Maria's zwellende buik; Piero della Francesca, heraut van de renaissance

Op de dag dat Columbus Amerika ontdekte, stierf in Umbrië de schilder Piero della Francesca. De renaissance-kunstenaar wordt in zijn liefelijke woonstreek geëerd met een route die voert langs zijn verstilde, harmonieuze werk in huizen, kerken en musea. Sentimenten zijn in Piero's schilderijen afwezig, de figuren lachten niet en madonna's doen in hun ondoorgrondelijkheid aan boeddha's denken.

De rijke jongelui die in de achttiende en negentiende eeuw de Grand Tour maakten door Italië, volgden een uitgestippeld traject. Na Florence ging je naar Rome en daarna door naar Napels en Sicilië. De meeste reizigers trokken via Siena naar Rome, wie excentriek was nam de route over Arezzo. Bijna niemand waagde zich over de Apennijnen, naar het dal van de bovenloop van de Tiber. Daar ligt Umbrië, ruwer, minder verfijnd dan Toscane. En zo hebben de steden en dorpen daar, wat de buitenlandse kunstminnaars betreft, eeuwenlang in een diepe slaap verkeerd.

Pas eind vorige eeuw trokken de eerste kunsttoeristen naar dit brede dal. Het waren culturele pelgrimages, speurtochten naar een vergeten schilder die faam begon te krijgen als een van de grootste vijftiende-eeuwse kunstenaars: Piero della Francesca. Piero is geboren en gestorven in Sansepolcro, en dat stadje is het middelpunt geweest van zijn leven en werk, ook als hij voor opdrachtgevers elders werkte. Verpletterd noteerde de Britse schrijver Aldous Huxley in het museum van Sansepolcro, staande voor de Verrijzenis van Piero: “Dit is het mooiste schilderij ter wereld.”

Nog steeds is Piero's liefelijke geboortestreek van de route verwijderd. Aan het landschap ligt het niet. Cypressen staan scherp afgetekend tegen een van de hitte wazig-blauwe lucht. Op glooiende hellingen rijpen de druiven, en het zachtgeel van het rijpe koren wordt afgewisseld met grote fel-gele vlakken van zonnebloemen. Maar de autostrada is ver en de weg naar Florence voert over haarspeldbochten. In dit tegen het massatoerisme beschutte gebied is deze zomer een bescheiden aanvulling op de Grand Tour uitgezet, met vier tentoonstellingen, om te herdenken dat Piero della Francesca vijfhonderd jaar geleden is overleden, precies op de dag dat Columbus "Amerika' ontdekte.

Een overzichtstentoonstelling ontbreekt op dit eeuwfeest. Steden als Sansepolcro, Urbino en Arezzo hebben topmusea als de Uffizi in Florence, de Brera-gallerie in Milaan, of de National Gallery in Londen, niet kunnen bewegen "hun' Piero's uit te lenen. En van de kleinere steden wilde er geen "haar' schatten afstaan aan een van de andere. Maar wat op het eerste gezicht een bezwaar lijkt, werkt in de praktijk positief. Je moet reizen om een schilderij of fresco te gaan zien, en onderweg kun je genieten van het landschap dat Piero zo vaak heeft geschilderd. Het ongeveer tachtig kilometer lange "Piero-pad' voorkomt in elk geval culturele constipatie.

Middelpunt is Piero's geboortestad Sansepolcro. Het is een grotendeels intact gebleven middeleeuws stadje. Hier staat het pas gerestaureerde huis van Piero, gebouwd op zijn aanwijzingen. Het biedt tijdelijk onderdak aan werken van kunstenaars uit Umbrië die Piero hebben beïnvloed of die tot zijn leerlingen behoren, zoals Luca Signorelli en Perugino. Om praktische redenen ontbreken de Florentijnse schilders die Piero heeft leren kennen tijdens zijn leerjaar in Florence, in 1439, toen hij samen met Domenico Veneziano aan de later verloren gegane fresco's van de Sant'Egidio werkte. De Florentijnse periode komt in september in de stad zelf aan bod, als daar dat andere eeuwfeest, van Lorenzo De'Medici, voorbij is.

Granaten

De trots van Sansepolcro is de Galleria civico, het plaatselijke museum, met vier fresco's van haar beroemdste zoon. Hier hangt Huxley's Verrijzenis. Het is een van Piero's best bewaard gebleven werken - dankzij Huxley. In 1944 lag de stad onder vuur van de Britten. Granaat na granaat werd afgevuurd, terwijl de verantwoordelijke officier zich afvroeg waar hij de naam Sansepolcro toch had gelezen. Ineens wist hij het: Huxley, en the greatest painting of the world. Hij liet meteen de beschieting staken en ging de volgende dag, toen de stad zich had overgegeven, kijken. De dorpelingen hadden zandzakken om het museum gelegd, maar één granaat van boven zou voldoende zijn geweest om het het gebouw te verwoesten, met fresco en al.

