"In XTC-zaak niet illegaal afgeluisterd'

DEN BOSCH, 23 JULI. De rechtbank in Den Bosch heeft vandaag het verweer van de Utrechtse advocaat mr. P.H. Doedens verworpen, dat in de zaak tegen de van handel in XTC verdachte A.J. V. door de politie illegaal is afgeluisterd. De rechtbank veroordeelde de 39-jarige V. tot zes jaar onvoorwaardelijke gevangenis en honderdduizend gulden boete.

V. zou de leiding hebben gehad van een bende die het verboden genotmiddel XTC produceerde en verhandelde. Begin februari werd circa dertig kilo van deze stof in een schuur van hem in Veldhoven aangetroffen. Volgens de officier van justitie mr. G. Regelink had de verdachte aan zijn handel één miljoen gulden verdiend.

De raadsman van de verdachte beschuldigde politie en PTT er onder meer van via een technische truc vanuit de telefooncentrale niet alleen telefoon- maar ook huiskamergesprekken in de woning van een medeverdachte te hebben afgeluisterd. De advocaat had de rechtbank verder om opheldering gevraagd over de omstandigheden waaronder zijn cliënt is aangehouden. Diens arrestatie volgde enige minuten na een gesprek met de advocaat vanuit een telefooncel. Volgens de advocaat omdat ook zijn telefoon werd afgeluisterd.

Getuigen van politie en PTT ontkenden de beschuldiging dat er illegaal was afgeluisterd. Naar hun zeggen waren de gesprekken hoorbaar omdat de hoorn niet goed op het afgetapte toestel was gelegd.

Doedens merkte op dat er steeds vaker strafzaken zijn waarin informatie wordt verkregen dankzij toevallig van de haak liggende hoorns. Vooral in grote drugzaken in het zuiden van het land. De rechtbank in Den Bosch verwierp de beschuldigingen van de advocaat, omdat deze “volstrekt niet aannemelijk zijn geworden”. Advocaat Doedens spreekt van “een juridisch misbaksel van de zuiverste soort”. Hij is onmiddellijk in beroep gegaan en heeft het hof verzocht deze zaak met voorrang te behandelen. Naar zijn stellige overtuiging is het onderzoek ter zitting niet volledig geweest.