Beste C.,

Twee jaar geleden spraken we elkaar voor 't laatst, Breukink won op Alpe d'Huez.

Inmiddels ben je zo beroemd geworden dat niemand je adres wil geven. Ook je uitgever niet (zit natuurlijk te wachten op je manuscript). Gelukkig heb je een lieve moeder. Toen ze me je vakantieverblijf onthulde, viel ik van verbazing van mijn kruk. Je leest dit briefje, hooggeachte C., op een dakterras met rode, zeshoekige plavuizen. Als je opkijkt, zie je links een citadel, gezwart door de eeuwen, en rechts een baai met witte veerboten naar Brindisi. Ik huurde 't zelfde huis in '74.

't Was begin mei en het regende. De verhuurder (is dat nog altijd die gelittekende kerel?) was vergeten te luchten, zodat vloeren en wanden schuilgingen onder dikke lagen schimmel. Natte lakens, natte kleren, natte gebobbelde vellen tekenpapier, nimmer drogende handdoeken. Barstende koppijn van het vocht, van vrijen kwam niets terecht. Maar wat zeur ik, jij zit daar in juli.

Weinig nieuws uit Amsterdam. Ik werk, ik waag me liever niet op straat met al die toeristen. If you don't go to the Tropenmuseum you will regret it, las ik in koeieletters op lijn 2. Er staat een foto bij van een voodoo-popje, doorzeefd met cocktailprikkers. Ik heb wel wat beters te doen dan valse boeddha's te bekijken. Ik ga niet, ik tart de dood.

Ik heb een ruitjespak gekocht in die deftige voddenwinkel van je. Tot gauw.PS Die scheepstoeters de hele dag, kan jij daar tegen? Paringskreten van dino's, echo's van 20 miljoen jaar terug.