Examen dreigt weer voor Van der Velde

NOORDWIJK, 24 JULI. De maanden juli en augustus vormen een lucratieve aangelegenheid voor de professionele golfspelers van de Europese Tour. Binnen een maand mogen de profs in vier toernooien, met als hoogteount het vorige week afgewerkte British open, een totaal aan prijzengeld van bijna drie miljoen pond sterling verdelen.

Voor coryfeeën en multi-miljonairs als Greg Norman, Bernhard Langer, Ian Baker-Finch, José Maria Olazabal of William Payne Stewart, de grootste kanshebbers voor de titel in het Dutch Open dat gisteren op de Noordwijkse Golfclub is begonnen, maakt het voor de financiën allemaal nauwelijks nog iets uit of zij zich vanavond na de cut scharen onder de 65 beste golfers die morgen en zondag om de hoofdprijs van 320.000 gulden gaan strijden. Zij zijn veelal voor een gigantisch startgeld naar Nederland gehaald en hoeven zich bij eventuele uitschakeling ook geen zorgen te maken over hun plaats op de wereldranglijst.

In de marge van het grootscheepse internationale golfgebeuren op de Noordwijkse links sappelen de Nederlanders. Spelers die of via een wild-card het toernooi zijn binnengekomen, of het louter te danken hebben aan het feit dat zij zich enkele dagen in het golf-walhalla mogen wanen omdat het een belangrijk toernooi in eigen land betreft. Gerard de Wit behoorde in de jaren vijftig tot de beste spelers van het continent, Jan Dorrestein was twintig jaar geleden de grote Nederlandse troef in het Europese circuit. Maar de grote ontwikkeling van de golfsport - ook financieel - vond plaats in de jaren tachtig toen geen Nederlander het stijgende spelniveau internationaal bleek te kunnen bijbenen. Ondanks een stormachtige groei van het aantal beoefenaars en steeds meer golfbanen in ons land.

Totdat Chris van der Velde een paar jaar geleden overkwam uit de Verenigde Staten, waar zijn Nederlandse vader professor in de medicijnen is in Hartford. De eerste jaren vormden voor de 28-jarige Van der Velde een soort leerschool in het profcircuit. Tot drie keer toe moest hij aan het einde van het seizoen terug naar de zogeheten "qualifying school' om zich te meten met honderden professionals die uit zijn op de slechts veertig golfcertificaten die recht geven op deelneming aan de winstgevende Europese Tour. Wie aan het einde van het seizoen niet bij de eerste 120 op de ranglijst eindigt moet weer examen doen.

Dat Van der Velde zich al drie keer via deze kwalificatie omhoog gewerkt heeft zegt veel over zijn instelling. “Ik ben blij dat ik in de Verenigde Staten ben opgegroeid. Amerikanen geven nooit op. Die karaktertrek heeft me veel geholpen bij het golf”, zegt Van der Velde, die ervan overtuigd is dat golf voor tachtig procent een mentale kwestie is en voor twintig procent uit swingtechniek bestaat. Niettemin is hij alweer gedaald tot een 112de plaats op de ranking en gevaarlijk dicht gekomen in de hoek waar aan het einde van het seizoen de klappen vallen.

Misschien moet hij het najaar opnieuw kwalificatie gaan spelen. Van der Velde: “Ik heb mezelf tot m'n dertigste de tijd gegeven definitief door te breken. In die zin dat ik mij over mijn ranking in de Europese Tour geen zorgen meer hoef te maken. Om dat te halen moet ik dit jaar zo'n 100.000 gulden prijzengeld zien te verdienen. Ik heb nu al driekwart van dat bedrag. Dus dat zal wel lukken.” Niettemin wijzen betrokkenen in Van der Veldes naaste omgeving op het feit dat dit met de toenemende concurrentie wellicht niet zo gemakkelijk zal gaan als hij zelf wel veronderstelt. De eerste dag van het Dutch Open eindigde voor hem teleurstellend. Van der Velde gebruikte voor achttien holes 75 slagen, drie boven par.

De Nederlanders Constant Smit van Waesberghe en Ruud Bos speelden gisteren wél par 72. Maar het was weer een andere Nederlander, Guido Loning, die met 90 slagen over 18 holes de slechtste score van de 150 deelnemers behaalde. Cijfers die duidelijk maken dat de Nederlanders in het grote spel der favorieten op Noordwijk geen enkele rol van betekenis spelen.