Veel van de kenmerken van Piero's werk komen terug de Verrijzenis, dat werd voltooid in 1474. De geometrie: de armen van Christus vormen een driehoek met de bovenkant van de grafkist, zijn navel is het snijpunt van de diagonalen, en de lijnen van de bomen zetten zich voort in de liggende soldaten. Het perspectief: de Christusfiguur staat duidelijk achter de soldaten. De symboliek van de zachte kleuren: de roze mantel staat voor de nieuwe dageraad van het christelijke geloof, dat werd bedreigd door de Turken; dit thema zit ook in het contrast tussen de barre bergen en kale bomen links met de weelderige begroeiing rechts.

De geometrische ordening geeft zijn schilderijen kracht en rust. Giorgio Vasari, de chroniqueur van Italiaanse kunstenaars uit de vijftiende en zestiende eeuw, noemt Piero “de belangrijkste geometricus van zijn tijd”. Piero had zich al op jonge leeftijd verdiept in de Griekse wiskundige Euclides, en toen de hertog van het nabijgelegen Urbino hem inhuurde, was dat niet alleen als schilder maar ook als wiskundige. Veel schilders na hem hebben zijn twee handboeken over het gebruik van perspectief en geometrische figuren, die dit najaar opnieuw worden uitgebracht, zorgvuldig bestudeerd. Schilderen bestaat uit drie elementen, zo luidde de stelregel van Piero: tekenen, kleuren en meten. Veel van zijn werken stralen een grote harmonie uit, een droomachtige verstilling. Zijn figuren reageren vaak nauwelijks op elkaar en zijn geordend als geometrische objecten, ieder met zijn eigen kracht.

De Madonna della Misericordia, het andere pronkstuk van het museum, laat een vroegere Piero zien. Het is een Mariafiguur die alle gelovigen, paus en koningen zowel als boeren, bescherming biedt onder haar opengehouden mantel. Dit thema is populair in vijftiende-eeuwse schilderijen uit het zuiden van Toscane en de bovenloop van de Tiber, waar een kloosterorde die zich naar deze "Maria van barmhartigheid' had vernoemd, een grote rol speelde. Piero heeft dit altaarstuk in opdracht van de orde geschilderd en die wilde er vooral veel goud in - in die tijd kon een opdrachtgever nog gedetailleerde aanwijzingen geven. Daarom heeft het werk op het eerste gezicht meer weg van een schilderij uit de gotische tijd, maar de strakke geometrische vormen van Maria's mantel en de manier waarop de gelovigen duidelijk achter elkaar knielen, laat zien dat Piero al vele stappen verder was.

Vallei

Sansepolcro was het centrum van Piero's leven en werk. Hij heeft er gewoond tot zijn dood, op ongeveer 75-jarige leeftijd (zijn precieze geboortedatum is onzeker), toen hij al een paar jaar niet meer kon werken doordat hij blind was geworden. Piero gebruikte zijn geboortegrond graag als achtergrond op zijn schilderijen. De stad in de "Geboorte van Christus' is een exacte kopie van het centrum van Sansepolcro, de vallei in de "Doop' is die van de bovenloop van de Tiber. Deze twee schilderijen zijn niet meer in Italië, maar hangen in de National Gallery in Londen. In 1859 was de kunsthistoricus J.C. Robinson door de Britse regering naar Italië gestuurd om daar kunst te kopen. In een opgetogen verslag van zijn reis in de Times beschrijft hij hoe door de chaos en de strijd rondom de Italiaanse eenwording twee werken van onschatbare waarde van Piero della Francesca voor een zacht prijsje heeft weten te bemachtigen.

Een paar kilometer buiten Sansepolcro, op de weg naar Arezzo, is een ander prachtig fresco van Piero te vinden: de Madonna del Parto, de zwangere Maria. Normaal hangt dit werk in een kleine kapel tussen de cypressen op de begraafplaats van Monterchi, het dorpje waar Piero's moeder is geboren. Als je daar binnenkomt, zie je op een paar meter afstand ineens het fresco, en het effect van een onthulling wordt versterkt door de twee engelen die de met hermelijn afgezette voorhang weghalen van de tent (een vaak terugkerend geometrisch motief) waarin Piero de Madonna heeft geplaatst. Maar het werk is voor restauratie overgebracht naar de plaatselijke lagere school. Dat is jammer, want in de sfeer van kinderstoelen komt Piero's kunstenaarschap minder tot zijn recht, en de begeleidende kleine tentoonstelling over de restauratie vergoedt weinig.

