Nieuwe militaire actie tegen Saddam vergt politieke strategie

“Saddam zal eeuwig blijven”, zongen duizenden demonstranten maandag in Bagdad terwijl ze marcheerden langs het inspectieteam van de Verenigde Naties dat zich ophield voor het ministerie van landbouw. De organisatoren van de Ba'ath-partij die deze leus bedachten, onderkennen heel goed het werkelijke probleem in Irak.

Dat wil niet zeggen dat de bewapeningsprogramma's waar het VN-team onderzoek naar doet onbelangrijk zijn. De gedachte dat Irak vermoedelijk nog steeds massavernietigingswapens ontwikkelt is uiterst zorgwekkend, en het is goed dat de Veiligheidsraad scherp let op het aanhoudende gedraai van het regime in deze kwestie.

Bovendien is de weigering van Bagdad om met de VN-inspecteurs samen te werken duidelijk in strijd met de voorwaarden van de wapenstilstand, vastgelegd in resolutie 687 van de Veiligheidsraad. Day verschaft de lidstaten een wettelijke rechtvaardiging om tot actie over te gaan, zelfs tot militaire actie.

De crisis over het inspectieteam van de VN is slechts een deel van een bredere crisis, die over de duur van het regime van president Saddam Hussein. Diens weigering het VN-team toe te laten, is maar één van de recente provocaties aan de VN: Zijn afwijzing van VN-voorwaarden over de beperkte verkoop van Iraakse olie voor de financiering van voedsel en medicijnen. Zijn weigering de overeenkomst met de VN te vernieuwen waaronder de internationale humanitaire organisaties in Irak opereren. De opvoering van het aantal intimidaties van onder meer VN-functionarissen in het noordelijke Koerdische gebied, dat door een geallieerde luchtdekking buiten zijn directe bereik is. De terugtrekking van zijn waarnemers uit de VN-commissie die de grens tussen Irak en Koeweit afbakent. De voortgaande militaire operaties tegen shi'itische vluchtelingen in de moerasgebieden ten noorden van Basra. Het opzettelijk vervuilen van de moerassen met rioolwater en de voorbereidingen voor het droogleggen van de moerassen met het oog op het sturen van pantserwagens. Sinds een Iraanse luchtaanval op een basis van een Iraanse oppositiebeweging in Irak , begin april, heeft de Iraakse luchtmacht vluchten hervat, hetgeen nog een schending is van het wapenstilstandsverdrag.

Er zijn twee interpretaties van dit gedrag mogelijk. De pessimistische is dat Saddam steeds meer vertrouwen heeft in zijn machtspositie, en de VN ongestraft kan uitdagen. De optimistische is dat zijn uitdagende houding een wanhopige poging is om een steeds onrustigere bevolking, die zijn gezag langzamerhand ziet afkalven, te intimideren, en het moreel van zijn aanhangers te herstellen. Beide interpretaties zijn waarschijnlijk ten dele waar.

Er is reden om aan te nemen dat sancties effect hebben. En het feit dat Saddams bevelen in het noorden niet worden opgevolgd en de shi'itische weerstand in de moerassen aanhoudt, kan leiden tot vermindering van zijn gezag in de rest van het land. Maar misschien veronderstelt hij ook dat nog een serieuze internationale inspanning om hem aan te pakken onwaarschijnlijk is.

Er zijn veel redenen om Saddam niet ongestraft te laten gaan, van het welzijn van het Iraakse volk en stabiliteit en veiligheid in het Midden-Oosten, tot het belang van de hele wereld bij het stopzetten van de verspreiding van massavernietigingswapens. Maar de landen die niet willen dat hij er zo gemakkelijk vanaf komt, zoals de regeringen van Groot-Brittannië, Frankrijk en de VS, hebben wèl een duidelijke strategie nodig om hem te kunnen aanpakken.

