Rob Birza kan echt virtuoos schilderen en mag dat tonen

Tentoonstelling: Rob Birza: Het aquarium. Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 20 september.

Wie iets over Rob Birza leest, komt vroeg of laat de opmerking tegen dat hij een virtuoos schilder is. Dat is dan niet als compliment bedoeld. Sterker nog, volgens veel critici is Birza een goed schilder ondanks zijn virtuositeit. Daarom wordt het toegejuicht dat Birza niet alleen schildert, maar ook knipt, plakt, assembleert en installeert. Aan de werken waarmee hij op de laatste KunstRai de Triple P. prijs won, waren bij voorbeeld plastic kuipstoelen bevestigd. Alsof Birza zijn schildertalent zou moeten omzeilen.

Iemand die goed kan schilderen en dat laat zien, wordt vaak verdacht van oppervlakkigheid, vooral als hij of zij figuratief schildert. Een Nederlandse schilder die daar last van heeft, is bij voorbeeld Erik Andriessen. Andriessen schilderde eerst voornamelijk bloemen. Ik sluit niet uit dat angst om voor oppervlakkig versleten te worden, hem voor andere, meer grimmige onderwerpen heeft doen kiezen. Andriessen schildert nu onder anderen skeletten en lijken van dieren (waaronder een schitterend nijlpaardje met opengesneden buik).

Rob Birza (30) houdt zich bezig met de kunstgeschiedenis. Bekend is zijn schilderij Strawberries, pistache, peach and banana (1990), een pastelkleurige knipoog naar Mondriaan, dat verleden jaar te zien was op zijn solotentoonstelling in het Stedelijk Museum.

Het is opvallend dat zowel Andriessen als Birza in het verleden zeewezens tot onderwerp hebben gekozen. Erik Andriessen schildert al een paar jaar schelpen, kreeften en krabben. Rob Birza exposeert nu in het Haags Gemeentemuseum negentien schilderijen, vijf reliëfs van piepschuim, tien asfaltplaten en twee sculpturen uit 1990. De tentoonstelling heet "Het aquarium' en een aquarium is ook wat elk werk afbeeldt: water gevuld met waterplanten, vissen, schildpadden, slangen en zeehonden. Birza noemt de tentoonstelling een installatie, maar dat is helemaal niet nodig. Naar zijn schilderijen kijk je net zo als naar een bundeltje asperges van Coorte uit de zeventiende eeuw of naar een hooiberg van Monet uit de negentiende. Vol bewondering zie je wat hij gezien heeft en hoe hij dat heeft vastgelegd.

Een verschil tussen de zeeschilderijen van de twee twintigste-eeuwse schilders is dat Andriessen zich heeft beperkt tot de dode natuur - een grillige Caraïbische schelp of een bizarre kreeft op een egale achtergrond - en Birza het leven in het water, de beweging, heeft geschilderd. Zijn schildpadjes steken hun kopje net boven het water uit, botsen tegen elkaar op (er staan wel 19 schildpadden op één doek), zwemmen, zweven, dansen. Birza's waterslang is omgeven door dunne witte lijnen. Een sidderaal?

In het weergeven van de beweging, door dezelfde vissen in verschillende poses te schilderen, toont Birza zijn virtuositeit. Wat is die groene veeg met een een klein geel veegje erboven? Dat is de groene vis met gele rugvin daar links en profil, maar hier rechts duikt hij naar beneden.

De schilderijen blijven spannend omdat sommige vegen nu juist niet een bekende vorm weergeven. Het blijven gewoon vegen. Op drie schilderijen hebben abstacte vormen de overhand genomen. Het zijn composities van ringen, die in deze omgeving snel aan patrijspoorten doen denken. Achter een van de ringen verschijnt toch weer een rugvin, achter een andere het lachende gezicht van een zeekoe of -hond.

De asfaltplaten op de achterste wand van de Mulierzaal zijn een toegift. Hier hangen pastaschelpjes echte schelpjes te zijn, nietjes zeesterren, en vogelveren vissen. Ik weet ook wel dat je niet alleen met verf een vis kunt namaken, zegt de schilder. Dat kan inderdaad ook met andere middelen, maar met verf kan deze kunstenaar dat het beste.

Misschien koos Birza, net als Andriessen, voor het schilderen van de wereld onder water omdat deze onbekender is dan de wereld erboven. Misschien wilde hij, ter afwisseling van zijn werk over de kunstgeschiedenis, het gevoel hebben dat hij als een van de eersten iets vastlegde. Met een gewoon landschap, met gras en rivieren en wolken, zou hij in de herinnering veel meer hebben losgemaakt. Nu zie je zijn zeepaardjes en watersalamandertjes en je kunt aan niets anders meer denken.

Toch verliet ik de tentoonstelling met pijn in het hart. Het lijkt of Rob Birza op zijn aquariumschilderijen de moderne esthetiek in haar kern heeft geraakt. Birza verlegt de grenzen van de schoonheid niet, hij laat precies datgene zien wat wij mooi vinden. Hadden de schildpadjes nog iets meer op schildpadjes geleken, en nog iets minder op strepen verf, dan was het geen kunst meer geweest, maar kitsch. Ik voelde me betrapt. Rob Birza verleidt je met zijn virtuositeit. Maar wie eenmaal zijn paradijs is binnengegaan, wordt er door de schilder meteen weer uit verjaagd.

Birza hoeft zijn talent niet te omzeilen. Hij weet het heel scherpzinnig te hanteren.