Minderwaardigheid

Met enige verbazing heb ik het artikel "Delftse minderwaardigheid' gelezen, een bespreking van het boek van H. Baudet over de TU Delft. Het beeld dat hier van de exacte en technische wetenschappen geschetst wordt is de omgekeerde wereld. Zelf ben ik jurist en econoom, maar ik heb altijd belangstelling gehad voor de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, vandaar enige kanttekeningen.

Ik heb altijd gemeend dat juist de Technische universiteit Delft bekend gestaan heeft als de meest hoogwaardige universiteit van Nederland. Er zijn tijden geweest dat deze universiteit samen met o.a. Harvard, MIT, Princeton, Stanford, Caltech, Oxford, Cambridge, ETH Zürich (waar Einstein gestudeerd heeft) en Kyoto university in de top tien van de wereldranglijst heeft gestaan. De enige andere universiteit van Nederland die deze wereldfaam enigszins kan benaderen is die van Leiden.

Verder kan ik mij van mijn gymmasiumtijd herinneren dat juist de knapste leerlingen van mijn klas een technische of exacte wetenschap gingen studeren. Deze klasgenoten waren weliswaar wereldvreemde bleekneusjes maar ze waren allerminst brallerig of arrogant. Verder heb ik ook bij familieleden en bekenden (medici, juristen en taalkundigen) genformeerd over hoe B-wetenschappen en m.n. de T.U. Delft bekend stonden. Zonder uitzondering was de reactie dat "Delft' voor de bollebozen was waar men met respect tegen opkeek.

Zo wordt er ook in het artikel beweerd dat de B-studies niet moeilijker zouden zijn dan andere (b.v. talenstudies). Dit klopt niet, voor de B-studies heeft men inzicht en abstractievermogen nodig, dit i.t.t. de alfa- en gammastudies waar men met veel inzet een heel eind komt.

Het blijkt ook uit de statistiek dat de studenten in de exacte en technische wetenschappen gemiddeld de hoogste cijfers op het V.W.O. hebben (ook voor de niet-exacte vakken).

Dat er desondanks zoveel studenten het moeilijk hebben met de B-studies wijst er al op dat deze richtingen echt zwaar zijn (ook vrienden van mij die de middelbare school glansrijk doorlopen hadden, kregen het moeilijk in Delft).

In het artikel wordt beweerd dat de HBS speciaal als vooropleiding voor de B-studies bedoeld is. Dit geldt echter slechts voor de vijfjarige HBS-B alsook het gymnasium-ß. Bij de laatstgenoemde waren de examens voor de exacte vakken iets gemakkelijker dan voor de HBS-B.

Echter ook zonder deze gegevens kan ieder mens met een beetje gezond verstand bedenken dat deze studies zwaar moeten zijn. Hiervoor hoeven we alleen maar even te denken aan de resultaten van hun denkwerk zoals b.v. de ruimtevaart, de TV, de medische technologie, de computer, de compact disc, de deltawerken en ga zo maar door. Mensen die de theorie en de formules zo beheersen waar dit uit voortkomt moeten wel heel intelligent of "ingenieus' zijn. Dat is nog eens wat anders dan een taal beheersen of de geschiedenisfeiten kennen.

Mijn ervaring is, zoals gezegd, dat deze genieën vaak allesbehalve arrogant zijn. Deze arrogantie kom je veel meer tegen in de medische en helaas ook in de juridische wereld. Dat in dit artikel concreet het afzetten tegen het HBO (HTS) wordt genoemd, heeft hier niets mee te maken. Toen in 1957 de HTS-er zich "ing' mocht gaan noemen is hier tegen geprotesteerd omdat verwarring zou kunnen ontstaan met de universitaire "Ir'. Als de HEAO-er zich "me' of "doc' zou mogen noemen, dan zou ik hier ook niet blij mee zijn. Verder vind ik dat het woord "hogeschool' nooit voor het HBO gebruikt had mogen worden (sinds 1986). Daarvoor werd het gebruikt voor een universiteit met slechts een of twee faculteiten (Delft, Rotterdam, Tilburg, Wageningen, etc. en veel langer geleden ook voor Utrecht en Leiden). Voor een buitenstaander is de verwarring nu compleet, maar dit terzijde.

Dan kom ik nu bij het punt van de fundamentele versus toegepaste wetenschap, dit is dus iets anders dan theorie versus praktijk. Ten onrechte werd toegepast onderzoek lager aangeslagen dan fundamenteel onderzoek, ook in toegepaste wetenschap kan men zeer theoretisch bezig zijn. Ook volgens de natuurkundige en Nobelprijswinnaar S. van der Meer (gestudeerd in Delft!) zijn de fundamentele en toegepaste wetenschap onlosmakelijk met elkaar verweven.

Er wordt ook in de technologische wetenschappen heel wat fundamenteel onderzoek verricht. Waarom zou je de hiermee verkregen kennis niet mogen gebruiken? Als een ingenieur een satelliet ontwikkelt dan kan dit inderdaad als ontwerp worden aangemerkt, zijn studie is er echter niet minder wetenschappelijk door. Als een ingenieur zich met theoretische natuurkunde of elementaire deeltjes bezig houdt dan zijn zelfs hun beroepen fundamenteel wetenschappelijk van aard. Er wordt dus lang niet altijd voor een beroep opgeleid, dit in tegenstelling tot de studies geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde, rechten, farmacie e.d. die soms zelfs praktisch en niet wetenschappelijk zijn.

Als de academische wereld indertijd inderdaad tegen de TU Delft heeft aangekeken als door Baudet is geschetst, dan waren deze mensen academisch misvormd en onrealistisch. In andere landen was men wat dit betreft realistischer. Het zal wel dezelfde Hollandse bekrompenheid zijn als waarom in Nederland de treinen later zijn gaan rijden dan in andere landen. Ik hoop dat ik me vergis, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de overige academici van weleer juist jaloers waren op de intellectuele superioriteit van die uit Delft en deze probeerden te breken door ze buiten te sluiten.

Als ik ingenieur was (ik ben er helaas te dom voor, maar ik kom daar tenminste eerlijk voor uit) dan zou ik over zo'n houding slechts medelijdend glimlachen en vervolgens verder gaan met de maatschappij nog geavanceerder te maken dan hij al is.