Bedrijvenverzamelaars likken financiële wonden

Wekelijks zijn ze in het nieuws, de investeerders en bedrijvenverzamelaars die via beursfondsen beleggers enthousiasmeren danwel frustreren. Maar ze lijken over hun culminatiepunt heen. Onder hen J.J. Kuijten van Reiss & Co.

De grote tijden van de bedrijvendoktoren, verzamelaars en investeerders op de de Amsterdamse beurs zijn voorbij. J.A.J. van den Nieuwenhuyzen treurt bij afkalvelde koersen van beursfonds Begemann. Bij Wolters Schaberg is het na de grote klappers met Schuttersveld en Goudsmit angstvallig stil. En J.J. Kuijten houdt met zijn investeringsmaatschappij Reiss & Co de beurs zelfs helemaal voor gezien.

Met veel gevoel voor timing stapte Kuijten eerst uit het nu wankelende automatiseringsbedrijf HCS. En recentelijk haalde hij drie door hem bestuurde fondsen van de beurs. Een aftocht die niet zonder slag of stoot verliep: beleggers, maar ook Kuijten zelf, gingen voor vele miljoenen het schip in. In stilte bouwt de Larense investeerder nu aan een distributiebedrijf van computers dat de strijd moet aanbinden met marktleiders als Getronics en VRG .

In de jaren tachtig konden bedrijven die door banken ten dode waren opgeschreven aankloppen bij redders, zoals Wolters Schaberg, de investeringsgroep die van Schuttersveld en Goudsmit een succes maakte. Vakbonden en ondernemingsraden waren in die jaren meer gecharmeerd Van den Nieuwenhuyzen. Onder de vlag van Begemann schiep hij een groot concern uit restanten van Holec. Kuijten construeerde met één onderdeeltje van Holec, Holec Computer Systems (HCS), het grootste automatiseringsconglomeraat van Nederland.

Inmiddels is het tij gekeerd. Van den Nieuwenhuyzen heeft problemen bij Begemann, dat is in één jaar tijd zo'n dertig procent minder waard is geworden, en zijn investeringen konden de Krant op Zondag niet voor een failissement behoeden. Vergeleken bij deze verliezen is zijn wel succesvolle nieuwe beursfonds Docdata maar een schrale troost.

Wolters Schaberg slaagt er ook niet in het succes van de jaren tachtig een vervolg te geven. “Voor de aardigheid” heeft de investeringsgroep nu Porceleyne Fles overgenomen, een beursfonds dat de aandeelhouders in de afgelopen eeuwen meestal niet meer kon bieden dan een presentje van Delfts aardewerk.

Kuijten verdiende enige honderden miljoenen aan het nu zinkende schip HCS, maar ook zijn nieuwe pogingen zijn minder fortuinlijk. Hij investeerde in 1990 in drie nauw met elkaar verweven fondsen - Industrieele Maatschappij, Investeringsmaatschappij Nederland en Venture Fonds Nederland - die onlangs schielijk van de beurs zijn gehaald.

Wat is er van deze drie fondsen over? In een somber zaaltje boven de Utrechtse winkelmoloch Hoog Catharijne meldden zich enkele weken geleden twee aandeelhouders van het fonds dat de andere twee inmiddels heeft overgenomen: Venture Fonds Nederland. Bij de bestuurders heerste enige verwarring. Zij hadden het bedrijf van de beurs gehaald, omgevormd tot een besloten vennootschap en verwachtten maar één aandeelhouder: Kuijtens investeringsmaatschappij Reiss & Co. Door de komst van een onverwachte aandeelhouder duurde de bijeenkomst iets langer, maar toch zorgde Reiss met 99,9 procent van de stemmen ervoor dat het niet langer dan een een half uurtje duurde. Een voordeel van een besloten vennootschap.

Wat werd gezegd onttrok zich helaas aan de waarneming omdat toehoorders niet welkom waren. Een groot verschil met vorig jaar. Toen verdrongen boze aandeelhouders zich voor de microfoons. Zij begrepen niet waar onder Kuijtens beheer tientallen miljoenen guldens waren gebleven.

