Pulp-pers krijgt beetje gelijk in affaire-Mellor

LONDEN, 23 JULI. De publiciteit rond de affaire-Mellor heeft van de Britse Press Complaints Commission - het equivalent van de Raad voor de Journalistiek - uiterst omzichtig goedkeuring gekregen. De PCC was gisteren in spoedzitting bijeen gekomen om zich te beraden over de vraag of de pers te ver gegaan was bij het onthullen en beschrijven van de buitenechtelijke verhouding tussen minister Mellor, verantwoordelijk voor perszaken, en een actrice. De Raad concludeerde dat het publiek het recht heeft geïnformeerd te worden over het privé-gedrag van politici, voor zover dat van invloed zou kunnen zijn op de manier waarop ze hun openbare functie uitoefenen.

De uitspraak werd door de schandaalpers, bij monde van News of the World-hoofdredactrice Patsy Chapman, meteen geciteerd als bewijs dat de onthullingen over Mellor dus in het publiek belang waren geweest. Chapman is lid van de PCC, die is samengesteld uit journalisten en buitenstaanders. Maar voorzitter Lord McGregor haastte zich erop te wijzen dat de PCC alleen in het algemeen gesproken had, omdat Mellor ervan had afgezien een klacht in te dienen bij de PCC.

De uitspraak van de PCC over de beperkte onschendbaarheid van het privé-leven van politici is in opvallend contrast met die van een maand geleden over de privé-sfeer van leden van het koninklijk huis. De PCC oordeelde toen uit eigen beweging dat de artikelen over het huwelijk van de Prins en Prinses van Wales “kwalijk en ziekelijk sensationeel” waren. Die veroordeling verdeelde de PCC intern, omdat Lord McGregor zijn eigen oordeel had gepubliceerd en had nagelaten de leden van de raad daarover te consulteren.

De Conservatieve Partij, Mellor's politieke thuisbasis, lijkt er inmiddels in geslaagd de gevolgen van de affaire tot deze minister beperkt te houden. Beschuldigingen van de hoofdredactie van The Sun, als zou een minister uit het kabinet-Major gepoogd hebben tijdens de verkiezingscampagne publiciteit te genereren uit het vermeende liefdesleven van de Liberale leider Paddy Ashdown, zijn door alle betrokken ministers uit het vorige kabinet-Major, inclusief de campagneleiders Chris Patten en John Wakeham, met kracht ontkend.

De Tories zeggen dat de kwestie nu voor hen is afgedaan. De Liberale Democraten vinden dat antwoord van een “adembenemende arrogantie”. Dat de Tories bereid waren een “dirty tricks”-campagne te voeren teneinde de verkiezingen te winnen staat voor hen vast. Die claim werd gisteren gesteund door de kwaliteitskrant The Independent, die met onafhankelijk bewijs voor een dergelijke tactiek aankwam.

Wat de minister voor persvrijheid zelf betreft: de publiciteit over zijn verhouding en de gevolgen daarvan houdt aan en bevindt zich nu in een stadium waarin Mellors schoonouders hun schoonzoon via de pers toevoegen dat hij een onbetrouwbare rat is, die noch met hun dochter, noch met regeringsgeheimen te vertrouwen is. Mellors echtgenote heeft haar ouders en de pers gevraagd zich niet langer met haar zaken te bemoeien. De schoonouders laten het er niet bij zitten en zeggen dat de minister zelf hen gisteren heeft uitgescholden en heeft gezegd dat zij hun kleinkinderen nooit meer zullen zien.