ANC: de onderhandelingstafel of de straat; "Als wij niet de leiding nemen, doen de mensen het zelf'

JOHANNESBURG, 25 JULI. Jeremy Cronin is communist, ANC-bestuurder en dichter. Zijn bestaan als apparatsjik, zoals hij zichzelf lachend noemt, heeft de poëzie verdrongen. Soms klinkt zij zacht door in zijn politieke werk.

"De boot, de kraan en de Leipzig-weg' heet de nota die Cronin recent schreef - een poëtische noemer voor een hard strategiedebat binnen de Zuidafrikaanse bevrijdingsbeweging. Kernvraag: moet het ANC doorgaan om in "elite-onderhandelingen' met de regering-De Klerk een overdracht van de macht te bereiken of moeten de zwarte "massa's', bij gebleken onbetrouwbaarheid van de tegenpartij, de straat op en het regime als in Oost-Duitsland weg demonstreren?

Zoals het een romantisch politicus betaamt geeft Cronin geen eenduidig antwoord. Hij formuleert "een kritiek' op drie strategieën van oplopend radicalisme die binnen de alliantie van ANC, Zuidafrikaanse Communistische Partij en de machtige vakbeweging Cosatu de ronde doen. Het stuk geeft het klassieke dilemma weer van de bevrijdingsbeweging die politieke partij wordt, terwijl de aanhang zo ver nog niet is en resultaten wenst. Want Nelson Mandela is alweer tweeënhalf jaar vrij, het ANC even lang bovengronds, maar geen zwarte heeft in Zuid-Afrika zijn stem uitgebracht.

“We zijn allemaal een beetje in de war”, zegt Cronin, lid van het ANC-hoofdbestuur en de leiding van de communistische partij. Hij bracht zeven jaar door in de gevangenis vanwege het schrijven van een ondergrondse nieuwsbrief. Hij leefde twee jaar in ballingschap. “We hebben na de legalisering van onze partijen niet echt onze weg weten te vinden. Dat debat sluimerde, en het komt nu in een tijd van crisis weer naar boven.”

Het ANC heeft de onderhandelingen met de regering over een nieuwe, non-raciale grondwet vorige maand afgebroken vanwege het bloedbad in het zwarte woonoord Boipatong. Het grijpt terug op zijn traditionele wapen van "massa-acties', waarmee in de jaren vijftig de eerste apartheidswetten werden bestreden en dertig jaar later de townships onbestuurbaar zijn gemaakt. De acties zijn niet alleen bedoeld om de regering onder druk te zetten, maar ook om de band te herstellen tussen de leiders en de achterban, die door het aanhoudende geweld en niet-waargemaakte verwachtingen steeds strijdlustiger wordt.

Jay Naidoo, secretaris-generaal van Cosatu, verwoordde vorige week de klempositie. “Als wij niet de leiding nemen, doen de mensen het zelf. Dan is het anarchie. Dit is onze laatste kans, anders worden de townships no go-areas - ook voor ons.” Vandaar nu de campagne van "rollende massa-acties'. Het scenario voorziet in een eerste fase van propaganda. In fase twee, die inmiddels aan de gang is, worden overheidsgebouwen bezet. De acties worden vervolgens verlegd naar de thuislanden en de stedelijke centra. Hoogtepunt moet een algemene staking van twee dagen zijn, die op 3 augustus begint. De alliantie besloot donderdag tot de staking gevolgd door drie dagen waarin de steden worden lamgelegd en de economie feitelijk tot stilstand moet komen. De poging om in onderhandelingen tussen de werkgeversorganisatie Saccola en de vakbeweging Cosatu tot een "handvest voor vrede, democratie en economische reconstructie' te komen en zo de staking te voorkomen, liep deze week stuk.

Zelfs als De Klerk voordien zou toegeven aan alle eisen van het ANC voor het bestrijden van het geweld en het weer op gang brengen van de onderhandelingen zal het moeilijk zijn de machine te stoppen. “Het valt de mensen nauwelijks meer uit te leggen dat de staking niet zou doorgaan”, zei een hoge Cosatu-functionaris. Bovendien staart het ANC in de groeiende kloof tussen de onderhandelaars en een ongeduldige, actie-verslaafde generatie - het heeft de acties in zekere zin nodig voor intern gebruik.

