Aidscongres in Amsterdam na een week beëindigd; Geen nieuwe hoop op genezing

AMSTERDAM, 25 JULI. De wetenschappers op het aidscongres deze week in Amsterdam hebben de groeiende aantallen patiënten geen sprankje hoop op genezing kunnen geven. Er zijn enkele nieuwe medicijnen in aantocht die, zoals AZT, de groei van het virus onderdrukken. De overlevingsduur van de patiënten lijkt toe te nemen als de medicijnen gecombineerd worden toegediend. Maar slechts een enkele spreker durfde te voorspellen dat over enige jaren een cocktail beschikbaar is waarmee veel seropositieven langdurig ziektevrij kunnen overleven.

Ook de vraag hoe het aidsveroorzakend virus uiteindelijk het afweersysteem van de patiënt sloopt, zodat infectieziekten de dood veroorzaken, is nog lang niet beantwoord. De rij CD4-, CD3-, CD8-, TH1-, TH2-cellen die een rol spelen in de afweer tegen het virus wordt steeds langer.

Zeker is dat seropositieven die hun infectie lang en ziektevrij overleven een virusvariant hebben die niet erg snel groeit. Om nog onbekende redenen kan het virus plotseling kwaadaardiger worden waardoor de ziekte sneller verschijnt. Op het Amsterdamse Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst is een test ontwikkeld die de snelle en langzame virusvarianten vrij goed onderscheidt. Seropositieven kunnen nu in een vroeger stadium weten wat hun kansen zijn. Die wetenschap is niet altijd leuk, ook al omdat bekend is dat AZT tegen het snelle virus nauwelijks meer effectief is. Een lichtpunt is dat de test in Amsterdam zal worden gebruikt om patiënten te selecteren voor instroom in een onderzoek waarin naast AZT nog andere HIV-remmende medicijnen worden gegeven.

Het onderzoek naar vaccins is een verhaal apart. Ongeveer 15 aidsvaccins worden momenteel bij kleine groepen mensen getest. De onderzoekers zelf verwachten dat de eerste vaccins misschien over vijf jaar op de markt komen. Het is de vraag of dat lukt, want het opzetten van de noodzakelijke effectiviteitsonderzoeken is moeilijk en de wetenschappelijke twijfel over de werking neemt toe. Tenslotte zijn er deskundigen in de gezondheidszorg die met angst het vaccintijdperk zien aanbreken.

De vaccins worden op het ogenblik nog gegeven aan kleine groepen vrijwilligers. In deze zogenaamde fase I en II trials wordt onderzocht of de vaccins veilig zijn en of er een reactie van het afweersysteem volgt. In gezonde vrijwilligers wordt een preventief vaccin onderzocht, dat een infectie moet verhinderen of de gevolgen ervan moet verzwakken. In de toekomst zou daarmee een hele bevolking of een risicogroep kunnen worden gevaccineerd.

In andere onderzoeken krijgen seropositieve mensen vaccin toegediend. Er is dan sprake van een therapeutisch vaccin, of beter gezegd van immunotherapie. Daarbij wordt het afweersysteem "opgepept' zodat het langer duurt voor seropositieven aids ontwikkelen. Het afweersysteem blijkt inderdaad te reageren, maar het is nog te vroeg om te kunnen concluderen dat daardoor het begin van de ziekte wordt uitgesteld. In Amsterdam werd één onderzoek gepresenteerd waarbij het therapeutisch vaccin aan aidspatiënten werd gegeven. De 14 geteste patiënten bleken niets meer aan het vaccin te hebben.

Na de fase I en II studies moet in toekomstige fase III studies de werkzaamheid van de vaccins nog worden aangetoond. In een werkzaamheidsonderzoek krijgen mensen, door het lot bepaald, een vaccin of een nepmiddel toegediend. Na twee à drie jaar wordt gekeken hoeveel mensen uit de behandelde groep en hoeveel mensen uit de nepmiddel-groep seropositief werden.