De politiek die zij voerden sinds de wapenstilstand van 28 februari vorig jaar ontbrak het aan initiatief. Ze lieten na de opstand in het noorden en zuiden te steunen toen het regime wankelde door de oorlogsnederlaag en gemakkelijk uiteen had kunnen vallen. Ze grepen op het allerlaatst in - onder hevige druk van de publieke opinie - om de Koerden in het noorden een van "veilig toevluchtsoord' te verzekeren, terwijl de onfortuinlijke shi'ieten in het zuiden, buiten het beeld van de televisiecamera's, aan hun lot werden overgelaten.

De Veiligheidsraad nam resolutie 688 aan, waarin het regime werd opgeroepen af te zien van onderdrukking in Irak en samen te werken met humanitaire organisaties van de VN, en waarin de secretaris-generaal opdracht kreeg de uitvoering ervan te controleren en erover te rapporteren. Maar deze resolutie, in tegenstelling tot die over de Golfoorlog en de wapenstilstand, heeft geen dwingend karakter, tenzij of totdat zij wordt ondersteund door resoluties met een dwingend karakter.

Gezien de directe bemoeienissen met Iraks "binnenlandse aangelegenheden' is het wellicht moeilijk een meerderheid te krijgen voor dergelijke resoluties, maar niet per definitie onmogelijk als de VS - die daartoe zoals bekend in staat is - pressie zouden uitoefenen op andere lidstaten. In ieder geval hebben de Westerse mogendheden in de Koerdische kwestie zich niet laten weerhouden door juridische argumenten; zij kwamen zonder meer in actie.

Nu is er weer actie nodig. Het zou tragisch zijn als dit gebeurt door bombardementen, waarschijnlijk gericht op doelen waarvan men meent dat zij in verband staan met het Iraakse bewapeningsprogramma. Iedere militaire actie zou deel moeten uitmaken van een politieke strategie, met als duidelijk doel Saddam af te zetten en te vervangen door een gekozen regering.

Het relatief succesvolle toevluchtsoord in het noorden toont aan dat luchtdekking een doeltreffende manier is om het gezag van het regime te verzwakken. Het gevaar van deze tactiek is dat het een quasi-onafhankelijke Koerdische staat heeft gecreëerd, wat in strijd is met het oogmerk de territoriale eenheid van Irak intact te laten.

Gelukkig zijn de Koerdische leiders zich bewust van de risico's die hieraan zijn verbonden. Hoewel de vrije verkiezingen, die in mei in Koerdistan werden gehouden, de leiders een onbetwistbaar en wettelijk gezag gaven, hebben zij dit niet gebruikt om de onafhankelijkheid uit te roepen. In plaats daarvan zonden zij vertegenwoordigers naar het Iraakse nationale congres in Wenen. Dit congres “bekrachtigde de totale gelijkheid van alle burgers, inclusief de mensen uit Iraaks Koerdistan, en erkende hun zelfbeschikkingsrecht, maar niet het recht zich af te scheiden (cursivering van E.M.), binnen een Iraakse eenheidsstaat”.

Van de twee Koerdische leiders, Masoud Barzani en Jalal Talabani, wordt verwacht dat zij een pan-Iraakse delegatie vormen, met twee shi'ieten en twee sunnieten, voor hun ontmoeting met James Baker in Washington, volgende week. Zijn bereidheid om hen te ontvangen is een belangrijk teken dat de VS een democratisch alternatief steunen voor heel Irak, en niet alleen voor Koerdistan. Hij moet dit laten volgen door de belofte een voorlopige Iraakse regering te ondersteunen, aanvankelijk gezeteld in het noorden, en die te helpen bij de uitbreiding van haar gezag naar het zuiden met behulp van de luchtmacht om mogelijke strijdkrachten die Saddam ertegenin probeert te zetten te neutraliseren.

Het doel moet zijn: uitbreiding van het toevluchtsoord, totdat het hele land er deel van uitmaakt. Intussen moet duidelijk worden gemnaakt dat het doelwit van de sancties niet de Iraakse bevolking is, maar het regime van Saddam. De huidige absurde situatie dat deze sancties worden toegepast op het toevluchtsoord, dat nota bene door de geallieerden zelf is gecreëerd, moet onmiddelijk worden beëindigd.

© Financial Times/ NRC Handelsblad