Cambodja: bloedbad onder Vietnamezen

PHNOM PENH, 24 JULI. In een dorp in het zuiden van Cambodja hebben gewapende mannen acht etnische Vietnamezen, onder wie een baby van een week oud, geexecuteerd. Dit heeft een woordvoerder van de vredesmacht in Cambodja gisteren gezegd.

Volgens de woordvoerder, Eric Falt, drongen dinsdag dertig onbekende mannen het dorp Phum Tuk in de provincie Kampot binnen onder de uitroep: “We zijn hier om de Vietnamese vijand te doden”. Daarna wierpen ze een granaat en openden het vuur. “Het geheel geschiedde op de manier van een executie”, aldus Falt. Verscheidene mensen werden in hun huis doodgeschoten, de baby werd met zijn hoofd tegen de grond geslagen.

Het bloedbad is het jongste van een reeks incidenten die het hoofd van de VN-macht, Yasushi Akashi, omschreef als “een bewust beleid van terreur jegens gewone Cambodjanen”.

Functionarissen verklaarden dat er voor zover bekend geen strijders van de Rode Khmer in de buurt van het dorp vertoefden. De Rode Khmer heeft zich het felst tegen Vietnamezen gekeerd, maar ook andere Cambodjaanse groeperingen koesteren van oudsher een diepe haat jegens de Vietnamese buren en keren zich dikwijls tegen de Vietnamese minderheid in Cambodja.

De Vietnamese regering heeft haar ongerustheid over het jongste bloedbad uitgesproken. Ze stelt dat de Cambodjanen van Vietnamese afkomst dezelfde rechten dienen te hebben als andere Cambodjanen. Een regeringsfunctionaris zei dat het bloedbad was bedoeld om het vredesproces in Cambodja te ondermijnen.

Het weekblad Far Eastern Economic Review meldde gisteren dat er in april en mei ook in het midden van het land aanvallen zijn geweest op Vietnamese dorpelingen. Ooggetuigen bevestigden dat er zeker zeven mensen waren gedood. Hierbij stond wel vast dat de daders bij de Rode Khmer hoorden. (AP, Reuter)