Ruzie heeft Maassen al tussen de vijftien en twintig overwinningen gekost; Vete tussen Post en Raas dupeert coureurs

MONTLUCON, 23 JULI. Wanneer volgend jaar Jan Raas dan wel Peter Post - of beiden - niet meer deel uitmaken van de professionele wielerwereld, is er een kans dat hun al bijna tien jaar durende conflict geen invloed meer heeft op het verloop van vele wedstrijden. Beiden zijn nog naarstig op zoek naar een nieuwe sponsor. Maar of met het wegvallen van deze vete ook het gezwel oplost is nog maar de vraag. De controverse tussen beide opperhoofden heeft al zulke diepe sporen getrokken, dat het voor hun volgelingen vanzelfsprekend is geworden. Het kan nog jaren duren voordat het trauma is verwerkt.

Zelfs de directie van de Tour de France is bang dat het gekijf tussen beide Nederlandse stammen een nadelige invloed heeft op haar status. In een brandbrief, die na de etappe in Montlucon nog eerder dan de officiële uitslag werd verspreid, berispte ze in voor communiqué-begrippen zeldzaam grote letters de ploegleiders van de ploegen Panasonic en Buckler voor hun onsportieve gedrag van gisteren en eergisteren jegens de volgers van de Tour, de toeschouwers en de televisiekijkers.

De Tour-karavaan was gisteren in rep en roer. De Tour leefde op, vijf dagen voor het voorspelde einde. Oude vetes werden opgediept. Betrokkenen wendden beschaamd of vernederd hun hoofd af, schoven hun verantwoordelijkheid af of beloofden een beroep bij de bazen op hun gezond verstand te doen. Het moest uitgepraat worden, want voor deze ruzies koopt niemand wat in de wielersport, zeiden ze. Het zal wel nooit worden bijgelegd. Zie je ze al staan? Post en Raas die elkaar met een royale lach op het gezicht een hand geven. Om de wielersport te redden? Om elkaar te redden?

Voor de foto even doen alsof, misschien, heel kort en dan gauw elkaar weer de rug toekeren. Verder dan een portretje met een schijn van heiligheid zullen de twee nooit gaan. Daarvoor is de breuk te definitief geweest in 1983, toen Raas na een nooit bekend geworden conflict met een aantal renners bij de Raleigh-ploeg van Post opstapte en met Kwantum Hallen een nieuw team begon. Daarvoor is hun trots te groot.

Post kan dan wel grootmoedig zeggen - zoals gisteren - dat hij wel met Raas wil praten, omdat hij weet dat hij gisteren de winnaar was en dat Raas geen zin heeft in een vredesgesprek. Al bijna tien jaar lopen de trotse Amsterdammer en de stugge Zeeuw elkaar voorbij zonder te groeten. Zonder dat er over wordt gesproken voelen hun respectieve volgelingen (assistent-ploegleiders en renners) de spanning vibreren wanneer ze in de wedstrijd met elkaar worden geconfronteerd.

De Tour de France als afspiegeling van de samenleving. De wet van de jungle. Maar toch is het aandoenlijk een renner zoals gisteren in Montlucon de Belg Marc Sergeant diep het hoofd te zien buigen, omdat hij precies heeft gedaan wat zijn werkgever van hem verlangt. Hij mocht niet en hij had zo graag mee willen rijden met Jean-Claude Colotti, ook al was deze in de sprint sneller, en met Frans Maassen, ook al was die uit het kamp van Raas. Maar wat als hij het toch had gedaan? “Als het fout loopt ben ik verantwoordelijk.” Dan had hij toch volgend jaar bij een Belgisch B-ploegje zijn carrière moeten afbouwen, of was hij misschien wel werkeloos geweest. Hij heeft niets tegen Maassen, hij had hem nog bijna de overwinning gegund.

En het is begrijpelijk als je een renner als Frans Maassen zijn machteloosheid ziet afreageren. Hij zou het ten einde raad wel eens Raas onder zijn neus willen wrijven. Dat Raas iets met Post heeft, moet hij weten. Maar de vete heeft hem in de loop der jaren “zeker tussen de vijftien en twintig” overwinningen gekost. In de Ronde van Asturië, in de Ronde van Ierland, in de Midi Libre, noem ze maar op. Goed, hij is professional, maar in de eerste plaats toch sportman. Hij kan zo naar een andere ploeg vertrekken - of er nu wel een sponsor voor Raas komt of niet, de contacten zijn er immers al.

Het klinkt volwassen een assistent-ploegleider als Theo de Rooy, die nog maar anderhalf jaar geleden zelf op de fiets zat, te horen zeggen dat hij een “waardeloze middag” heeft gehad. Dat hij er van baalt, dat het hem aan het wielerhart gaat. Dat de pers het allemaal wel weer zal opblazen. Wat hij over deze rel in de krant dan zou willen lezen? “Ik zou een beroep doen op het gezond verstand. Laat ze water bij de wijn doen, laat ze vertrouwen in elkaar zoeken.”

Hij heeft als wielrenner bij Panasonic ook vaak “tussen de hamer en het aambeeld” gezeten. Hij had het gewoon prettiger gevonden als Sergeant met Maassen was doorgereden. Maar hij had dat na overleg met ploegleider Walter Planckaert niet gemogen, “omdat er redenen zijn die dat niet toestaan”.

