Waddenzee

Het artikel "De Waddenzee wordt weggegeven' (W&O 25 juni) geeft ten onrechte de indruk dat de natuurwaarden van de Waddenzee worden aangetast door de mosselzaad- en kokkelvisserij. De schrijfster, Marion de Boo, baseert zich op onderzoek van het Instituut voor Bos- en Natuurbeheer (IBN). Het betreffende rapport is echter geen onderzoeksrapport, maar een bijdrage aan de totstandkoming van een beheersvisie geschreven door twee natuurbeschermers.

De opmerking dat langdurige en intensieve visserij continu voor een verarming van het Wad zorgt, is in dit rapport overgenomen van een Duits onderzoek naar de effecten van kokkelvisserij. Echter, in het betreffende onderzoek (Böhme 1988) komt deze uitspraak niet voor. Dit kan ook moeilijk want in Duitsland werd slechts door één vaartuig op zeer beperkte schaal op kokkels gevist.

Ook in ons land waar een belangrijke mosselcultuur en kokkelvisserij is, die werk verschaft aan ca. 3500 mensen, kan onmogelijk worden gesproken van een continue verarming van natuurgebieden.

In de Oosterschelde komt visserij op schelpdieren al eeuwen voor en bestaat de mossel- en oestercultuur al meer dan 100 jaar. Toch is de Oosterschelde een uniek natuurgebied. Ook in de Waddenzee wordt al decennia gevist op schelpdieren en worden sinds 1952 mosselen gekweekt. Dit heeft niet geleid tot verarming, eerder het tegendeel.

Het bestand aan eidereenden is gelijk met de mosselcultuur gegroeid. Voor 1950 kwamen eidereenden nauwelijks in de Waddenzee voor. De helft van alle door eidereenden gegeten mosselen is afkomstig van mosselpercelen.

Uit onderzoek is gebleken dat er geen enkel verband is tussen het aantal scholeksters en de biomassa aan kokkels in de Waddenzee. Kennelijk hebben scholeksters in voedselarme jaren alternatieve voedselbronnen. Als de scholeksters op het Wad volledig afhankelijk zouden zijn van kokkels en mossels, waren ze allang uitgestorven. De suggestie dat vogels zouden verhongeren als gevolg van visserij op moselzaad en kokkels in voedselarme jaren is dan ook op emoties en niet op feiten gebaseerd.

Eidereenden hebben een voorkeur voor kleinere kokkels dan kokkelvissers en worden in het algemeen niet sterk benadeeld door de kokkelvisserij. Ook in voedselarme jaren kunnen eidereenden volop mosselen vinden op de percelen van mosselkwekers. Perioden met weinig mosselen en kokkels zijn in het verleden voorgekomen en zullen in de toekomst weer voorkomen.

Ook in de visplannen die Zevibel, de overkoepelende organisatie voor schelpdiervissers, heeft gepresenteerd, wordt een beheer voorgestaan waarbij niet alle gebieden worden bevist en waarbij de natuurfunctie voorop staat.

De conclusie dat er door gebrek aan oude kokkels sinds 1988 geen kokkelbroed meer is gevallen, is niet terecht. In 1989 was het bestand aan kokkels in de Waddenzeer 115 miljoen kg., in 1990 23 miljoen kg., in 1991 4 miljoen kg. en in 1992 (inventarisatie mei '92) 29 miljoen kg. Er zijn andere redenen waarom er geen of weinig broed is gevallen en waarom het broed dat wel gevallen is niet ouder is geworden dan enkele maanden.

In 1990 was het verantwoord om de grote kokkels op te vissen. De kokkelsector heeft dat een jaar na de uitspraak van de Raad van State, voorgesteld om onder andere de ecoplots gesloten te houden, hetgeen niet is gebeurd. In 1991 is er in de Waddenzee niet gevist op kokkels.

Ten aanzien van de relatie kokkelvisserij - zeegras valt nog het volgende op te merken. Kokkelvisserij vindt niet plaats in zeegrasvelden. Het gras verstopt het vistuig en maakt de kokkels ongeschikt voor verder verwerking. Het incident enkele jaren geleden in de haven van Terschelling is niet maatgevend.

In de door Zevibel voorgestelde visplannen wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat langzame groeiers als zeegras zich kunnen ontwikkelen. Overigens is het zeegras niet door de visserij uit de Waddenzee verdwenen en is de Waddenzee ook zonder zeegras een kraamkamer en kinderkamer voor diverse vissoorten.

Tenslotte nog enkele correcties op onjuistheden in het artikel. In Duitsland is de laatste kokkelvergunning ingetrokken waardoor er bij de verwerking in Harlingen arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan. De mosselcultuur in de Duitse Waddenzee is echter niet verboden.

In Denemarken wordt in de Waddenzee op kokkels en mosselen gevist. Men overweegt tot uitbreiding van het aantal kokkelvergunningen over te gaan en tot de aanleg van percelen zodat een mosselcultuur kan ontstaan.

De effecten van "Esbjerg' zijn uitsluitend voelbaar in Nederland. In ons land zijn inmiddels twee mosselconservenfabrieken gesloten, terwijl in Denemarken fabrieken worden opgestart. Het Deense natuurgebied de Limfjord is een belangrijke producent van mosselen aan het worden, zodat Denemarken economisch voordeel heeft van de besluiten die in Esbjerg zijn genomen.