Spreekwoorden die aan een touw voor de hut hangen

De Mimbamba in Angola schrijven niet. Ze gebruiken een stuk touw met voorwerpen er aan om mededelingen te doen en wijsheden te onthouden. Kunnen ze ondanks de afwezigheid van het schrift toch een persoonlijk "handschrift' hebben? luidt de vraag in deze achtste aflevering van de serie over het handschrift.

“Zie je bij de ingang van het dorp een stuk brandhout liggen, neem het dan niet mee. Degene die het daar neergooide, deed dat omdat er nona-mieren in zaten, of de nog venijniger mambungwa-mbobukutu-mieren.” “De palmvruchteter kan alleen maar slapen, als de vezels het toestaan.” “Is de vrouw in lorren gekleed, dan is de man broodmager.”

Dit zijn wijsheden van de Mimbamba uit Cabinda, een Angolese enclave aan de westkust van Afrika. De palmvruchteter kan alleen maar slapen als de vezels het toestaan, betekent bij voorbeeld dat je van een verkeerde daad alleen maar kunt genieten als hij niet uitkomt. Het wordt gezegd tegen mannen die betrapt zijn bij overspel.

De Mimbamba hebben geen schrift. Daarom bewaren ze hun wijsheid, net als veel andere Afrikaanse volkeren, in spreekwoorden. Spreekwoorden zijn gemakkelijk te onthouden. Maar het geheugen was de Mimbamba als bewaarplaats toch niet genoeg. Ze verzonnen een manier om hun spreekwoorden zichtbaar te maken. De voorwerpen die in de spreekwoorden genoemd werden, hingen ze aan een touw. Het touw werd in of voor een hut gehangen. Iedereen die er langs liep, kon er commentaar op geven. Het werd gebruikt als spel, een soort hersengymnastiek, en als hulpmiddel bij het leren van de spreekwoorden aan kinderen.

Het Afrika Museum in Berg en Dal bezit zo'n spreukentouw, geschonken door pater Jan Vissers die 25 jaar in Noord-Angola missionaris was. Er hangen 46 voorwerpen aan het touw. De meeste zijn takjes en stukken bast van verschillende soorten bomen. Maar er hangt aan het touw ook een stuk van een afgekloven maiskolf, de nagel van een groot dier, een stukje houtskool, een gevlochten palmblad en een kies. Het zijn stuk voor stuk onooglijke, nietige voorwerpen die de Mimbamba hebben uitgekozen om hun wijsheid te vertegenwoordigen. Maar samengebonden aan het touw bekoren ze. Hier spreekt een cultuur, ook al kan ik niet verstaan wat er gezegd wordt.

Het touw is in Berg en Dal helaas niet opgehangen. Het ligt nu opgepropt in een vitrine op een tentoonstelling over ouder worden. Van slechts vier voorwerpen wordt verteld wat ze betekenen. Maar in het archief bewaart het museum wel een vertaling van het spreukentouw door pater Vissers. Van elk voorwerp geeft hij de spreuk die erbij hoort, een verklaring en een toepassing. Veel spreekwoorden blijken makkelijk te vertalen in het Nederlands. De pit van de palmvrucht zou bij ons een parel zijn, die je niet voor de zwijnen moet werpen; een stukje maiskolf is hier een bosje hooi, waarvan je niet teveel op je vork moet nemen. Sommige spreuken hebben geen Nederlands equivalent, maar de strekking zou ook hier niet misstaan. Een oude hak (een werktuig voor het wieden van onkruid) aan het touw staat voor de spreuk: "Geef aan de luiaard een hak. Anders worden wij nog door hem beschuldigd'. “Het is beter aan die luiaard een hak te geven, ofschoon we weten dat hij er niets mee zal doen. Maar zo kan hij tenminste niet zeggen: "Het is jullie schuld dat ik niet werk, want ik kreeg geen hak”', geeft pater Vissers als uitleg. Vissers vond zelf meteen een toepassing voor dit spreekwoord: “Onder dit motto stuurde ik eens een katechist naar een rebels dorp. Ik bedoelde er toen mee: Ik weet dat jullie toch je kinderen niet naar de school zult sturen en dat jullie je toch niets van de godsdienst zult aantrekken. Maar omdat ik toch een katechist heb gestuurd, kunnen jullie mij tenminste de schuld niet geven.”

Het spreukentouw is geen schrift. Je kunt er alleen vaststaande uitdrukkingen mee doorgeven, hoewel het Midden-Afrika museum in Tervuren beweert dat je in dit medium ook brieven kunt schrijven. Dit Belgische museum bezit een soortgelijk touw van een ander volk, de Lega uit Zaire. Maar wat er in de brief staat kon het museum mij niet vertellen. Misschien is het een brief die uit louter spreekwoorden bestaat, die in een bepaalde volgorde een verhaal vertellen.

Omdat het spreukentouw geen schrift is, kan er ook geen sprake zijn van een handschrift. Niet in letterlijke, maar volgens Ineke Eisenburger, directeur van het ASfrika Museum, ook niet in overdrachtelijke zin. Het is niet belangrijk welke takjes en strootjes iemand kiest of op wat voor manier hij ze ophangt. “Aan een persoonlijk stempel wordt in Afrika veel minder waarde gehecht dan in onze cultuur”, zegt Eisenburger. Toch ben ik blij dat ik weet wie het Berg-en-dalse spreukentouw heeft gemaakt: Antonio Suarez, een jongeman van ongeveer dertig jaar die een zeer groot zwak heeft voor spreuken, zoals pater Vissers schrijft. De pater kreeg het van hem op 3 augustus 1956.

Spreukentouwen worden nu niet meer gemaakt in Angola. Misschien kunnen wij het gebruik van de Mimbamba overnemen. Het lijkt me een schitterend medium voor liefdesbrieven, persoonlijker en poëtischer dan welk met de hand beschreven roze velletje. Ik zou er in ieder geval een paar Spaanse pepertjes aanhangen. Want "waar wederzijdse liefde is, doet men geen peper in het oogtrechtertje.'