"Wij begrijpen Irakezen beter dan zijzelf'

Rolf Ekeus, de voorzitter van de Speciale VN-commissie die toeziet op de ontmanteling van de Iraakse massa-vernietigingswapens, speelt een belangrijke rol in de jongste confrontatie tussen de VN en Irak. Hij probeert Bagdad ertoe te bewegen zijn inspecteurs alsnog toegang te verlenen tot het ministerie van landbouw, waar verdacht materiaal zou liggen opgeslagen. Ekeus (1935) gaf onderstaand vraaggesprek gistermiddag in New York.

Waarom denkt u dat de Irakezen iets van belang verbergen in het ministerie van landbouw?

“Wij hebben gegronde redenen om aan te nemen dat zich binnen dat gebouw iets bevindt dat van belang is voor alle vier wapencategorieën waarop een verbod ligt. Ik kan u mijn bronnen niet noemen en misschien zitten we verkeerd, maar het moet geverifieerd worden.”

Waarom zou datgene wat u zoekt zich nog in het gebouw bevinden? Documenten zijn gemakkelijk genoeg naar buiten te smokkelen of te vernietigen.

“Het gaat niet alleen om documenten, hoe belangrijk die ook kunnen zijn. Wij denken aan apparatuur en het zou zelfs wel eens een groot ding kunnen zijn. Er is hier een zekere logica: we weten door combineren en deduceren dat de Irakezen over bepaalde materialen en apparatuur beschikken, die wij niet konden vinden en waarover zij geen rekenschap willen afleggen. We blijven het spoor volgen tot we een geloofwaardige verklaring hebben.”

Wordt Irak opnieuw een militaire macht als het de kans krijgt?

“Ze willen inderdaad die optie niet opgeven. Ze kunnen dit hoofdstuk gewoon niet afsluiten. We hebben het grootste deel van Iraks wapenarsenaal in kaart gebracht, en vrijwel alle nucleair-gerelateerde apparatuur vernietigd, al bestaan er misschien nog ergens wat oudere faciliteiten. Maar wat betreft de biologische wapens ligt de zaak veel onduidelijker. Wij hebben ons een algemeen theoretisch beeld kunnen vormen van hun biologische wapens, waarvoor we in eerdere inspecties aanwijzingen hebben gevonden. Maar er moeten nog steeds ergens componenten aanwezig zijn - ook al ontkennen ze het - waarmee nieuwe biologische wapens gemaakt kunnen worden.”

Waarom besloot u het inspectieteam woensdag van het ministerie terug te trekken? Kon de veiligheid niet gewaarborgd worden door VN-manschappen?

“De opdracht was toezicht te houden op het gebouw, zodat er geen materialen konden verdwijnen. Wat er ook zou gebeuren. Maar de fysieke dreiging door de menigte werd zodanig dat de verantwoordelijke hoofdinspecteur ter plaatse woensdag opdracht gaf in te pakken. Dat was, mijns inziens, een juiste beoordeling van de situatie. Na een reeks van bedreigende gebeurtenissen in de voorafgaande dagen werd woensdagochtend een VN inspecteur in zijn auto aangevallen door een demonstrant met een vleespen. Onze man kon de aanval afweren, maar de Iraakse bewakingsdienst deed niets om hem te ontzetten. Waarom we niet voor onze eigen veiligheidsdienst gezorgd hebben? Dat gaat wel wat ver als je met twaalf inspecteurs in een land met zo'n achttien miljoen inwoners opereert. De Irakezen hebben volgens internationaal recht de verantwoordelijkheid onze veiligheid te waarborgen.”

Was de huidige impasse niet te voorzien, gezien Iraks eerdere obstructie van uw inspectiewerk?

“Allemaal wijsheid achteraf. Irak moet begrijpen dat het in zijn voordeel is met ons samen te werken. Ze verliezen hun massavernietigingsmiddelen, en daarmee de mogelijkheid de regio te intimideren. Maar ze blijven het recht behouden op conventionele wapens, een luchtmacht, zware tanks, artillerie en moderne communicatiemiddelen. Dat is verder onze zaak niet.”

Dus u blijft toegang tot dat overheidsgebouw in Bagdad eisen?

“We geven het niet op. Maar we hopen een manier te vinden om deze zaak af te handelen samen met Irak. We kunnen niet zonder hun medewerking. We kunnen ons niet naar binnen dringen. Als Irak besluit dat we daar niet naar binnen mogen, dan hebben zij het laatste woord. Met als gevolg dat de hele procedure vertraagd wordt. Het olie-embargo tegen Irak wordt opgeheven zodra wij een compleet en gedetailleerd beeld hebben van hun massavernietigingswapens, en daarover aan de Veiligheidsraad kunnen rapporteren. Ik probeer de Iraakse autoriteiten telkens weer uit te leggen, dat Irak en de Verenigde Naties een gemeenschappelijk belang hebben om dit hoofdstuk af te sluiten. Het zou hun internationale isolement beëindigen. Soms heb ik de indruk dat wij, in onze pogingen hen te helpen, de Irakezen beter begrijpen dan zijzelf.”