Picasso

Yolande Baillet en Bernadette Theulet: Matisse, de schilder en zijn verhaal. Uitg. Casterman. Prijs ƒ 24,90.

Pascal Bonafoux: Op bezoek bij... Rembrandt. Uitg. J.H. Gottmer. Prijs ƒ 34,50.

Florian Rodari: Op bezoek bij... Picasso. Uitg. J.H. Gottmer. Prijs ƒ 34,50.

Op de lagere school hadden wij museumles van een baardige mijnheer met artistieke vlinderdas. Onvermoeibaar loodste de man ons door ontelbare zalen van het Rijksmuseum en het Stedelijk, om sommige kunstwerken van een in mijn herinnering minstens een kwartier durende toelichting te voorzien. Toen de reeks museumlessen was afgelopen, wist ik wat ik daarvóór ook al had geweten: moderne kunst was raar en "oude' kunst was saai.

Het blijft een moeizame onderneming, het presenteren van kunst op een manier die kinderen aanspreekt. In Matisse, de schilder en zijn verhaal is gekozen voor een uiterst krampachtige constructie. Om leven en vooral werken van Matisse toegankelijk te maken riep schrijfster Yolande Baillet een meisje in het leven dat op de "geweldige' zolder van haar "apeleuke' oma het dagboek vindt van haar betovergrootmoeder. Deze Adeline (ook al een fictieve figuur) bewoog zich begin deze eeuw in dezelfde kringen als Matisse en aan de hand van haar dagboekfragmenten - afgewisseld met commentaar van het meisje en haar oma - krijgen we inderdaad enig inzicht in "de schilder en zijn verhaal'. Baillet doet haar best de man in zijn tijd te plaatsen, maar vergeet op gezette tijden wie haar lezers zijn: in het dagboek genoemde namen als Poiret en Nijinsky worden bij de jeugd bekend verondersteld en zijn zelfs niet meer terug te vinden in de lijst "tijdgenoten' achterin het boek. De "verminkte wereld' van Georges Rouault schreeuwt om een illustratie, maar niks hoor: hoe de man schilderde mogen de lezertjes helemaal zelf bedenken. En dan zijn er de bijna onvermijdelijke kunstclichés die ook in de dagboekfragmenten - zogenaamd geschreven door een geïnteresseerde leek - de kop opsteken: "Hij zoekt de uiterste rationalisatie van de vormen. Henri is echt de schilder van het essentiële.'

Matisse, de schilder en zijn verhaal lijdt onder gebrek aan consistentie. Tegenover tamelijk kinderachtig geschreven passages plaatst de schrijfster moeiteloos voor kinderen onbegrijpelijke zinnen als "De opleiding is veel te academisch'. Een raar, rommelig boek dus. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het beroerde Nederlands waarin het is vertaald.

In de nieuwe reeks kunstboeken die uitgeverij Gottmer uitbrengt onder de enigszins oubollige titel "Op bezoek bij...' gaan Picasso en Rembrandt als eersten onder het mes. Ook hier wordt geprobeerd de lezers dichterbij te halen, en wel door zakelijke informatie af te wisselen met in de ik-vorm geschreven passages waarin de kunstenaar iets vertelt over zichzelf en zijn werk. Bij Rembrandt lukt dat beter dan bij Picasso. Kunstcriticus en Rembrandt-specialist Pascal Bonafoux geeft een helder commentaar bij een aantal van de schilderijen en legt duidelijk uit wat de onderlinge verschillen zijn tussen bij voorbeeld De anatomische les en De staalmeesters.

Ook de tekst die Florian Rodari schreef voor het Picasso-boek is helder en informatief, maar zodra deze kunstcriticus zijn fantasie laat werken wordt het lachwekkend. Ik kan me althans niet voorstellen dat ze in huize Picasso destijds "Picasso, aan tafel! Picasso, beneden komen, er is bezoek!' hebben geroepen - zo ongeveer als sommige intellectuelen hun kat roepen. En wat te denken van de "verbazingwekkende gelijkenis' tussen een "Zittend naakt aan het strand' en een foto van Picasso met zijn zoontje, ook aan het strand en in zwembroek? Ja, zo kan ik het ook.

Bij beide uigaven van "Op bezoek bij...' is de auteur ook verantwoordelijk voor de vormgeving, en dat is geen gek idee geweest, want zowel het Rembrandt- als het Picasso-boek ziet er mooi en overzichtelijk uit. Maar om ze nu aan kinderen van negen jaar - de door de uitgever vastgestelde ondergrens - aan te bieden... nee, dat zou ik niet durven.