Voor ploegarts Rijckaert omvat functie meer dan puur medische begeleiding; Breukinks exhibitionistische prikkel

TOURS, 24 JULI. De spanning staat op zijn gezicht te lezen, als Erik Breukink op weg naar de eetzaal tegen ploegarts Rijckaert zegt: “Niet het geheim vertellen hoor”. De Belgische sportarts, die sinds kort het PDM-team begeleidt, glimlacht en zegt dan om aan te geven dat hij de opmerking van de renner heeft doorzien: “Ja, ja, hij gaat een goede tijdrit rijden.”

Even tevoren had ploegleider Jan Gisbers een andere visie gegeven. “Je hebt een enorme stress nodig om een goeie tijdrit te rijden. Maar die stress is er niet, als je voor de zevende plaats in het klassement moet rijden.”

Niet dat Gisbers geen vertrouwen had in een goeie prestatie van Breukink in de tijdrit van vandaag van Tours naar Blois. Zeker. Maar Breukink zal het moeten afleggen tegen Indurain. Om het verschil in belangen op drie dagen voor het einde van de Tour aan te geven: “Je moet als renner het gevoel hebben dat je de sterkste bent. En dat gevoel heeft Indurain. Dat gevoel dat hij de Tour zal winnen, dat heel Spanje op de televisie meekijkt en hem in de sterkste momenten van zijn leven ziet. Dat geeft ontspanning, dat geeft hem vleugels.”

Gisbers probeert nog eens uit te leggen dat Breukink naar het einde van de Tour “toch alweer een bepaald niveau bereikt, maar toch niet de topvorm die nodig is om hoog te scoren”. Hij weet dat je alleen tot het uiterste kunt gaan als je in topvorm bent. “Als je niet in vorm bent kun je niet teleurstellen. Dan zit er niet meer in. We mogen dan wel chauvinistisch zijn, maar een favoriet is Breukink nooit geweest in deze Tour. Dat is dan van verschillende factoren afhankelijk. Voorbeelden. Ten eerste steekt Indurain anderhalve klasse boven iedereen uit. En ten tweede is Erik een renpaard. Hij zou boven Indurain kunnen uitstijgen, maar hij is meer kwetsbaar dan Indurain. Er zit geen regelmaat in. En waar dat aan ligt, dat is niet te zeggen.

“De voorbereiding is goed geweest. Er is toch alles al geprobeerd in de afgelopen jaren. Nu heeft hij dan de Ronde van Spanje gereden. In de eerste tijdrit daar vloog hij. En hij kon nog harder. Maar we hebben hem moeten afremmen. Hij mocht geen risico's nemen. Dan heeft hij van die dagen. Toen hij later uit het klassement wegviel, was de druk weg in de tweede tijdrit. Deze Tour zit er niet méér in. De concurrentie is sterker geworden. Het tempo is verschrikkelijk omhoog gegaan. De Italianen zijn sterker geworden. We weten dat Italië het centrum is van de medische preparatie. En dat is niet negatief bedoeld. En iedereen neemt het langzaam over. Zoals wij dat ook proberen. Waardoor bijna alle renners nu nog steeds gezond zijn. Het verschil tussen de sterksten en de zwaksten wordt steeds groter.”

Rijckaert is een sportarts die sinds 1974 naast veel andere sporters wielrenners begeleidt. Hij was lid van een medische commissie die in België onderzoek deed naar hartdoping in de sport, mede omdat in zijn praktijk een sportman aan een hartaanval overleed. Hij ziet de begeleiding van sportmensen veel ruimer dan Gisbers. “Het is sociologisch, antroposofisch, psychologisch, en zeker niet alleen medisch. De buitenwacht legt altijd alle aandacht op de medische begeleiding. De medische kant is interessant, maar nooit doorslaggevend. Het gangbare idee dat het wel zo is, getuigt niet van inzicht en intelligentie.”