Het is een van de weinige schilderijen waarop Maria zwanger wordt afgebeeld. De Madonna wijst met haar rechterhand op haar buik, waarvan de zwelling wordt geaccentueerd door een spleet in haar jurk. Deze Mariafiguur met haar half-geloken ogen en bijna mediterende blik is typerend voor Piero. Zijn figuren lachten niet, sentimenten krijgen geen plaats in zijn schilderijen. Hierdoor lijkt het vaak alsof ze de dagelijkse werkelijkheid ontstijgen. Kenneth Clark, de Britse kunsthistoricus die in 1951 een van de meest-gezaghebbende biografieën over Piero della Francesca heeft geschreven, heeft zijn madonna's vergeleken met een boeddha: sereen en ondoorgrondelijk. Maar tegelijkertijd hebben ze een mediterrane menselijkheid.

De enig overgebleven frescocyclus van Piero is te vinden in de San Francesco kerk in Arezzo. Het is Piero's verbeelding van een van de populaire teksten die in de twaalfde en dertiende eeuw werden geschreven om het katholieke geloof nieuwe, makkelijk te begrijpen verhaalelementen te geven: de Gulden Legende, het verhaal van het kruis waaraan Christus is gestorven. Piero schildert hoe de boom groeide uit een zaadje dat Adam na zijn dood in zijn mond gelegd kreeg, hoe de koningin van Sheba koning Salomon komt waarschuwen dat het joodse rijk ten onder zal gaan door het hout van deze boom (met een paar prachtige portretten van de vrouwen in het gevolg van de koningin), hoe de Romeinse keizer Constantijn droomt dat hij met het kruis zal overwinnen. Ze laten het meesterschap van Piero in al zijn facetten zien: zijn gebruik van licht om vormen en perspectief aan te geven, zijn symboliek, het koele licht en de zachte, gedempte kleuren.

Plooien

Met al hun schoonheid staan deze fresco's, geschilderd tussen 1452 en 1460, symbool voor het lot van de lang veronachtzaamde Piero. Nog geen vijftig jaar na zijn dood werden de fresco's die hij voor de hertog van Ferrara en voor de paus in Rome had geschilderd, weggehaald om plaats te maken voor andere artiesten. Hetzelfde is gebeurd met veel van zijn werk in Pesaro, Rimini en ook in zijn geboortestad Sansepolcro. De fresco's in de San Francesco zijn eeuwenlang aan hun lot overgelaten en de kerk is lang als opslagplaats gebruikt. Pas aan het einde van de negentiende eeuw begonnen deze fresco's internationaal bekend te worden. Een paar jaar terug is de restauratie ervan begonnen, volgend jaar moet die klaar zijn. Nu gaat de helft van de smalle kapel schuil achter grote steigers. Ter compensatie is er een originele tentoonstelling in de crypte van de kerk, gewijd aan de kleren en juwelen in de schilderijen van Piero. Hij had veel plezier in deze details en maakte vaak grote poppen van klei, waarover hij kleden wierp om te zien hoe de plooien liepen - het werken met plooien was een belangrijk middel geworden om het lichaam meer volume en inhoud te geven. In Arezzo zijn een paar kledingstukken nagemaakt: broeken, mantels, jurken en hoeden. Ze zijn op poppen gezet die zijn gemodelleerd naar figuren uit Piero's werk.

Morgen gaat in Urbino, het andere uiteinde van het "Piero-pad', een tentoonstelling open die is gewijd aan de hertogen van Montefeltro, zeer actief op het gebied van kunst en humanistiek. Het is een reden te meer om nog eens Piero's Geseling van Christus te bekijken, een werk dat wegens de gebruikte symbolen en de onzekerheid over wie de personages zijn, tientallen vraagtekens oproept. In Urbino, dat een tijd lang een klein Athene is geweest, heeft Piero zijn beroemde dubbelportret van Federigo da Montefeltro en zijn vrouw Battista Sforza gemaakt. Deze portretten, de hertog met zijn hoekige neus en zijn wratten, zijn vrouw met haar bleke gezicht en rijk-bewerkte kleed, zijn bijna cliché-illustraties geworden in boeken over de renaissance. Het is een postuum eerbetoon aan de heraut van de renaissance.