Scholenbouwprijs (2)

Het artikel over de scholenbouwprijs (W&O 2 juli) schetst een beeld van de stand van zaken in de scholenbouw voor voortgezet onderwijs. Kort geformuleerd komt het hier op neer: de budgetten zijn te laag, er is te veel gedetailleerde regelgeving, de gebouwde resultaten zijn bedroevend, wat door deskundigen als kwaliteit wordt aangemerkt is niet voor iedereen herkenbaar, de schoolbesturen schieten tekort in hun taak als bouwheer. Op dit laatste punt wil ik nader ingaan.

Bij het indienen van de plannen is aan de schoolbesturen gevraagd aan te geven wat, en hoe de invloed was van de diverse geledingen in de school op het gerealiseerde ontwerp.

Ook voor de jury was dit een belangrijk beoordelingscriterium. In het juryrapport is echter niet aangegeven hoe dit criterium een rol heeft gespeeld bij de beoordeling.

Het criterium "budget' en "kwaliteit/prijs-verhouding', een toch niet onbelangrijk probleem voor schoolbesturen en architecten, komt ook niet in de beoordeling tot uiting. Onbegrijpelijk.

Als er al over het proces wordt gesproken gebeurt dit enkel ten aanzien van de procedure met betrekking tot de architectenkeuze.

Het juryoordeel is daardoor jammer genoeg te veel een architectenoordeel geworden dat wel uitgebreid ingaat op details als kleurkeuze etc., maar sommige inhoudelijke zaken nagenoeg onbesproken laat. Dit is een gemiste kans voor de jury waarin toch ook onderwijsdeskundigen zaten, bij een prijs bedoeld voor schoolbesturen (niet voor architecten).

De prijs is uiteindelijk gegaan naar het J. de Witt College in Den Haag. In de NRC van 1 juli stond een artikel "Rus bepleit prestatieloon in onderwijs', waarin de Russische onderwijsdeskundige Lazarov (kenner van tal van onderwijssystemen in binnen- en buitenland) opmerkt: ""Jullie vergissen je als jullie denken dat schaalvergroting leidt tot zelfstandige en betere scholen.'' Verderop in het artikel refereert hij hierbij aan het J. de Witt College in Den Haag (1.830 leerlingen) dat hij bezocht heeft.

In het juryrapport is slechts één keer sprake van angst voor massaliteit en anonimiteit bij scholen. Er wordt verder niet op ingegaan. Het was interessant geweest van de jury te vernemen hoe bij het J. de Witt College dit probleem een rol heeft gespeeld bij het ontwerp en welke procedure hierbij werd gevolgd.

Op de bekroonde school mag dan een zeer groot percentage allochtone kinderen zitten; uit het gebouwde resultaat blijkt niet dat dit "culturele' gegeven op een positieve manier invloed heeft gehad op de vorm.

Een goede inbreng van "bewoners' in het ontwerpproces is belangrijk en verhoogt de kans dat zij het resultaat als positief zullen ervaren.

Belangrijkste taak (tezamen met de architectenkeuze) van de "bouwheer' is om vorm en leiding te geven aan dit proces.

Zo wordt de beste voorwaarde geschapen voor het "bewonen' van het gebouw, niet als een consumptief "gebruiken' maar als het voltooien van een creatief proces dat door de architect is gestart. Wat mij betreft had de prijs daarom mogen gaan naar de Rudolf Steinerschool in Haarlem, die in uw artikel wel werd afgebeeld maar niet besproken.