Dr. Daniel Hoth van het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases rekende voor dat van een miljoen mensen, waarvan aanvankelijk 10 procent seropositief is en ieder jaar 5 procent seropositief wordt, na 4 jaar zonder vaccinatie er ruim 400.000 seropositief zijn. Wordt er een vaccin ingezet dat bij 60 procent van de mensen werkt, dan daalt dat aantal tot 258.000. Een grotere werkzaamheid dan 60 procent verwacht Hoth van de eerste vaccins zeker niet.

Om binnen een paar jaar in een trial met 2.000 tot 5.000 vrijwilligers betrouwbaar de werkzaamheid van zo'n 60-procents-vaccin aan te tonen, moet zo'n onderzoek plaatsvinden in een land met een hoog percentage besmette mensen en een hoog percentage nieuw-geïnfecteerden. Zulke populaties bestaan in het westen niet.

“Wreed genoeg heeft Oeganda een bevolking die aan de eisen voldoet. Dat wil echter niet zeggen dat we alle onderzoekers voetstoots toelaten. We willen wel samenwerken, maar ons niet laten gebruiken,” zei dr. Stephen Lwanga van de Ugandese aidscommissie op het aidscongres in Amsterdam. Oeganda heeft zich, met Rwanda, Thailand en Brazilië, tegenover de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bereid verklaard om vaccintrials toe te laten. Maar niet zonder voorwaarden.

Oeganda eist dat de vele en geavanceerde tests in eigen land door eigen, daartoe opgeleide mensen worden uitgevoerd en dat de gebruikelijke ethische regels worden opgevolgd. Onder applaus van de zaal zei Lwanga: “Aidsmedicijnen zijn te duur voor onze nationale gezondheidszorg. Als wij meedoen aan de trials zullen we van te voren moeten weten dat geneesmiddelen en vaccins betaalbaar beschikbaar komen.” De WHO onderhandelt momenteel met farmaceutische industrieën en de vier landen over de voorwaarden voor verantwoorde vaccintrials.

De voorlopige resultaten van de proeven in mensen laten zien dat in vrijwel alle gevallen de antilichamen tegen het virus in aantal toenemen. Soms worden ook de specifieke afweercellen die het virus opruimen alerter. Antilichaam- en celafweer zijn twee te onderscheiden reacties.

Prof.dr. Jonas Salk, uitvinder van het polio-vaccin, presenteerde op het aidscongres een nieuwe en verontrustende theorie. Volgens Salk helpt uitsluitend de celafweer tegen de HIV-infectie, maar zou een hoog gehalte antilichamen zelfs gevaarlijk zijn en de infectie kunnen versnellen. Salks collega's erkenden dat de celafweer belangrijk is, maar dat antilichamen gevaarlijk kunnen zijn, accepteren ze niet voetstoots. Op een moment dat de eerste werkzaamheidsonderzoeken worden voorbereid is er dus een belangrijke wetenschappelijke controverse over de wenselijke werking van vaccins ontstaan.

“Zolang er geen "steriliserende' vaccins zijn, die het virus helemaal uit het lichaam verwijderen, wordt het probleem van HIV in de bevolking niet opgelost, maar alleen maar vergroot,” zei dr. June Osborn van de Amerikaanse National Commission on Aids. Zij besprak de verwachte consequenties voor de gezondheidszorg in het aidsvaccintijdperk. Mensen die met een niet-steriliserend vaccin zijn geënt worden niet of nauwelijks ziek, maar kunnen wel besmet raken en daardoor ook anderen infecteren. Osborn: “De meeste mensen nemen aan dat het ergste voorbij zal zijn als er een vaccin beschikbaar is, maar een vaccin lost de problemen niet op. Als rustig achterover leunen zodra er een vaccin is, en de preventie vergeten, verergert de toestand alleen maar.”