Aanpak ziektemeldingen op departementen succesvol; Verzuim ambtenaren neemt af

UTRECHT, 24 JULI. Het ziekteverzuim van ambtenaren bij de ministeries van binnenlandse zaken en algemene zaken en bij twee onderdelen van de belastingdienst is in ruim een half jaar met dertig procent afgenomen. Dit is het gevolg van het Actieplan MAO (Maatregelen Arbeidsongeschiktheid), een nieuwe aanpak van het ziekteverzuim. Het is de bedoeling deze regeling bij de gehele rijksoverheid te introduceren.

In oktober is bij de twee genoemde ministeries en de twee onderdelen van de fiscus begonnen met een "pilot-project' om te zien of de werkwijze van het Actieplan vruchten zou afwerpen. Het gaat in totaal om zesduizend ambtenaren. Alle leidinggevenden kregen te horen dat het ziekteverzuim op hun afdeling voortaan hun verantwoordelijkheid was. Wie ziek wordt, mag zich nu alleen nog maar bij zijn directe chef ziek melden, niet meer bij personeelszaken of bij de telefoniste.

Als iemand zich heeft ziek gemeld krijgt hij binnen twee dagen iemand op bezoek namens de baas - geen arts maar een zogeheten leke-rapporteur. Deze vraagt onder meer wanneer de zieke weer aan de slag denkt te kunnen en onderzoekt of er problemen zijn met de sfeer op het werk. Dit meldt hij dan bij de bedrijfsarts.

Een belangrijk onderdeel van de nieuwe werkwijze is het maandelijks overleg tussen bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werker, personeelszaken en het management van het desbetreffende dienstonderdeel. Is iemand langer dan een week of vijf ziek en is onduidelijk wanneer hij weer zal beginnen, dan gaat ook het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) zich ermee bemoeien.

Het ABP voert de arbeidsongeschiktheidsregeling voor ambtenaren uit. “Wij kijken wat er mogelijk is om iemand weer aan het werk te krijgen, zoals werkplekaanpassing of een aanpassing van de inhoud van de functie”, zegt C. van Groeningen, coördinator volumebeleid van het ABP. “Ook maken we duidelijk aan het management dat de deur naar afkeuren dicht zit als het geen strikt medisch probleem is. Het is het probleem van de werkgever. Die moet een oplossing vinden.”

“Dan ontkom je dus niet aan maatregelen”, zegt P. Welling, directeur personeelsmanagement van het ministerie van binnenlandse zaken. Voor ambtenaren geldt namelijk de ziektewet niet: de werkgever moet zijn salaris gewoon doorbetalen als hij ziek is. Welling: “Dat verhoogt de creativiteit van het management om oplossingen te zoeken. In het begin van het project zijn we wel gevallen tegengekomen die helemaal vergeten waren: mensen die alleen nog ruimte in de computer innamen.”

Door meteen druk op de ketel te zetten, zowel bij de werkgever als bij de zieke ambtenaar, moet het ziekteverzuim aanzienlijk omlaag kunnen. Het streven was om in een jaar een daling van tien à twintig procent te bewerkstelligen. Na ruim een half jaar bleek echter al een daling van dertig procent bereikt. Het ziekteverzuim lag bijvoorbeeld bij het ministerie van binnenlandse zaken rond de 8,4 procent, nu rond de 5,8. Welling maant wel tot voorzichtigheid bij het trekken van conclusies. De eerste formele evaluatie zal na twaalf maanden, in oktober dit jaar dus, plaatshebben.

Ook het ABP is de laatste tijd veel actiever geworden in de bestrijding van arbeidsongeschiktheid. Wanneer een ambtenaar wordt afgekeurd, krijgt die een invaliditeitspensioen van het ABP. De keuring vindt niet na twaalf maanden plaats, zoals in de particuliere sector, maar op aanvraag van hetzij de werkgever, hetzij de ambtenaar in kwestie.

Om te zien of er met het huidige bestand van 85.000 arbeidsongeschikte ambtenaren nog iets te beginnen is, benaderde het ABP 1200 mensen beneden de vijftig jaar die op psychische gronden waren afgekeurd. “Voor honderd daarvan zijn we nu bij wijze van proef bezig wat te doen. De rest is geen beginnen aan”, zegt M. Vaessen, directeur arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van het ABP. “Daar zijn veel schrijnende gevallen bij. Van verborgen werkloosheid is daar echt geen sprake. Dus periodieke herbeoordeling is niet zo zinvol. Je kunt je beter concentreren op de periode voordat iemand wordt afgekeurd.”

Het ABP wil in een eerder stadium betrokken worden bij ziektegevallen. Sinds 1 maart moeten werkgevers elk geval na zes maanden melden bij het ABP. Vaessen: “Wij willen creatief kijken hoe je iemand aan de slag kunt houden. Daartoe moet je lokaal en regionaal dicht bij de bedrijven werken.”

Om gemakkelijker regionaal te kunnen opereren is het ABP aan het decentraliseren. Behandelteams in de regio kunnen voortaan direct zaken doen met een werkgever. Arbeidsdeskundigen van de districtskantoren moeten ook regelmatig over de vloer komen bij alle werkgevers, zodat ze de situatie daar kennen. Eindhoven fungeert als proefstation. J. Rouschop, districtsmanager aldaar: “We proberen structurele problemen te signaleren en in de toekomst te voorkomen. Het kan zijn dat er bijvoorbeeld een managementprobleem is. Het aanstellen van een interim-manager kan dan een oplossing zijn.” Het ABP betaalt in zo'n geval ook de interim-manager.