Vlieg me achterna, kameraden piloten

Waarom staan er geen lange rijen voor het Stedelijk Museum, waar nu De Grote Utopie te zien is? Deze verpletterende tentoonstelling bevat meer dan 800 werken van 152 kunstenaars, van Malevitsj en zijn trouwe aanhangers tot toegewijde Stalin-dienaars. Kan men het werk van de kunstenaars los zien van hun politieke opvattingen?

De Grote Utopie, Stedelijk Museum Amsterdam, tot 24 augustus.

Hoeveel zwarte, rode en witte vierkanten van Kasimir Malevitsj zijn er op De Grote Utopie tentoonstelling in het Stedelijk Museum te zien? Behalve het onverbiddelijke Zwarte Vierkant, waarmee hij "alles tot niets' reduceerde en het Rode Vierkant (na 1917 zijn privé-symbool voor de revolutie), telde ik er nog zeventien: op schilderijen en ook op ontwerpen voor feestversiering, tribunes en proletarische gordijnen.

In 1915 schilderde Malevitsj Vier Vierkanten, twee witte en twee zwarte, als een uitvergroot schaakbordfragment. Op het doek Suprematisme, uit hetzelfde jaar, houden een rood en een zwart vierkant een wirwar van geometrische vormen in bedwang. In Suprematisme nr. 58 uit 1916 lijkt de hele compositie, van witte, zwarte en gele balken, door een zwart vierkant te worden gedragen. Op zijn portretten uit de jaren dertig gebruikte hij een zwart vierkantje als zijn signatuur en zelfs op het deksel van zijn suprematistische doodskist prijkte het Zwarte Vierkant. Die doodskist, waarin Malevitsj in 1935 begraven werd, is in het Stedelijk Museum natuurlijk niet te zien, evenmin als zijn grafsteen, die de schilder Nicolai Soeëtin van een zwart vierkant voorzag.

In 1915, toen hij zijn eerste Zwarte Vierkant schilderde, schreef Malevitsj: “Ik heb de kring van de horizon vernietigd en de kring van de dingen verlaten.” Het vierkant symboliseerde niet de dood, of de leegte, zoals sommige critici uit zijn tijd dachten, maar het "gevoel van het object-loze'. Andere schilders riep hij toe: “Vlieg me achterna, kameraden piloten, in het eindeloze. Ik heb de seintorens van het suprematisme opgesteld. (-) Vlieg! De vrije, witte (-) oneindigheid ligt voor u!”

En hij werd nagevlogen. In Vitebsk, waar hij de UNOVIS leidde, een experimentele kunstacademie, had hij geen leerlingen, maar "aanhangers'. De school was georganiseerd als een soort partij en alle leden hadden net als Malevitsj een rood vierkantje als embleem op hun mouw genaaid. Toen hij van Vitebsk naar Petersburg verhuisde, gingen veel van zijn aanhangers met hem mee. Op de tentoonstelling in het Stedelijk Museum is goed te zien hoe trouw sommige van die aanhangers hem waren en bleven. Zo is er van Nicolai Soeetin uit het begin van de jaren twintig eveneens een Zwart Vierkant, iets kleiner dan dat van Malevitsj en op triplex geschilderd. Tussen Malevitsj' schilderijen van eenzame, gezichtloze boerenvrouwen in verlaten vlaktes uit 1928 hangt van Soeëtin het doek Vrouw met zaag, waarin alles, vormen, kleuren en compositie, aan Malevitsj ontleend is. Dat geldt ook voor de schilderijen van bijvoorbeeld Anna Leporskaja (Figuur bij een kleurige zuil en Vrouw met Vaas): ze staan zo dicht bij het werk van haar leermeester dat het moeilijk is om ze te waarderen. (In 1967, jaren na Malevitsj' dood, ontwierp Leporskaja nog een servies, dat ze de naam Feestdag gaf. Het is een strak, wit servies waarvan theepot, suikerpot en melkkannetje met een zwart vierkant zijn versierd.)

