Veel lege stoelen in Madrid

MADRID, 24 JULI. De Ibero-Amerikaanse gemeenschap moet zichzelf verder versterken en zich daarbij baseren op de principes van de parlementaire democratie en de vrije markt-economie. Maar liberalisering alleen lost het armoede-probleem niet op en verdraagt zich niet met handelsbarrières op de wereldmarkt.

Dat was de teneur van de twintig toespraken die gisteren werden gehouden bij het begin van de tweede Ibero-Amerikaanse topconferentie in Madrid. Ze werden uitgesproken door negentien staatshoofden en/of regeringsleiders en één minister van buitenlandse zaken, die van Colombia. Alleen Fidel Castro en de bejaarde president Balaguer van de Dominicaanse republiek weken af van deze algemene lijn. De eerste door vooral een stevig protest te laten horen tegen de handelsboycot die de Verenigde Staten dertig jaar geleden tegen zijn eiland zijn begonnen. De tweede door in plaats van de toegestane zeven minuten vijfentwintig minuten spreektijd te nemen voor een lofrede op de Spaanse taal en de Spaanse kolonisering van Latijns-Amerika.

Tijdens de eerste top, die vorige jaar in het Mexicaanse Guadalajara werd gehouden, overheerste een stemming van optimisme en trots. Op de Cubaanse leider na, konden alle aanwezige leiders zich erop beroemen dat ze via min of meer eerlijke verkiezingen aan de macht waren gekomen. Liberalisme, privatisering en de vrije markt waren zo kort na de val van het Sovjet-rijk de toverwoorden. In Madrid blijkt, dat de toekomst er helemaal niet zorgeloos uitziet. Daarop wijzen alleen al de stoelen die leeg zijn gebleven tijdens deze conferentie. President Fujimori van Peru, die zich alleen door ontbinding van het parlement heeft kunnen handhaven, durft wegens een offensief van de linkse guerillabeweging Sendero Luminoso zijn land niet uit. Carlos Andrès Pérez, die dit voorjaar een couppoging overleefde, mag niet van zijn eigen senaat. En César Gaviria van Colombia is op het laatste moment tegengehouden door het opnieuw ontbranden van de oorlog met de drugshandelaren.

Wegens deze buitengewone omstandigheden kreeg de Colombiaanse minister van buitenlandse zaken van koning Juan Carlos, die tijdens de eerste zittingsdag als voorzitter optrad, toestemming om de toespraak van Gaviria voor te lezen. “Het ontwaken van de democratie in Europa en Amerika heeft ons inmiddels geleerd dat het niet genoeg is de dictatuur ten val te brengen om de vrijheid te verwerven, want er bestaat ook nog zoiets als de tirannie van de armoede,” werd daarin gezegd. “Misschien hadden we het vroeger wel makkelijker, toen we alleen maar tegen het communisme en het militarisme hoefden te vechten. Nu weten we dat er meer kwaden zijn.”

Alle sprekers pleitten voor een doorbraak in de GATT-onderhandelingen. “Als dat niet gebeurt zal er een internationale handelsoorlog ontbranden, waarin we allemaal verliezers zullen zijn,” voorspelde de Braziliaanse president Collor de Mello. Vrijheid zonder economische vooruitgang is even onwenselijk als economische vooruitgang zonder vrijheid,” vond Carlos Menem van Argentinië. “Twintig van de 24 meest geïndustrialiseerde landen zijn volgens een rapport van de Verenigde Naties nu protectionistischer dan tien jaar geleden,” zei Rodrigo Borja van Ecuador. Rafael Calderón (Costa Rica) sprak er zijn verwondering over uit dat deze landen “de vrije handel prediken en intussen tariefmuren opwerpen” en verwees daarbij met name naar de plannen van de EG voor een nieuwe heffing op de import van bananen. Spanje en Portugal, de twee Europese deelnemers aan deze conferentie, hebben daar in EG-verband voor gepleit omdat ze hun eigen producenten willen beschermen. De rest van de “Ibero-Amerikaanse familie” vroeg hun gisteren echter om op te komen voor de belangen van hun voormalige koloniën binnen de EG. De Portugese premier Cavaco Silva verzekerde dat zijn land zich daarvoor nog meer dan tot op heden zal inspannen, maar zei niet hoe.