Japanse justitie onderzoekt zaak van militaire bordelen

TOKIO, 23 JULI. Het Japanse ministerie van justitie beschikt over documenten van de processen die in 1948 in Jakarta zijn gehouden tegen Japanse oorlogsmisdadigers, oorlogsmisdadigers die in 1944 in Nederlandsch-Indië Nederlandse vrouwen tot prostitutie hebben gedwongen ten gerieve van Japanse soldaten. Het ministerie is nu een onderzoek begonnen naar de details.

Dat meldde gisteravond de "Asahi Shimbun'. Het ministerie wilde het krantebericht vandaag niet officeel bevestigen.

De krant meldde verder dat, toen de Japanse regering een paar weken geleden voor het eerst officieel toegaf dat het Keizerlijke Leger destijds systematisch was betrokken bij de oprichting van de soldatenbordelen, de regering haar informatie niet had nagetrokken bij het ministerie van justitie. Had ze dat wel gedaan, dan had ze de conclusie kunnen trekken dat de betrokken vrouwen waren gedwongen tot prostitutie, zo suggereerde de krant.

De regering ontkende toen dat er van dwang sprake was. Bovendien zei eerste kabinetsecretaris, Koichi Kato, dat het vooral om Japanse meisjes zou gaan en, voorzover er buitenlandse vrouwen bij waren betrokken, deze uit Azië kwamen. Over de betrokkenheid van Westerse vrouwen meldde de regering niets.

De Asahi bracht eerder deze week het bericht dat ten minste 35 Nederlandse vrouwen in het voormalige Nederlandsch-Indië door het Keizerlijke Leger tot seksslavernij waren gedwongen. Dat bleek uit de verslagen van de processen uit 1948 waarop de krant de hand had weten te leggen. Bovendien had de krant twee vrouwen opgespoord, waarvan één in Den Haag, die bereid waren de hele geschiedenis te bevestigen. Zowel uit de verslagen als uit het relaas van deze twee vrouwen bleek dat er van dwang sprake was geweest.

Een oud-soldaat heeft eerder tegenover de media verklaard dat de Aziatische vrouwen, veelal jonge tot zeer jonge vrouwen, met stokken in vrachtwagens waren geslagen, om hen zo snel mogelijk te scheiden van hun huilende kinderen.

In Japan wordt er door sommigen rekening mee gehouden dat mogelijk ook Britse vrouwen destijds tot "seksslavernij' zijn gedwongen. De Japanse regering noemt de seksslavinnen nog steeds eufemistisch "troostmeisjes' en de bordelen "trooststations'.

Volgens het ministerie van justitie zijn de documenten in 1973 verzameld voor “intern gebruik”. In een van deze verslagen, van een internationaal rechtbanktribunaal in Batavia (nu Jakarta) tegen Japanse oorlogsmisdagigers, staat: “Veertien werden aangeklaagd in drie bordeelzaken, 12 werden schuldig bevonden, waarvan een ter dood werd veroordeeld, twee werden vrijgesproken”.

Japans premier, Kiichi Miyazawa, heeft gisteren een onderzoek toegezegd naar de zaak van de Nederlandse vrouwen. Tijdens een spreekbeurt in Osaka, in het kader van de verkiezingen komende zondag voor het Hogerhuis, zei hij dat hij graag helderheid wilde. “In het algemeen gesproken is het belangrijk dat we zo veel mogelijk gegevens krijgen en de feiten onderzoeken”, aldus de premier, zo meldt vandaag de Japanse krant "Mainichi Shimbun'. Een woordvoerder van de premier kon vandaag het bericht niet bevestigen.

Niettegenstaande de aandacht van de Japanse media is de zaak van de militaire bordelen uit de Tweede Wereldoorlog in Japan beslist niet het gesprek van de dag. De Japanse televisie gaf ruime aandacht aan een groep Koreaanse vrouwen die enkele weken geleden een petitie kwamen aanbieden over het hun aangedane leed in de oorlog. Over de Nederlandse vrouwen luidde de kop in de "Asahi Shimbun': “Nederlandse vrouwen toegevoegd aan lijst van seksslavinnen uit Tweede Wereldoorlog”.