Kritiek Landbouw op houding EG bij steun aan GOS

DEN HAAG, 23 JULI. Het ministerie van landbouw vindt dat de Europese Commissie Nederlandse bedrijven benadeelt bij de steun die de Gemeenschap verleent aan export naar het Gemenebest van Onafhankelijke Staten.

Het ministerie stelt dat te weinig Nederlandse bedrijven voorkomen op een door de Commissie opgestelde lijst van exporteurs die aan enkele GOS-republieken worden aanbevolen in het kader van drie miljard gulden EG-krediet aan het GOS.

Ambtenaren van de Europese Commissie hebben volgens Landbouw inmiddels gezegd “niet zo gelukkig te zijn met de gang van zaken” en maatregelen te zullen treffen. Het CDA-Tweede Kamerlid G. Leers verlangt van minister Bukman (landbouw) en staatssecretaris Van Rooy (buitenlandse handel) opheldering over de kwestie.

Een woordvoerder van het ministerie van landbouw in Den Haag spreekt van “een merkwaardige gang van zaken”. De Landbouwraad van de Nederlandse ambassade in Moskou is de zaak op het spoor gekomen toen hij onlangs een lijst van Europese bedrijven in handen kreeg, opgesteld door de Europese Commissie en bedoeld voor de GOS-republieken Armenië en Georgië. De lijst bevat bedrijven waar, volgens de Europse Commissie, de republieken het best hun met EG-hulp gefinancieerde inkopen (met name voedergranen) kunnen doen.

De Landbouwraad heeft de lijst aan Tweede-Kamerlid Leers doorgespeeld die onlangs een bezoek aan Moskou bracht. Tot stomme verbazing van Leers komt op de lijst van ten minste 38 ondernemingen slechts één enkel Nederlands bedrijf voor, terwijl Nederland toch niet een van de geringste exporteurs van landbouwprodukten is.

De permanente vertegenwoordiging van Nederland in Brussel heeft bij de Europese Commissie om opheldering gevraagd. De Commissie heeft volgens Landbouw inmiddels een nieuwe lijst gestuurd waarop meer Nederlandse bedrijven voorkomen.

Leers is verontwaardigd over de oude lijst. “De Nederlandse bedrijven komen weer niet aan bod”, aldus Leers. “De lijst die de Europese Commissie naar Armenië en Georgië heeft opgestuurd, is een oude op ad hoc basis samengestelde lijst, bedoeld voor de republiek Rusland om graan inkopen te doen in het Westen. Deze lijst krijgt nu een semi-officiële status, terwijl hij bij lange na niet compleet is.” Volgens Leers had de Europese Commissie een officiële lijst van graan-exporteurs moeten sturen, waar wèl een aantal Nederlandse exporteurs op voorkomt. Het ministerie van landbouw in Den Haag heeft begrepen dat de Europese Commissie deze officiële lijst nastuurt.

Volgens Leers ontbeert het de bestuurders in de GOS-republieken die belast zijn met de inkoop uit het Westen aan kennis van zaken. “Ze weten echt niet bij wie ze terecht moeten en varen dus blind op zo'n lijst van de Europese Gemenschap. Des te pijnlijkers is het dat een belangrijk landbouwland als Nederland is ondervertegenwoordigd op de lijst.”

Leers pleit nu samen met partijgenoot T. de Kok voor “heldere spelregels” opdat de ontvangende GOS-republieken “nauwkeurige en gelijkluidende informatie hebben over de gang van zaken rond de hulpverlening” en opdat de Europese exporteurs “als volwaardige partijen kunnen opereren”.

De voormalige Sovjet-republieken hebben van de Europese Gemeenschap gezamenlijk 1,25 miljard ecu (ongeveer drie miljard gulden) aan leningen toegezegd gekregen voor de aankoop van voedsel en medicijnen. Met de afzonderlijke republiek worden afspraken gemaakt over leningen en de gewenste produkten.

Of alle GOS-republieken op een lening kunnen rekenenen is overigens nog onduidelijk. De EG wilde aanvankelijk eerst overeenstemming hebben over terugbetaling van oude schulden.