Kuijten zelf zwijgt, zoals hij steeds heeft gezwegen sinds zijn vertrek als directeur bij HCS begin 1990. Maar zijn trouwe steun en toeverlaat J.A.H. Houben, enig directeur van Venture Fonds Nederland, is wel bereid een tipje van de sluier rond het fonds op te lichten. Sinds 1987 vormt Houben een koppel met Kuijten. Ze leerden elkaar kennen toen Houben geld nodig had om uitgeverij Bugamor Pharma te kopen. Zijn bank twijfelde aan de degelijkheid van de jaarcijfers, maar Kuijten wilde er grif dertig miljoen gulden insteken. “Binnen twee dagen had ik het geld met alleen maar een gentlements agreement”, vertelt Houben.

Pag 12: De omstuimige handel van Reiss & Co; "Waarom worden wij altijd aangevallen? Tegelijk denk ik: we hebben het aan ons zelf te wijten'

Met deze injectie saneerde Houben uitgeverij Bugamor Pharma, koppelde haar aan buitenlandse brache-genoten en bracht haar naar de Amerikaanse beurs Nasdaq. Daarmee werd Houben de specialist van Reiss op het gebied van management-buy out. Begin 1990 presenteerde hij een gedrufd plan: Reiss zou (samen met het management) detailhandel Macintosh losweken van grootaandeelhouder DSM. De poging mislukte, volgens Houben door tegenwerking van de Vereniging van Effectenbescherming. “Zij vond ons bod van 45 gulden te laag. Zouden wij het toen hebben gekocht dan waren de beleggers zeker 25 procent beter uit geweest dan nu het geval is. Mooie belangenbehartiging is dat.”

De affaire leerde Houben dat de naam van Reiss alias Kuijten beleggers afschrok. “Het imago van Kuijten is bij particuliere beleggers niet goed”, erkent hij ruiterlijk. Hij wijt dat aan transacties uit 1989, toen Kuijten zelf een automatiseringsbedrijf kocht en het duurder doorverkocht aan HCS, waarvan hijzelf directeur was. De vraag of de meerprijs een reële risicopremie voor Kuijten was of een benadeling van aandeelhouders HCS bleef onbeantwoord, waardoor het vertrouwen in het brein achter de manoeuvre een flinke deuk opliep.

Houben verdedigt de deal onder verwijzing naar Van den Nieuwenhuyzen en Wolters Schaberg, die ook eigen bedrijven met risicopremie doorschoven naar beursfondsen. “Ik vraag me wel eens af: waarom worden wij wel altijd aangevallen en zij niet? Tegelijk denk ik dan: we hebben het aan ons zelf te wijten. Dan hadden we maar meer moeten uitleggen”, aldus Houben.

Na het mislukken van buy out bij Macintosh werd Houben de grote man van Kuijten bij de beursfondsen Venture Fonds Nederland, Investeringsmaatschappij Nederland en Industrieele Maatschappij. Die waren voordien in handen van NMB-vertrouweling en Newtron-trouble shooter mr. G.E. van den Brink en J. Cordia, haventycoon met commissarisaten in Anthony Veder, Verolme, Wilton-Fijenoord, Wijsmuller en belangen in Holland Sea Search.

Kuijten had 25 à 30 miljoen gulden in de fondsen geïnvesteerd in de hoop samen met de kapitaalkrachtige partners Cordia en Van den Brink een slag te slaan. Maar het klikte niet en Kuijten kocht het duo medio 1990 uit voor zo'n twintig miljoen gulden.

Na het vertrek van het tweetal kwam het ene na het andere probleem boven water. Enkele Baron-hotels, bijvoorbeeld, bleken plotsklaps zó zwaar verliesleidend, dat Houben ze nog steeds niet gezond heeft kunnen maken. Een ander veelbelovend vastgoedproject op een voormalig industrieterrein op de Arnhemse Rijnoever mislukte. En ook achter de zo aardig ogende producent van Jardin-tuinstoelen bleek een kostbaar drama schuil te gaan.

