Abram de Swaan is meer dan een deftige professor

De Orangerie, zaterdag, Ned.1, 22.06-22.50u.

Het zijn tamelijk deftige gesprekken die Peter Brusse het afgelopen seizoen heeft gevoerd in de Orangerie. Daar is niks mis mee. Maar wie vanavond in de laatste aflevering van dit seizoen voor het eerst kennis maakt met de socioloog Abram de Swaan, ziet een zeer afstandelijke professor die de maatschappij heel aardig vindt - zoals een entomoloog uren kan kijken naar een mierenhoop.

Terwijl juist De Swaan toch meer dan een deftige professor is. Hij heeft zich in het verleden voldoende ingelaten met journalistiek, kunst, sport en politiek om geen ivoren-torenbewoner te heten. Maar na de plotse vraag van Brusse: “Bent u niet bang dat er een massacultuur komt”, kan de visie op cultuur uit de mond van de professor alleen nog maar snobistisch klinken, al geeft hij nog zo'n relativerend antwoord. Al zegt hij dat de botsing van traditie en moderniteit juist heel wat creativiteit oplevert. En dat is jammer, want hij méént zo overduidelijk dat "Oerend Hard' van Normaal “een van de beste Nederlandse liederen aller tijden” is, “een klein boerendrama - en nog mooi gezongen ook”.

De hele sfeer van het programma draait de antwoorden van De Swaan een kwartslag. Zijn bijna aforistische uitspraak: “Iets kan meestal pas kunst worden als gewone mensen er geen plezier meer in hebben”, zal de kijker te zeer op De Swaan zelf betrekken, te weinig op de socioloog. Zeker als hij ook zegt dat de gewone mensen uitgekeken zijn op Laurel en Hardy, “en dus lachen wij er weer om”.

Ook de relativering van zijn vak en zijn positie krijgt tegenover een zo beleefde ondervrager iets kokets. Toch heeft De Swaan gelijk, hij is “wereldjeberoemd - in een wereldje van honderd mensen”.

Peter Brusse voert een gesprek met professor de Swaan. En hij maakt het hem niet al te lastig. Terwijl De Swaan zich toch af en toe blootstelt aan zulke vragen. Als hij vertelt hoe hij zich door Cubaanse propagandamachine door het land heeft laten voeren en ten slotte merkt dat hij op de model-coöperaties het vlees van de boeren zit te verstouwen, vraagt dat om een kritischer opmerking dan: “Dus toen ging u terug naar Nederland”.

Met dat al blijft het een verademing om warempel drie kwartier achter elkaar dezelfde persoon aan het woord te horen. Misschien dat buikspreker Theo van Gogh nog eens met Abram de Swaan moet spreken.