De natuur maakt al het verschil. Niet iedereen is hetzelfde. Je kunt niet van iedereen hetzelfde verwachten, je kunt zelfs niet verwachten dat topsporters goed getraind, perfect begeleid prestaties neerzetten alsof je ze kunt programmeren. Die fout wordt helaas gemaakt, weet hij. Hij wijst op Claudio Chiappucci. “Iedereen geniet van van hem. Het is een kindmens. Je herkent het ook aan zijn sterke moederbinding. Die vindt alles mooi, die denkt niet aan verliezen. Die lacht maar omdat het leven hem toelacht. Totdat hij een keer uitglijdt en ze hem belachelijk gaan maken. Dan is het voorbij. Hij is misschien niet erg intelligent, slim wel, maar hij heeft geen last van druk, van complexen.”

Rijkckaert trekt de vergelijking met sportmensen met een andere instelling. “Intelligentie leidt tot nadenken over wat er met je gebeurt, wat er met je kan gebeuren, met je lichaam, wanneer je verliest, wanneer je wint. Je denkt vooruit.”

Erik Breukink zou tot deze categorie kunnen behoren. Rijkckaert: “Hij heeft bij laboratoriumtesten ongelooflijk goede uitslagen. Verwonderlijk zelfs. Hij gaat pas bij een hartslag van 182 tot 185 verzuren. Maar testen zeggen niets. Ze zeggen wat over je kracht in het laboratorium. Maar wat kan er niet allemaal gebeuren onder andere omstandigheden? We zouden dat allemaal graag willen weten. Maar dat is niet te onderzoeken. Het is complex, we kunnen niet weten wat er in een lichaam en een geest gebeurt, en hoe ze op elkaar inwerken.”

Dat Breukink mogelijk gebukt gaat onder “prestatiepaniek”, de angst voor publiek en pers te rijden, de angst voor een onzekere toekomst, dat hij misschien wel in grote stilte wel tot zijn grootste prestaties komt, verwerpt ploegarts Rijckaert. “Nee, dat geloof ik niet. Hij heeft toch ergens een exhibitionistische prikkel. Anders wordt hij geen topsporter. Hij moet een drijfveer hebben om anderen te laten zien wat hij kan, hoe goed hij is.”

“De mens is een zwerver die veiligheid koestert”, beseft Rijckaert. “Als je faalangst hebt, steek je af en toe je nek uit, dan val je weer snel terug. Je bent bang dat als je steeds verder omhoog zou blijven gaan, je heel diep kunt vallen.” Dat zou mogelijk bij Breukink kunnen spelen. Maar niet bij Chiappucci. “Misschien is Breukink in zijn leven of in zijn beginjaren van zijn sportloopbaan wel te veel beschermd geweest. Dan ben je voorzichtiger. Dat zijn factoren die een mens in de ontwikkeling van zijn leven blijvend hebben beïnvloed.”

De druk van buiten kan zo sterk zijn, dat het een topsporter een machteloos gevoel geeft, dat hij geen macht meer over zijn eigen kracht heeft. Gisbers wijst op Bugno, die voor de Tour de France tot de grote concurrenten van Indurain werd gerekend. “Die is net als Breukink nooit in topvorm gekomen. En toch wil hij wat laten zien. Aan zijn supporters, aan zijn sponsors en zijn ploegleider, aan de renners die voor hem werken. Dan heb je jezelf niet meer in de hand. Dan word je overmoedig. Dan verlies je alle regelmaat. Dan blijk je ook maar een mens. ”

Rijckaert erkent de druk waaronder topsporters moeten leven. Over Breukink: “Een mens van 27 jaar met zoveel miljoenen guldens op zijn schouders die wil zo snel mogelijk naar Parijs. Die wil er ondervandaan vluchten. Zo snel mogelijk. Die heeft geen rust. Hoe resistent is een mens? Daar draait het allemaal om. En meneer, wat is topvorm? Wat is vorm? Dat is niet uit te leggen. Dat is sporttaal die nergens op is gebaseerd.”