SPD-top loopt met twee waarheden op zak: Het duo Kinkel/Rühe geeft het Duitse buitenlands beleid andere accenten

Iedere politieke journalist die in de jaren zeventig en tachtig in de buurt van het Binnenhof werkte, kent het verschijnsel, of zou het zich kunnen herinneren. Het verschijnsel namelijk dat in discussies over het veiligheidsbeleid nogal wat leden van de Tweede Kamer twee waarheden op zak hadden. Inderdaad: één voor aan de ene kant van het groene gordijn, en één voor aan de andere kant.

Schoolvoorbeeld daarvan was het jarenlang woedende debat over de plaatsing van kruisraketten, waarin heel wat PvdA-deskundigen naast het officiële (absoluut afwijzende) partijstandpunt, onder vier ogen vaak een genuanceerdere opvatting hadden. Uiteindelijk hebben de heren Reagan en Gorbatsjov dit dilemma (en de omstreden kernwapens) uit de wereld geholpen met hun INF-rakettenakkoord. Sommigen van die PvdA'ers is het nadien niet slecht vergaan. Meer dan dat: als het ware mede dankzij de oude heer Reagan zijn enkelen van hen tegenwoordig zelfs minister of staatssecretaris.

In het op 3 oktober 1990 verenigde Duitsland staan leden van de SPD-top voor een min of meer vergelijkbaar dilemma. Zij worstelen namens hun partij met een vraag die zij privé eigenlijk anders beantwoorden dan de partijlijn voorziet. Het gaat hier om de al jaren besproken vraag of Duitse soldaten niet alleen, conform het Navo-lidmaatschap, mogen worden ingezet voor de verdediging van het Navo-gebied (de grondwettelijk zo gedefinieerde Verteidigungsfall), maar ook in vredesbewarende of vredesafdwingende acties van de Verenigde Naties.

Bekend is bijvoorbeeld dat SPD-erevoorzitter Willy Brandt, partijvoorzitter en kandidaat-kanselier Björn Engholm en Hans-Ulrich Klose, de fractieleider in de Bondsdag, en met hen andere SPD-parlementariërs, eigenlijk verder willen gaan dan de officiële partijlijn die vorig jaar april op een congres in Bremen is vastgelegd. Dat congres sprak uit dat de grondwet zou mogen (moeten) worden veranderd, zij het alleen om mogelijk te maken dat Duitse soldaten in beginsel als "blauwhelmen' aan humanitaire of vredesbewarende VN-acties mee zouden kunnen doen. Kampfeinsätze, met welk vredesbevorderend doel ook, bleven taboe. Brandt, Engholm en Klose legden met hun verdergaande pleidooien het loodje en blijven dat doen (zoals woensdag nog bleek uit Kloses bijdrage-volgens-de-partijlijn aan een ingelast debat in de Bondsdag). Brandt, die kanselier was toen de Bondsrepubliek in 1973 VN-lid werd, zonder beperking van de rechten en plichten die daaraan verbonden zijn, noemt zijn partij nu wel eens spottend de Weltmacht SPD.

Inmiddels is alles nog moeilijker geworden. Na de pijnlijke episode van de "cheque-boekdiplomatie' tijdens de Golfoorlog, vorig voorjaar, toen de net verenigde Duitsers alom werden uitgelachen en met ruim 15 miljard mark betaalden voor hun abstinentie, is het argument dat de nog bestaande grondwet van de "oude' (Westduitse) Bondsrepubliek nu eenmaal beperkingen oplegt internationaal steeds minder geloofwaardig en ook nationaal steeds meer omstreden geraakt.

Twee maanden geleden ontmoette de nieuwe minister van defensie, de CDU'er Volker Rühe, nauwelijks weerstand toen hij een medisch detachement van de Bundeswehr onder de VN-vlag in Cambodja plaatste. De ellendige dagelijkse beelden en berichten uit Sarajevo en andere steden in Bosnië-Herzegovina, brachten de SPD er ook toe om niet te protesteren toen Rühe besloot om Duitse militaire transportvliegtuigen (met medisch materiaal en voedsel) te laten deelnemen aan een luchtbrug op Sarajevo.

