleingeld. Ira komt uit Sverdlovsk en ze ging op de vlucht voor de honger. Haar man is joods, zij en haar zoontje niet. Zij is gitaarlerares, hij heeft conservatorium, werk kunnen ze niet vinden. Ze maakt een verslagen indruk. ""We willen weg, als niet-jood kun je hier niet leven. Mijn zoontje draagt heimelijk een kruisje om zijn nek. Er is geen werk en geen geld. We willen naar Canada. Weet jij hoe het daar is?'' Tijdens ons gesprek blijft Ira zachtjes doortokkelen. Ze schaamt zich dood, voor haar armoe, voor haar onmacht, voor haar angst. Een man loopt langs en raspt over haar gitaar. Dat is toch geen muziek, zegt hij en loopt lachend verder. Ira kan hem niet verstaan, maar krijgt een kop als vuur. Mijn geld wil ze niet aannemen. Voor je zoontje, dring ik aan. Ze moffelt het snel in haar jaszak. Ik loop verder en kijk om. Ze is al bijna versmolten met de muur achter haar. Een straathoek verderop staan drie vrolijke jongens uit Odessa op hun saxofoon Russische liederen te blazen. Het geld stroomt binnen.

Vooral 's avonds komen ze naar buiten, de Russische muzikanten. Op de zeeboulevard van Tel-Aviv staan ze om de tien meter te strijken, te zingen, te schmieren en te toeteren. Er zijn twee types: de timide muziekleraressen uit de provincie die spelen opdat niemand het horen zal en de mannen die weten hoe ze de sjekels uit de zakken van de Israeli's moeten blazen. Het muzikale niveau van Israel moet door de komst van al die musici minstens een octaaf zijn gestegen.

In de Rubin-muziekacademie in Jeruzalem zijn de toelatingsexamens aan de gang. In het trapportaal hoor je bijna uitsluitend Russisch. Jongens en meisjes lopen ernstig te delibereren over punten en contrapunten, exameneisen en de toekomst. Er hangt een rustige, vastberaden sfeer. De jongeren hebben zo te zien geen moeite met hun nieuwe vaderland. De saxofonist Boris Gammer, oprichter van The Jerusalem Jazz Band en zelf veertien jaar geleden uit Riga gekomen, is tevreden over het niveau van zijn nieuwe leerlingen. ""De Russen zijn erg gedisciplineerd, ze knokken voor hun plaats. De Israeli's zijn veel verwender, maar ook vrijer. De concurrentie is feller geworden en je ziet nu al dat de Russen het niveau van de Israeli's opkrikken.''

De Russen die hun draai hebben gevonden, die hoor je niet, zegt Gammer, je hoort alleen de mensen die ontevreden zijn. ""Wie hoor je klagen? Dat zijn doorgaans de mensen die het in Rusland heel goed hadden en dat waren zij die het meeste stalen. Het hele Sovjet-systeem was gebouwd op diefstal en afpersing. Dat bestaat hier alleen in de grote politiek. Op laag niveau is er niet zoveel oplichterij, dus die mensen raken uit hun doen. In Rusland hadden ze alles, hier hebben ze niets.'' Sovjet-burgers komen moeilijk los van hun stereotiepe denktrant, vindt Gammer. Op straat muziek spelen vinden ze vernederend, beneden hun niveau, ze zijn heel onvrij in hun gedrag, het zijn fatsoensrakkers. Ze hechten erg aan hun opleiding. De Israeli's zitten daar helemaal niet mee.

Toch is Gammer optimistisch. Net als de vorige golf zal ook deze opgaan in de Israelische maatschappij. ""Kijk naar mijn vader. Hij is tachtig, als arbeider heeft hij in de Sovjet-Unie zijn hele leven gesappeld voor een pensioen dat, zoals hij zelf zegt, maar één mogelijkheid openliet: het loodje leggen. Israel, zegt hij, heb ik nooit een stuiver gegeven, en toch doen ze àlles voor me. Hij heeft afgezien van een hoog pensioen omdat hij vond dat hij dat niet verdiend had. Hij leeft van 700 sjekel per maand en is dik tevreden.''

Afgezien van het warme klimaat voelt Gammer zich in Israel zeer op zijn gemak. Alleen met de jazz gaat het slecht: de twee enige fatsoenlijke jazzclubs in het land zijn wegens gebrek aan belangstelling gesloten. En hoe staat het met de Russisch-joodse humor? ""De Israeli's begrijpen onze grappen niet, omdat ze de Sovjet-maatschappij niet hebben gekend. Het leven is hier veel te ernstig. Het joodse gevoel voor humor gedijt alleen in de diaspora.''

Niet alleen de Russische muzikanten bepalen het straatbeeld in Tel-Aviv. Lig je op het strand en sluit je de ogen, dan waan je je in een badplaats aan de Zwarte Zee: overal klinkt Russisch. De kiosken verkopen een keur aan Russische kranten en op veel winkelruiten staat: Hier spreekt men Russisch. Als de avond valt en de prijzen dalen, komen de Russen naar de Karmel-markt. Tussen de "sjekel-sjekel-sjekel' schreeuwende marktkooplui schuifelen echtparen met boodschappenkarretjes. Je haalt ze er zo uit. Ze keuren, proeven, schudden hun hoofd. Ze zijn niet populair, want ze hebben geen geld. In de slagerssteeg wordt opgeruimd. Dikke slagers spuiten hun glibberige hakblokken schoon. Links en rechts slingert slachtafval. Een Rus graaft, een plastic zak als handschoen gebruikend, in een bak vol kippekarkassen. Hij selecteert uitsluitend knalgele kippepoten en stopt ze in zijn tas. Vanavond kippepotensoep.