Vera Jermolajeva, een andere aanhangster van Malevitsj, durfde zich verder van zijn werk te verwijderen. Op de tentoonstelling hangt een indrukwekkend schilderij van een vrouw met kind uit 1933, waarbij alleen de lege ovale hoofden en de compositie aan Malevitsj herinnert. Jermolajeva werd in 1934 gearresteerd en naar een kamp gestuurd, waar ze in 1938 op 45-jarige leeftijd overleed. Toen ik haar sombere, bijna expressionistische werk bekeek, dacht ik dat dat wel de reden van haar arrestatie geweest moest zijn: het is bepaald geen voorbeeld van de heroïsche proletariërskunst die Stalin verordonneerd had. Later las ik dat ze gearresteerd werd omdat haar broer een mensjewiek was geweest.

Wedloop

Behalve van Malevitsj en zijn navolgers hangen in de erezaal van het Stedelijk Museum ook doeken van Alexander Deineka (1899-1969). De eerste keer dat ik de tentoonstelling zag, was ik getroffen door zijn schilderij De Wedloop uit 1930: drie hardlopers tegen een zwarte achtergrond. Op dat moment wist ik nog niet dat Deineka jarenlang een van de meest gevierde socialistisch-realistische schilders was, die met talloze onderscheidingen (Leninprijs, Held van de Socialistische Arbeid, Gouden Sovjetmedaille) werd vereerd. Hij was een toegewijd Stalindienaar, tot hij in 1949 van "modernisme' werd beschuldigd en ontslagen werd als directeur van de Moskouse academie voor toegepaste kunst. Onder Chroesjtsjov kreeg hij zijn plaats onder de zon weer terug en werd hij zelfs "Volkskunstenaar van de Sovjetunie'. Zulke kennis over een schilder is lastig. Bij een tweede bezoek aan De grote Utopie betrapte ik me erop dat ik geneigd was zijn Wedloop-schilderij minder hoog aan te slaan.

Evenals Deineka was Gustaaf Kloetsis (1895-1938) een communistische propagandakunstenaar, maar op een andere manier: Kloetsis was een constructivist, die aan het begin van de jaren twintig speelse en vrolijke ontwerpen verzon voor van alles en nog wat. In 1919 schilderde hij Dynamische stad, een compositie van geometrische vormen, gemaakt met olieverf, zand en beton op hout, een van de meest wonderbaarlijke schilderijen van de expositie. Tien jaar later beperkte hij zich tot fotomontages, waarin hij foto's van arbeiders, fabriekstorens, juichende massa's en een welgemoed vooruitblikkende Stalin samenvoegde tot affiches met titels als Stalin en de socialistische wederopbouw, en De zege van het socialisme in ons land is gegarandeerd. In de jaren dertig worden die affiches almaar somberder: de vormen massiever, de kleuren donker en troebel. Zijn laatste affiches, uit 1935 en '36, (ze hangen niet op de tentoonstelling) tonen Stalin als een verstard wassen beeld, met onder hem een klappende menigte ledepoppen, een dode, toegejuicht door stervenden. Het lijkt alsof Kloetsis zelf niet meer in de boodschap ("Leve Stalins heldengeneratie van de Stachanovisten') geloofde. Was het deze zwaarmoedigheid in zijn werk die hem in 1938 in een kamp deed belanden? Of had dit (net als bij Jermolajeva) er niets mee te maken? Na de oorlog kreeg zijn familie te horen dat Kloetsis in 1944 aan een hartstilstand was overleden, maar toen zijn zoon in 1989 op onderzoek uitging ontving hij van de KGB het bericht dat zijn vader in 1938 was doodgeschoten. Hij werd er (ten onrechte) van beschuldigd lid te zijn geweest van een Letse fascistische organisatie. De werkelijke reden van zijn arrestatie en zijn ter dood veroordeling is onduidelijk, waarschijnlijk was hij gewoon te lastig (Kloetsis had eens kritiek op een drukker geuit) en niet meegaand genoeg.

Kloetsis, Deineka, Malevitsj, Soeëtin, Leporskaja, Jermolajeva - het zijn maar enkele van de 152 kunstenaars van wie nu werk aanwezig is in De Grote Utopie, De Russische avantgarde, 1915-1932. Het is de mooiste, de meest verpletterende tentoonstelling die ik ooit heb gezien, hoe rommelig en onoverzichtelijk de inrichting ook is. De keren dat ik er was, verbaasde ik me dat er geen lange rij voor de museumdeur stond. Want dat verdient deze tentoonstelling: lange, lange rijen.