Okki Trooi

Van vroeger herinner ik mij een jeugdserie op televisie over een uitvinder, die in allerlei spannende avonturen verzeild raakte. Door ter plekke bizarre uitvindingen te doen ontsnapte deze uitvinder, Okki Trooi genaamd, aan vele bedreigende situaties. Okki Trooi had als gimmick een koffertje, gevuld met krentebollen, dat vooral te onpas openviel.

Deze voormalige Nederlandse kinderheld dankt zijn naam aan het wettelijk monopolie, dat de echte uitvinder krijgt, namelijk het octrooi. Binnenkort wordt de in Nederland geldende Rijks Octrooiwet (ROW) gewijzigd, waarna het er voor sommige bij de octrooiverlening betrokkenen financieel wat somberder uit dreigt te gaan zien. De krenten verdwijnen uit de krentebol. In de toekomst kan iedereen, anders dan het nu gaat, zonder slag of stoot een octrooi krijgen. Indiening van een octrooi-aanvrage leidt dan zonder verder onderzoek tot het begeerde papiertje met "octrooi" als vaak misleidend maar indrukwekkend opschrift.

Tot op heden zijn er, wat voor Nederland geldende uitvindingen betreft, grofweg gezegd twee routes om octrooibescherming te krijgen. De uitvinder kiest òf voor een octrooi dat uitsluitend in Nederland geldt òf probeert een Europees octrooi te krijgen. Op dat Europese octrooi, dat in vele landen geldt en door de Europese Octrooi Raad tevoren min of meer zorgvuldig op geldigheid wordt getoetst, ga ik nu niet verder in. Het exclusief voor Nederland geldende octrooi betreft een wettelijke en puur Nederlandse bescherming voor uitvindingen. Een uitvinding is een nieuw produkt, of deel daarvan, danwel een nieuwe methode van fabricage, die inventief is. Inventief wil zeggen dat voor een doorsnee-deskundige op het betreffende vakgebied de in het octrooi beschreven oplossing voor een of ander (technisch) probleem niet voor de hand ligt.

Om een Nederlands octrooi te krijgen moet de uitvinding overigens niet alleen inventief zijn, maar ook nog eens nieuw. Iets is octrooirechtelijk alleen maar nieuw als het nergens ter wereld is beschreven of anderszins openbaar en publiekelijk toegankelijk is geworden. Wat dat betreft is de Nederlandse wetgeving dus mondiaal geïnspireerd, omdat het om letterlijk "globale" nieuwheid gaat.

Dit laatste aspect is zeker niet zonder belang: in de octrooipraktijk worden advocaten helaas toch nog regelmatig geconfronteerd met octrooien, die ondanks onderzoek door de Octrooiraad achteraf niet geldig blijken te zijn in de ogen van de rechter omdat de octrooihouder éérst zijn produkt al dan niet in het buitenland heeft uitgetest of publiekelijk heeft aangeboden en pas daarna is overgegaan tot het aanvragen van een octrooi. Onder die omstandigheden geldt het later aangevraagde octrooi niet meer als "nieuw". Een even dodelijke als frequente fout van potentiële octrooihouders.

Hoe gaat de verlening van zo'n Nederlands octrooi in zijn werk? Als regel benadert de uitvinder een op octrooigebied gespecialiseerde ingenieur, die vroeger als octrooibezorger en tegenwoordig als octrooigemachtigde wordt aangeduid. Deze specialist helpt de uitvinder een octrooi te krijgen met een zo goed mogelijke bescherming. De octrooigemachtigde dient een verzoek om octrooi, een octrooi-aanvrage, in bij de Nederlandse Octrooiraad. Volgens goed gebruik wordt in de octrooiaanvrage overvraagd. Hoe meer je vraagt, des te groter de kans dat je veel overhoudt.