"De boot' staat in Cronins nota voor de Don't rock the boat-strategie, die binnen het ANC door de gematigde vleugel wordt aangehangen en die De Klerk en de internationale gemeenschap het liefst zien. Het gevaar komt in Zuid-Afrika van extreem-links en extreem-rechts, dus het gematigde centrum - de Nationale Partij en het ANC - moet een pact sluiten. De nadruk ligt op onderhandelingen; de samenleving, de boot, moet zo min mogelijk in beweging gebracht. Het is een lijn die het ANC feitelijk volgde, tot het de overtuiging kreeg dat De Klerk er een "dubbele agenda' op nahoudt. Cronin: “De regering heeft duidelijk naast het onderhandelen de strategie van de low intensity warfare. Daar ben ik absoluut van overtuigd. Je ziet een klassiek patroon van massieve destabilisatie van het ANC door het geweld en door het vermoorden van de tweede en derde laag leiders, waardoor een gat ontstaat tussen het hoofdkantoor en de basis.”

"De kraan' is de tactiek die de ANC-alliantie nu volgt. De leiders draaien de kraan van de massa-acties open wanneer ze druk op de onderhandelingen willen zetten. Zijn de eisen ingewilligd, dan kan de aanhang weer van de straat. Cronin wijst erop dat het steeds moeilijker is de aanhang te motiveren. Hoe vaker de kraan wordt gebruikt, hoe minder effectief hij wordt.

De Leipzig-weg heeft binnen het ANC, vooral de jeugdafdeling, enorm aan populariteit gewonnen sinds het afbreken van de onderhandelingen. Er is een stroming die gelooft dat de zwarte meerderheid met een staking van onbepaalde tijd de regering uit Pretoria kan verjagen. Cronin vindt het een aantrekkelijke gedachte (“Ik heb het vijftien jaar geprobeerd”), maar acht de uitvoering onmogelijk. De opstanden in Oost-Europa waren vooral mogelijk door de veranderingen in de Sovjet-Unie en de machtsverschuiving in de wereld. “Hier hebben we een veel harder, cynischer bewind met veel meer internationale steun, terwijl de steun voor ons juist is afgebrokkeld.” Bovendien is het Zuidafrikaanse leger volgens Cronin alleen maar sterker geworden, nu het niet meer hoeft te vechten in de omringende landen. De flirt met deze strategie is gevaarlijk, omdat het succes ervan “op zijn best onzeker” is.

Cronin kiest voor geen van de drie opties. Hij is vóór onderhandelingen en is zelf deelnemer aan de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa). Tegelijk vindt hij een permanente “achtergrondmuziek van massa-strijd” voor lange tijd noodzakelijk om Zuid-Afrika te democratiseren. Hoewel aarzelend - de Zuidafrikaanse communistische partij is bang voor stigmatisering - geeft hij als voorbeelden Cuba (“ondanks de schendingen van de mensenrechten”) en het Nicaragua onder de Sandinisten. Daar is het volk volgens hem betrokken (geweest) bij de macht in een “participerende democratie”.

De regering-De Klerk ziet de alliantie met de communistische partij (SACP) als voornaamste oorzaak van de onbuigzame opstelling van het ANC. Veel blanken geloven dat de communistische partij een verborgen agenda heeft: via het ANC aan de macht komen voor het laatste grote socialistisch experiment. Cronin brengt daar het geijkte verhaal van zijn partij tegenin. De SACP heeft fouten gemaakt in het verleden door Moskou in alles blind te steunen, maar de partij is nu voor een meerpartijendemocratie en een gemengde economie met een grote publieke sector. “De verschillen in Zuid-Afrika zijn veel te groot voor een verfijnde structuur van sociaal-democratie tegenover christen-democratie. Ik zou willen dat de Nederlandse problemen onze oplossingen waren. De communistische partij hier heeft zestig jaar vooropgelopen in de strijd tegen de apartheid. Je moet ons zien als een communistische verzetspartij, zoals in Europa. Het is alleen te hopen dat we na de oorlog niet worden vergeten.”