JAPANSE KERAMIEK EN TEXTIELKUNST IN HET PRINCESSEHOF; Doeken en vazen uit de heuvels rond Kyoto

Tentoonstelling Kohyama en Tanaka, hedendaagse keramiek en textielkunst uit Japan. T/m 30 aug. Het Princessehof, Grote Kerkstraat 11, Leeuwarden. Ma t/m za 10-17u, zo 14-17u. Inl 058-127438. Cat ƒ 25,-. De tentoonstelling zal hierna te zien zijn in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg, van 18 sept t/m 1 nov 1992.

Ter gelegenheid van zijn 75-jarig bestaan organiseert Museum het Princessehof in Leeuwarden een aantal tentoonstellingen met als thema de culturele benvloeding tussen Oost en West. De expositie "Kohyama en Tanaka, hedendaagse keramiek en textielkunst uit Japan' is er een uit die serie. Het Princessehof gaf gastconservator Loan Oei de opdracht een tentoonstelling te maken van hedendaagse, typisch Japanse keramiek met internationale allure. Het zou Loan Oei niet zijn - initiator van tentoonstellingen over ikat, indigo en Kubatextiel de afgelopen jaren - als hieraan geen textiel werd toegevoegd. In samenwerking met Benno Premsela, die de inrichting van de dubbeltentoonstelling ontwierp, en beeldend kunstenaar Alexander Lichtveld, selecteerde Loan Oei de kunstenaars en hun werk.

Het werk van de Yasuhisa Kohyama (1936) en Chiyoko Tanaka (1941) is introvert en niet westers in techniek, vorm en inhoud. Of er dus overeenkomstig het thema van de tentoonstellingsserie sprake is van een oost-westrelatie valt te betwijfelen. De robuuste vazen van Kohyama mogen er zijn, maar de ogenschijnlijk simpele doeken van Tanaka zijn onthutsend mooi. Zowel Tanaka als Kohyama vallen buiten het circuit van de gevestigde Japanse kunstenaars. Tanaka door een zelfgezocht isolement, Kohyama mogelijk door zijn enigszins wisselende kwaliteit. Hij heeft ook werken gemaakt die er letterlijk wat slap uitzien. Beide kunstenaars hebben, zoals in Japan gebruikelijk, een artistieke sponsor: een oudere, gevestigde kunstenaar die hen als protégé heeft aangenomen.

Tanaka's werk is te omschrijven - als er een begrip uit de westerse kunst op van toepassing is - als minimal art. Het betreft vrij grote rechthoekige lappen stof: linnen, zijde, katoen en ramie, geweven in linnenbinding met een compacte structuur, zodat de kettingdraden alleen aan de uiteinden in de stijf uitstaande franje te zien zijn. Soms ontbreekt op een klein deel van de doek de inslag en ligt de ketting bloot. De afwerking maakt Tanaka's doeken tot wat ze zijn. Op een ruw oppervlak, vaak een vaste plek in haar tuin in de heuvels buiten Kyoto, bewerkt Tanaka haar doeken met een steen met klei, oker of houtskool. De ruwe ondergrond en het harde wrijven zorgen voor een "croute' in en op het weefsel, inclusief "beschadigingen' zoals kleine gaatjes. Het resultaat roept voor de westerse toeschouwer associaties op met het werk van Lucio Fontana, maar dan tweedimensioneel. Tanaka zelf vergelijkt haar doeken met het menselijk bestaan, volmaakt bij de geboorte (het weefsel), geteisterd tijdens de levensloop (het wrijven met de steen).

Het keramisch werk van Kohyama is nadrukkelijk Japans. Hij gebruikt kwartsrijke klei uit Shigaraki en bakt deze in een traditionele houtskooloven, de anagama, die hij tegen een heuvel buiten Kyoto bouwde. Kohyama snijdt de klei tot plakken en bouwt deze op tot aardekleurige potten en vazen. De kunstenaar presenteert in Japan zijn vazen soms met bloemenarrangementen. En inderdaad lijken de vaasvormen om bloemen te vragen. Naar eigen zeggen werkt Kohyama van binnen naar buiten, en gaat zijn aandacht uit naar de "negatieve' ruimte in het voorwerp. Voor ons westerse toeschouwers is de zichtbare materie, het voorwerp, vooral van belang.

Het zoeken naar betekenissen achter het werk van deze twee moderne Japanse kunstenaars blijft een hachelijke zaak. Dat blijkt als een Japanse kunstcriticus in de fraai vormgegeven catalogus Tanaka's werk verbindt met het begrippenkader van westerse cultuurfilosofen als Johan Huizinga en Roger Caillois. Of als Marjan Unger, directeur van Dutch Form, het in haar bijdrage heeft over "symbolische en zelfs mystieke waarden', waarbij het woord Zen net niet valt. Een opmerkelijke kruisbestuiving van oosterse en westerse kunstcritici, waarbij de kunstenaar in feite het nakijken heeft.