Het resultaat van alle ellende was dat voltallig personeel plus directie van Investeringsmaatschappij Nederland en Venture Fonds Nederland op straat kwamen en de drie fondsen werden samengebracht onder de naam Venture Fonds. Twintig bedrijven werden verkocht. Over 1990 werd dertig miljoen gulden afgeboekt. De beleggers wisten toen nog van niets. Pas in juni 1991, toen het jaarverslag uitkwam, konden zij hun gram halen. De koers stortte die maand in van 18 tot 8 gulden.

Toen zijn oude bedrijf HCS in het voorjaar van 1991 naar de afgrond ging, kwam de voormalige directeur opnieuw in de schijnwerpers te staan. HCS had op de valreep geprobeerd de slechte jaarcijfers over 1990 op te krikken door dochteronderneming Computer Graphics aan Kuijten te verkopen. Toen Kuijten echter de cijfers van de dochter zag, trok hij zich terug. HCS procedeerde tevergeefs. Volgens Houben zou Reiss er zeker 19 miljoen gulden bij in zijn geschoten als de overneming was doorgegaan.

Met het afketsen van de verkoop van Computer Graphics zakte HCS in het moeras. Toen het bedrijf in mei 1991 van de beurs werd gehaald, klopte HCS wederom aan bij Reiss. Het plan dat Kuijten toen lanceerde geeft inzicht in zijn kracht: hij wilde 190 miljoen gulden investeren in HCS-dochter Infotec en 50 miljoen gulden in HCS zelf.

De grootaandeelhouders - Albada Jelgersma, Melchior en Van den Nieuwenhuyzen - misgunden Kuijten echter de HCS-dochter. Zelf konden of wilden ze veel te weinig opbrengen om HCS te redden. “Ik had Kuijten nooit moeten laten gaan”, zo zei de ontslagen HCS-directeur Van den Boogaard onlangs in een interview met Het Financieele Dagblad.

Houben twijfelt er niet aan dat het met HCS anders zou zijn gelopen wanneer het plan van Kuijten was doorgegaan. “Een toekomst kun je naar je handen zetten. Op een gegeven moment waren er geen partijen meer die in de toekomst geloofden. Melchior zou zeker in staat zijn geweest om HCS te redden, maar hij is belegger. Voor een belegger is de investering te groot. Wanneer je zoveel in een bedrijf stopt, moet je het zelf gaan leiden.”

Reiss concentreerde zich vervolgens op het Venture Fonds, dat door beleggers massaal in de steek werd gelaten. In het najaar 1991 kocht Kuijten de achterblijvers uit voor tien gulden per aandeel, terwijl de koers op vier gulden stond. Twee grote beleggers (een Brits fonds en pensioenfonds Metaalnijverheid) onder leiding van accountant Schadé vertrouwden het bod niet. Hij dacht dat Reiss ten onrechte dertig miljoen gulden had afgeboekt. Hij sloot bovendien niet uit dat Reiss opzettelijk de zaken bij Venture Fonds slecht had voorgesteld. Wanneer iedereen was uitgekocht zou Reiss weer winsten laten zien, zo vermoedde hij.

Schadé ging niet op het bod van Kuijten in en maakte een enquête aanhangig bij de Ondernemingskamer, die later weer werd ingetrokken omdat de procedure te duur zou worden. Reiss had hem een onbekend bedrag geboden, waarmee hij de zaak als afgedaan beschouwde. “We moeten proberen van Venture Fonds nu iets moois te maken”, aldus Houben, het boek over het verleden van het fonds sluitend.

Eén mooi bedrijf heeft Kuijten met Venture Fonds binnengehaald: Inventum (koffiezet-apparatuur) te Bilthoven. In de tijd dat Venture Fonds op de beurs stond werd de helft van de winst uitgekeerd: dat leverde in 1990 2,5 miljoen gulden op. Vorig jaar steeg niet alleen de winst, maar vooral het uitkeringspercentage: enig aandeelhouder Reiss ontving 7,5 miljoen gulden.