Pas toen Rühe en de nog nieuwere (sinds 19 mei) minister van buitenlandse zaken, de FDP'er Klaus Kinkel, twee weken geleden op de CVSE-top in Helsinki besloten om eenheden van de Duitse marine groen licht te geven voor de Navo/WEU-actie in de Adriatische Zee (ter controle van het VN-embargo jegens Servië), raakte de SPD gealarmeerd. Zij verweet de regering, die in Helsinki wel héél moeilijk nee had kunnen zeggen, te zondigen tegen de grondwet, een "salami-tactiek' toe te passen waardoor een juridisch onduidelijke "grijze zone' is ontstaan, en bovendien het parlement door het scheppen van voldongen feiten te bruskeren. Maar nu stond de SPD plotseling - óók doordat Rühe en Kinkel de publieke opinie achter zich wisten - voor een groot politiek ongemak, waarvan zij de afgelopen weken oorverdovend blijk gaf.

Het wordt tijd voor drie interessante terzijdes. Het eerste is dat de Duitse coalitiepartijen in het debat over wat de huidige grondwet toelaat, bijna net zoveel boter op het hoofd hebben als de SPD. Ook zij hebben immers ten tijde van de vroegere, Westduitse, Bondsrepubliek - en anders dan praktisch elke staatsrechtgeleerde van naam - die grondwet steeds zo uitgelegd dat Duitsland eigenlijk alleen binnen het Navo-gebied, en alleen in geval van verdediging, militairen zou mogen inzetten. De vandaag zo gekritiseerde grondwettelijke "grijze zone' was gisteren dus nog een algemeen gemak.

Het tweede terzijde is dat de SPD met haar houding nú de vaak twistende coalitiepartners CDU/CSU en FDP dichter bijeenbrengt. Een zwijgende kanselier Helmut Kohl zat eergisteren in de Bondsdag dan ook met genoegen naar het duo Kinkel/Rühe te luisteren. Het derde terzijde is dat dit duo, met Kohls instemming natuurlijk, inderdaad doende is het Duitse buitenlandse beleid andere, eigen accenten te geven.

Daarvan bleek al uit Rühe's snelle afbestelling van het Jäger '90-vliegtuig. En uit Kinkels snelle instemming met Duitse deelneming in de Navo/WEU-actie in de Adriatische Zee, die hij geheel "gedekt' noemde door de bestaande Duitse grondwet. Zoiets bleek afgelopen maandag opnieuw, toen Kinkel in de EG-ministerraad de weigering van Londen en Parijs om mee te doen aan gecoördineerde hulp en opvang voor Bosnische vluchtelingen tegenover de Britse raadsvoorzitter Hurd boos kwalificeerde als “dikke mist”. Kritiek op Britten én Fransen, hoorbaar voor alle collega's? Dat zou Kinkels voorganger Hans-Dietrich Genscher zo niet uit zijn hoofd, dan toch wel uit zijn mond hebben gelaten.

Als het verenigde Duitsland als een groot en "normaal' Europees land wil functioneren, in de VN maar uiteindelijk ook in de Westeuropese Unie als die de veiligheidsarm van de Europese Gemeenschap zou zijn geworden, moet het zijn grondwet op dit stuk gaan veranderen. Daarvoor is een meerderheid van twee derden en dus steun van de SPD nodig.

Na hevige interne discussies hebben de verdeelde sociaal-democraten deze week besloten om een Verfassungsklage in te dienen bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe, de hoogste Duitse rechter. Die moet nu een uitspraak doen over de uitleg van de bestaande grondwet, en daarmee dus een probleem van de politici oplossen. Het is niet gewaagd om te vermoeden dat sommigen in de SPD-top misschien wel hopen dat de opheldering uit "Karlsruhe' de beperkte "officiële' SPD-uitleg afwijst, en haar daarmee tegelijkertijd een nieuw, ruimer, denkkader geeft voor de toekomst.

Voor dat SPD-verzoek om grondwettelijke opheldering klonk uiteindelijk bijval uit de regeringspartijen, die vermoedelijk ook graag door "Karlsruhe' worden bevrijd van de hypotheek van gisteren. Zo kan de hoogste rechter straks voor de grote Duitse partijen doen wat Ronald Reagan (en Gorbatsjov) ooit voor de Nederlandse politiek deed: afrekenen met enige "onbruikbaar' geraakte hypocrisie.