Maij doet in hoog tempo vier Waddeneilanden aan

VLIELAND, 24 JULI. Het is bijna middernacht als minister H. Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) met klein gevolg het oude reddingshuisje op de Vliehors beklimt. Ze brengt een werkbezoek van drie dagen aan de vier Friese Waddeneilanden en de "Vliehorsexpres', een vrachtwagen met in de laadbak houten banken als passagiersaccommodatie, heeft haar naar het onbewoonde en onbegroeide deel van Vlieland gebracht. De hut op palen doet praktisch geen dienst meer, vertelt chauffeur M. Nijman, maar blijft als curiosum gehandhaafd. In 1953 zijn er voor het laatst drenkelingen aangespoeld, van de Zweedse vrachtvaarder Virgo. Nadien waren het hoofdzakelijk watersporters die, zonder in nood te verkeren, de gereedstaande fles cognac ontkurkten. Wat niet de bedoeling was.

Iets verderop loopt de minister een lange houten steiger af, eindpunt van een ongeregelde veerdienst die de Texelaar S. Boon op Vlieland onderhoudt. Dan is het klokslag twaalf uur in een caraïbisch aandoende omgeving, besprenkeld met zacht maanlicht. Even viert de romantiek hoogtij en ook later, op Schiermonnikoog, zal de bewindsvrouw middelpunt zijn van vredige taferelen. Maar er worden haar ook zorg en droefenis geopenbaard, terwijl éénmaal het behaaglijke klimaat in noodweer omslaat.

Met Maij-Weggen naar de Wadden, voor haar tot dan een vrijwel onbekend terrein, betekent een programma volgepakt met bezoeken aan kleine dienstkringen van Rijkswaterstaat en hun bemanning, aan de burgemeesters van achtereenvolgens Terschelling, Vlieland, Ameland en Schiermonnikoog, aan strand, duin en dijk. Vooral de laatste, want de zee blijft onverbiddelijk knagen en deze minister is tenslotte verantwoordelijk voor de veiligheid. Wat de term "dynamisch handhaven' inhoudt met betrekking tot de kustverdediging, wordt ter plekke aangetoond en verder gaat het over vloed- en ebschaar, slenken, slufters en kwelders.

Het vervoer tussen de eilanden, soms via het vasteland, voltrekt zich per gemotoriseerde reddingsboten, met materieel van Waterstaat, en per snelle catamaran onder de naam Koegelwieck (een soort TGV op het wad), van rederij Doeksen. Op de eilanden bestijgt de minister regelmatig een gehuurd damesrijwiel om de omgeving gedetailleerd in zich op te nemen. Toeristen herkennen haar, al is er één die roept: “Daar gaat Smit-Kroes”. En als ze weer een eilander functionaris begroet, volgt de rituele uitwisseling van kleine geschenken, waaronder een ingeblikte dosis noordwesterstorm.

Terschelling blijkt het meest problematische eiland van de vier. Op de waddendijk aan de zuidoostkant staan dijkgraaf J. de Vries en gedeputeerde S. Jansen opgesteld om te klagen dat dit deel van de zeewering nog steeds niet op deltahoogte is gebracht. De financiering van het werk, dat ruwweg zestig miljoen gulden moet kosten, is al jaren bron van onenigheid, omdat het Terschellinger waterschap te klein is om zijn aandeel van 40 procent op te brengen. Maij belooft dat het goed komt: “We zijn u echt niet vergeten”, maar eerst moet de Dienst Getijdewateren nog onderzoek doen.

Wulpen, scholeksters en tureluurs dienen als levende achtergrond van het dijkberaad en in het aangrenzende weiland staat een bord waarop niet Maij-Weggen, maar Siberische rotganzen een hartelijk welkom wordt toegeroepen. In het Russisch. De tekst is des te opmerkelijker omdat ze van een boer is en dat zijn mensen die, zacht gezegd, de rotgans als grazende vogel liever zien gaan dan komen.

"Zandsuppletie' is het thema aan de noordkant van Terschelling, een term die staat voor de aanvoer van extra zand uit zee om weggeslagen stukken strand en duin te herstellen. Voor het eerst zal hier een nieuw systeem worden beproefd: men spuit de zandmassa niet op het strand, maar onder de waterlijn. Dat is goedkoper (er komen geen bulldozers aan te pas) en minder schadelijk voor paviljoenhouders, terwijl zo'n suppletie-nieuwe-stijl naar verwachting dezelfde gunstige uitwerking op de zeewering heeft.

Op Ameland met zijn wijkende kustlijn is baggermaatschappij Holland uit Hardinxveld nu bezig een dergelijk karwei te klaren, maar dan volgens het oude principe. In een directiekeet geeft uitvoerder A. van de Werken uitleg over de manoeuvres van hopper- en cutterzuigers en rept hij van zware tegenslag door recente stormen, zodat de ophoging niet tijdig - dat wil zeggen vóór het toeristische hoogseizoen - gereed kon zijn. Overmacht of eigen risico? Waterstaat als opdrachtgever heeft in elk geval een voor beide partijen bevredigende regeling getroffen om de boeteclausule te verzachten. De uitvoerder kan het voorzichtig beamen.

Niet altijd loopt de relatie Rijkswaterstaat-bedrijfsleven op rolletjes. Een nieuwe vaargeul naar de haven van Terschelling moet vooral rederij Doeksen met haar Koegelwieck uitkomst bieden, maar er is een probleempje gerezen. Vijf baggeraars die op het werk inschreven, zaten ver boven de geraamde kosten van anderhalf miljoen gulden. Zelfs de firma met de laagste offerte kwam 40 procent hoger uit. Waterstaat vertrouwt de zaak niet en daarom wordt de gunning - zoals dat heet - in beraad gehouden. “We gaan nog eens met de firma's praten”, aldus mr. M. Olman, hoofddirecteur van de Friese waterstaat, en minister Maij kan voluit met die politiek instemmen.

Een geruststellende verklaring van haar kant betreft de positie van de vuurtorens op zowel Ameland, Vlieland als Schiermonnikoog. Daar is veel over te doen geweest sinds een uitspraak van Smit-Kroes in 1988. Minister Maij: “Mijn voorgangster wilde de torens aan hun lot overlaten, maar dat standpunt heb ik, met alle respect voor mijn ex-collega, niet overgenomen. Waar het mij om gaat is een eerlijke verdeling van de personeelskosten tussen rijk, provincie en gemeenten. Dat gaan we nog nauwkeurig uitzoeken.” De Brandaris, het robuuste symbool van waakzaamheid op Terschelling, blijft hoe dan ook buiten schot als centrale post voor de kortelings ingevoerde, hoogst moderne VTS ofwel "Vessel Traffic Service'.

De laatste boot gaat van Schiermonnikoog naar Lauwersoog op het vasteland. De veelvuldig genoten zon heeft maar weinig kleur op Maij's blanke gelaat kunnen toveren, maar daar wil ze niet om treuren. En verder: “Het was goed om de problemen waar de Waddeneilanden voor staan, met eigen ogen te aanschouwen en met betrokkenen te praten. Wat in Den Haag als kleinschalig overkomt, is hier van het grootste belang.”

Welk eiland zou ze persoonlijk als vakantieoord kiezen?

De minister: “Ik zou kiezen voor Vlieland of Schiermonnikoog om hun rust, omdat ze autovrij zijn, wat me bijzonder bevalt. Maar ik denk dat mijn kinderen, 20 en 22 jaar oud, voor Terschelling en Ameland zouden kiezen.”