De echte winstmakers moeten evenwel de automatiseringsbedrijven worden, zoals Install Data. De eigenaren van de computerwinkels zagen de crisis aankomen en klopten bij Kuijten aan in de hoop snel te kunnen incasseren. Echt rijk werden ze er niet van, zo vertelt één van de gewezen directeuren. “We kregen in 1990 een derde van de aankoopsom contant. Een derde kregen we in aandelen, die later in te wisselen waren tegen aandelen Venture Fonds. Dat leek eind 1990 aardig, maar in 1991 waren ze weinig meer waard. Het resterende deel zouden we krijgen wanneer we de winstprognose in 1991 zouden halen. Welnu, die haalden we ook niet, omdat de gezonde bedrijven bij de ongezonde werden opgeteld.”

De groep onder de vlag van Install Data breidt zich snel uit. Vorig jaar werd de grootste distributeur van personal computers in Nederland, Infotheek, overgenomen. “Eigenlijk helemaal geen majeure zaak”, zo relativeert Houben. Hij bevestigt dat hij vóór het faillissement met Infotheek praatte, maar liever wachtte tot het doek was gevallen. “Infotheek had zoals veel bedrijven in deze branche een kostprijsnadeel: te dure gebouwen en een te dure organisatie met te veel schakels. Je kunt maar beperkt saneren, want daaraan hangt ook een hoge prijskaart.”

Houben gaf er de voorkeur de debiteurenportefeuille van Infotheek van de banken over te nemen. “Banken kunnen maar een beperkt deel innen. Iedere afnemer zoekt een reden om niet te betalen. Maar als wij zo'n portefeuille overnemen, dan zorgen we dat bij elke klacht van een klant een monteur van Install Data op de stoep staat. Daardoor halen we een veel hoger percentage op.”

Door het opkopen van dit soort portefeuilles vergroot Install Data het marktaandeel. De keus is ruim: de Leidse Kern-groep, Apple-dealer Coaxis en een aantal anderen kwamen in de afgelopen weken en dagen in de problemen.

Volgens Houben is het geheim van Install Data de scherpe voorraadbeheersing. Daardoor ligt de omloopsnelheid van het kapitaal hoog. De tijd dat in de automatisering gesproken werd over toegevoegde waarde is volgens hem definitief voorbij. Binnen de groep is juist de onderneming met de minste toegevoegde waarde, de "dozenschuiver' Cash and Carry, de grootste winstmaker.

In de wereld die vroeger draaide om BMW's en Audi's is nu kostenbeheersing troef. “Soms rij ik naar onze grootste concurrent Info Products (dochter van papierconcern VRG) dan tel ik het aantal auto's op het parkeerplaats en als het er minder zijn dan bij ons, dan trek ik aan de bel. Zij mogen niet goedkoper werken dan wij”, zegt Houben. “In Nederland zijn nog veel te veel aanbieders. De grote drie: Info Products, Getronics en wij hebben geen van allen meer dan 15 procent. In deze markt is nog ruimte voor concentratie.”

En daarmee slaat het duo Houben/Kuijten met Venture Fonds een nieuwe richting in. Kuijten heeft geleerd van Venture Fonds dat samenwerking met andere bedrijvenverzamelaars geen winst brengt. Daarin verschilt hij overigens met Van den Nieuwenhuyzen, die samen met Cordia vorig jaar een fortuin verdiende aan de aanval op het Amerikaanse Reading & Bates. Door de verliezen van Venture Fonds is Reiss afgestapt van de politiek van snel aankopen van bedrijven en vervolgens "cashen' via de beurs. Reiss wil bewijzen dat door slimme voorraadbeheersing en zuinige bedrijfsvoering hoge rendementen haalbaar zijn.

Voor Kuijten is de Amsterdamse beurs taboe geworden en daarmee verkeert hij in gezelschap van Van den Nieuwenhuyzen. De laatste is boos over de lage koers en wil onderdelen van Begemann op andere beurzen introduceren. Ook Kuijten kijkt nadrukkelijk naar het buitenland, zegt Houben. “Als we nog een keer iets op een effectenbeurs doen dan is het zeker niet de Amsterdamse.”