De Rooy herinnert aan het conflict van dinsdag. Toen de 22-jarige Rus Dimitri Zdanov uit zijn ploeg bij diens vluchtpoging werd ingehaald door Jelle Nijdam van Buckler. “Die gaat dan uitdagend naast hem zitten lachen en rijdt niet mee. Een jongetje dat een paar jaar geleden nog in Siberië voetbalde en die hoort dan 's avonds dat het om oud zeer gaat. Die begrijpt dat toch niet.” Sergeant en Maassen zijn daarbij vergeleken nog oude rotten. Die kunnen het wel hebben. Maar dat het uitgerekend een dag later definitief uit de hand loopt. Dat verscherpt de controverse. “Als het een paar weken geleden tussen Nijdam en Zdanov was gebeurd, had het vandaag nooit zoveel ophef gekregen.”

Het klinkt professioneel Walter Planckaert te horen verklaren dat “er gewoon een ploegenspel is gespeeld” en dat het in het wielrennen de bedoeling is “de concurrent te liquideren” en dat hij met Raas ècht geen ruzie heeft. Maar als hem wordt gevraagd of hij met Raas op vakantie zou willen, zegt hij als een keiharde professional: “Als Raas betaalt wel, ja.” Toch wil Planckaert toegeven dat hij vindt dat Nijdam Zdanov dinsdag voor de televisie belachelijk heeft gemaakt. En dat hem dat zeker heeft geprikkeld. Hij zal getierd hebben, want zo is de Belg, zo machtig was hij als renner al.

Planckaert kan het niet treffender zeggen: “Ik heb alles geleerd van mijn baas (Post, red.). Er is niks meer aan te veranderen.” Over zijn baas wil hij geen kwaad woord horen. “Post heeft alles al bewezen.” Dat hij het wielrennen in Nederland op een hoger plan heeft gebracht. “En dat kun je van Raas niet zeggen.” Als ze hun vete willen uitspelen, moeten ze dat niet doen over de rug van een jongetje van 22 jaar. “Nee”, probeert Planckaert nog, “Post heeft niets met deze tactiek te maken.”

Hilaire van der Schueren is de assistent-ploegleider van Raas. En Belg, want de beste assistenten zijn Belg. Hij had de onderhandelingen tussen Maassen en Sergeant moeten regelen, want Raas reed achter het peloton. Als het aan hem ligt bestaat er geen vete tussen de twee ploegen. “In de Ronde van Asturië hebben Planckaert en ik eens 's avonds op het terras een biertje gedronken. Planckaert zei nog: "we laten niet met onze kloten spelen door Raas en Post, wij gaan gewoon met elkaar rijden'. De volgende dag was Maassen weggesprongen. En wie rijdt er vol gas achter ons aan, Panasonic. Toen heb ik gezegd die Planckaert is niet te vertrouwen.”

En dan Jan Raas zelf. Zonder een woord te willen zeggen, stapt hij uit de ploegleiderswagen de rennersbus in en roept tegen de chauffeur: "Rijden!' Raas zit er mee. De vorige avond legde hij nog kort en geprikkeld uit dat ze in de Tour-etappe naar Valkenburg al door de Panasonics in de wielen werden gereden. “Maassen en Nijdam waren met een groepje weg. En wie rijden er? Daarna hebben ze niets meer gedaan. Iedereen mocht wegspringen, als ze maar niet van ons waren. En gisteren roept De Rooy voor de Franse televisie als Nijdam niet met Zdanov meerijdt: "Ze rijden om ons te laten verliezen'. Daar kan ik niet tegen. Zo zit het. Begrijp je het? Zo, en nu geen woord er meer over.”

Confrontaties als gisteren kunnen diepere oorzaken hebben dan alleen de controverse Post-Raas. De Rooy zegt dat het spel tussen de twee ploegen in elke wedstrijd gebeurt. Van der Schueren zegt dat het dit keer op de man, Maassen, wordt gespeeld. Renners vergeten zelden, maar vergeven nog minder. Een afspraak die niet wordt nagekomen, betekent een eeuwig wantrouwen of nog erger: nooit meer winnen. Er zijn renners die nooit meer winnen, omdat het ze gewoon niet meer toekomt. Zit het duel Maassen-Fondriest (Buckler-Panasonic) in de Amstel Gold Race van vorig jaar, dat Maassen door een duw van Fondriest won, de andere partij misschien nog dwars? Alles is mogelijk in het land van intriges. Het kan de wielersport zelfs boeiend maken. Zoals de Tour de France als een afspiegeling van de samenleving kan worden gezien. Nu zitten zowel Raas als Post naast elkaar in de beklaagdenbank. Bovendien heeft Post problemen met een nieuwe sponsor, en heeft Raas er niet eens één. Post is niet de man om zijn eventuele problemen breeduit te vertellen. Raas komt er rond voor uit. Wat moet hij anders? Hij is nerveus. Evenals zijn renners (zie Maassen), die niets meer winnen. Van sommigen kan hij dat aanvaarden, van de meesten niet. “Zelfkritiek kun je ze niet leren.” Luisteren doen ze kennelijk wel, gezien gisteren, anders staan ze op straat. “Ze zien ons op kop rijden”, zei hij dinsdag nog ter vergoeilijking. En toen hoopvol: “Dat telt mee bij de volgende sponsor. Wij zijn deze Tour meer in beeld geweest dan vorig jaar.”