Zonnen achter glas

Dat licht kenmerken heeft van een golfverschijnsel, zoals geluid en de rimpels op het water, werd duidelijk uit de waarneming dat men met licht plus licht duisternis kan scheppen, zoals ook geluidsgolven elkaar kunnen uitdoven. Hoe men erin slaagde vast te stellen wat de golflengte is van de verschillende kleuren licht valt niet in twee woorden uit te leggen, laat staan dat hier kan worden aangegeven hoe men dat voor elkaar kreeg met onzichtbaar licht. Met zwart licht.

Van belang is dat de golflengte van het zichtbare licht varieert van 380 nanometer voor het violet tot 780 nanometer voor het rood, en dat er aan beide zijden van dit spectrum onzichtbare, op licht lijkende straling voorkomt waarvan al evenzeer de golflengte bekend is. Infrarood (IR) aan de ene kant, ultraviolet (UV) aan de andere. Infrarode straling heeft vooral een warmte-effect, ultraviolette straling heeft een chemisch/biologisch effect. De afkalvende ozonlaag die veel van het UV dat de zon uitstraalt tegenhoudt heeft de belangstelling voor UV geweldig gestimuleerd.

Weet de consument sinds een paar jaar van de verkopers van tandpasta en shampoo wat een pH is, namens de cosmetica-branche, die ook het begrip "beschermingsfactor' introduceerde, krijgt hij bovendien het verschil tussen UV-A, UV-B en UV-C ingeprent. Echt principiële verschillen zijn er niet tussen de drie. Kort samengevat zou je kunnen zeggen dat UV-C (golflengte 200 tot 280 nm) erg agressief is maar niet diep de huid indringt en - belangrijker - van nature op zeeniveau niet voorkomt. UV-A (315 tot 380 nm), dat het aardoppervlak wel bereikt, is zo weinig agressief dat men er ook al weinig van te duchten heeft. Tussen het gevaarlijke, maar zeldzame C en het algemene, maar minder bedreigende A bevindt zich het UV-B met een golflengte van 280 tot 315 nm. Het is dit UV-B dat zo'n slechte naam heeft.

Het is het UV-B dat dezer dagen de huid bruin kleurt en later (veel later) bij sommigen bovendien huidkanker blijkt te hebben geïnduceerd. Het is ook het UV-B waarvan, nu de ozonlaag boven de hele aarde dunner wordt, de intensiteit het hardst dreigt toe te nemen, al is dat nog niet gemeten.

Recente inzichten en ontwikkelingen hebben het UV-B er dus niet populairder op gemaakt. Des te groter is de verassing als men van een van de grootste en meest gerenommeerde Duitse glasfabrieken te horen krijgt dat zij sinds kort "vlakglas' op de markt brengt dat UV doorlaat. Dat is te zeggen: UV-B, want het meeste glas laat UV-A al aardig passeren. Schott Nederland in Tiel beveelt namens Deutsche Spezialglas AG (Desag), onderdeel van de Schott-groep (gelieerd aan Carl Zeiss), het Sanalux van harte in de belangstelling aan. Met wervende tekst en een behoorlijke technische specificatie. De ontvanger gelooft zijn ogen niet, vraagt nog meer info en ontvangt van de weeromstuit een proefplaatje van het glas. Daar is niets bijzonders aan te zien. Het is zeer helder maar nogal zwaar (4 millimeter dik) en op dwarse doorsnede kleurloos waar het meeste glas een beetje groenig is. In grote platen Sanalux (leverbaar tot 160 bij 220 centimeter) zouden trekstrepen zichtbaar zijn, want het glas wordt nog ouderwets getrokken terwijl het moderne vlakglas hier in West-Europa tegenwoordig allemaal "floatglas' is: het wordt op gesmolten tin gegoten.

Dat Sanalux zowel UV-A als UV-B heel behoorlijk laat passeren en UV-C tegenhoudt staat vast. De uitkomsten van de fysische metingen zijn onweerlegbaar. Maar waarom zou men glas installeren dat UV-B doorlaat? Het liefst laten Desag en Schott dat door derden uitleggen en daarvoor kozen zij het Institut für Baubiologie Rosenheim (IBR) dat een soort milieukeur voor bouwmaterialen afgeeft. Uit een verwarrend betoog dat op essentiële punten geen helder onderscheid maakt tussen "licht' in het algemeen en "ultraviolette straling' in het bijzonder zou zijn af te leiden dat een mens voor zijn gezondheid dagelijks ook een portie UV nodig heeft. Inderdaad bevordert een heel milde dosis UV-B de vorming van vitamine D (met een rol in de botvorming), maar daarvoor is een korte wandeling in de buitenlucht al voldoende. Bovendien neemt men het vitamine ook makkelijk met de voeding op.

Wat IBR verder allemaal aan heilzame effecten noemt moet eerder aan licht in het algemeen dan aan UV worden toegeschreven. Het blijft dus raden naar de bestemming die Desag en Schott werkelijk voor ogen staat. De folders wijzen op bedlegerigen, chronisch zieken en bejaarden die zo weinig buiten komen dat ze daardoor een wat ongezonde teint hebben. Achter Sanalux zouden ze zeker bijkleuren, de vraag is of ze daar werkelijk op zitten te wachten.

Misschien zien we hier de behoedzame introductie van een heel nieuwe trend: veilig zonnebaden achter glas. Misschien is het de bedoeling dat strandpaviljoens hun glazen windschermen (waarachter men niet bruin wordt) door Sanulux vervangen? Maar de prijs van het glas is zo hoog (150 tot 200 gulden per m2), dat paviljoenhouders waarschijnlijk liever plastic platen kiezen. Volgens TNO's Technisch Physische Dienst laten ook de plasticsoorten acryl en polycarbonaat het UV heel behoorlijk passeren.

We staan hier kortom voor een raadsel in de glashandel, een raadsel dat nog intrigerender wordt door de ontdekking dat zich in Tiel ook een grote glasfabriek bevindt (Maasglas, onderdeel van Glaverbel), die juist glassoorten aanbiedt die minimaal UV doorlaten. Dit gelaagde Stratobel bevat tussen twee lagen floatglas een folie van polyvinylbutyral (PVB) die het UV-A selectief wegfiltert. De glassoort is populair bij winkeliers en museumkdirecties omdat, schrijft Maasglas, tapijten, gordijnen, schilderijen en overige interieurartikelen achter Stratobel niet verkleuren, ook al liggen ze permanent in de zon.