De uit onafhankelijke deskundigen bestaande Nederlandse Octrooiraad onderzoekt de octrooi-aanvrage vervolgens grondig. Is hier inderdaad sprake van een uitvinding, is het gevraagde wel zowel nieuw als inventief? Als regel snijdt de Octrooiraad behoorlijk in de ingediende octrooi-aanvrage, zodat er vaak (veel) minder overblijft dan er qua octrooibescherming is aangevraagd. Maar àls de Nederlandse Octrooiraad besluit een octrooi te verlenen, weet iedereen dat de octrooi-aanvrage in ieder geval grondig door octrooideskundigen is onderzocht en dat de uiteindelijke octrooibescherming door een gespecialiseerde instantie accoord is bevonden.

Niet dat de octrooiverlening door de Octrooiraad zaligmakend is, want het is uiteindelijk de Nederlandse rechter die beslist òf en in welke mate een octrooi geldig is: de rechter controleert op dat punt desgevraagd de Octrooiraad. Maar vaststaat dat er desalniettemin een grondig onderzoek door de Octrooiraad vooraf is gegaan aan de verlening van het Nederlandse octrooi.

Binnenkort wordt dat volstrekt anders. De hele Nederlandse Octrooiraad wordt opgedoekt. Reden daarvoor is dat, nu de commerciële handel in het algemeen zeker niet meer tot één bepaalde natie is beperkt, vele uitvinders kiezen voor een Europees octrooi in plaats van een - alleen in Nederland geldend - Nederlands octrooi. Aan zo'n Europees octrooi, en het daaraan voorafgaande onderzoek, komt de Nederlandse Octrooiraad in het geheel niet meer te pas, omdat dat nu juist het werk is van de Europese Octrooiraad (München, Rijswijk). Omdat Europese octrooien ook Nederland kunnen dekken is een (puur) Nederlands octrooi, "uit' en een Europees Octrooi "in'. Bij gebrek aan werk moet de Nederlandse Octrooiraad dus verdwijnen.

Maar wat te doen met de kleinere, lokale bedrijven die toch nog behoefte hebben aan een (goedkoper) octrooi, dat alleen Nederland dekt? Voor die bedrijven blijft het instituut Nederlands octrooi bestaan maar zonder Nederlandse Octrooiraad en dus zonder onderzoek door die Raad naar de geldigheid van de ingediende octrooi-aanvrage.

In plaats van de Octrooiraad komt er een formalistisch Bureau, dat de octrooi-aanvrage gewoon in ontvangst neemt. De octrooi-aanvrage wordt, al dan niet na een speciaal door de octrooi-aanvrager geëntameerd onderzoekje naar eerdere identieke aanvragen of octrooien, automatisch na 18 maanden gepromoveerd tot "octrooi". Of de aangemelde "uitvinding" inventief of nieuw is, wordt dus niet meer standaard door onafhankelijke deskundigen onderzocht. Een papier waarop, in het nieuwe systeem, Nederlands octrooi staat, kan dus zeer wel volstrekt waardeloos zijn.

Maar wie bepaalt dan wèl wat de waarde is van zo'n papiertje waarop het Bureau het stempel Nederlands octrooi heeft toegestaan als de Nederlandse Octrooiraad geen enkel onderzoek meer kan doen? Het komt allemaal op het bord van de Nederlandse rechter. In alle octrooiprocedures zal de rechter voortaan dus eerst moeten nagaan of het door het Bureau zonder verder onderzoek verleende "stempeloctrooi" überhaupt geldig is, en zo ja, in welke mate. Daarna kan er pas worden gekeken naar de vraag of er sprake is van octrooi-inbreuk door een ander. De taak van de rechter wordt dus verzwaard.

De wetgever heeft al enige tijd geleden in de wet bepaald dat alle rechtszaken met betrekking tot octrooien uitsluitend in Den Haag mogen worden gevoerd, zodat octrooizaken een Haags specialisme zijn. Concentratie van kennis is modern.