Hulpgevers bijeen in Tirana; Westen belooft de Albanezen dagelijks brood

TIRANA, 23 JULI. Albanië zal ook de komende maanden kunnen rekenen op dagelijkse voedselhulp uit het Westen. Die garantie heeft de G-24, de groep van 24 rijkste industrielanden, de Albanezen gisteren gegeven op een speciale conferentie in Tirana over economische hulpverlening aan het armste land van Europa.

Albanië heeft de afgelopen anderhalf jaar 900 miljoen dollar hulp toegezegd gekregen en voor een belangrijk deel ook al ontvangen. Daarmee krijgt Albanië met 300 dollar per hoofd van de bevolking meer dan welk ander Oosteuropees land dan ook. Maar zoals de voorzitter van de G-24, Frans Andriessen, vice-voorzitter van de Europese Commissie, gisteren bij herhaling aanstipte, Albanië is dan ook “een apart geval”, gezien de verwoeste economie, de aard van de dictatuur in het verleden en het complete isolement van de afgelopen veertig jaar.

De economische situatie van Albanië is in de afgelopen twee jaar nog dramatisch verslechterd: de werkloosheid bedraagt 50 procent en loopt dit jaar naar verwachting op tot 70 procent. De landbouw- en industrieproduktie zijn vorig en dit jaar met telkens tientallen procenten gedaald en de Albanezen moeten zien rond te komen van een gemiddeld inkomen van 10 dollar per maand. De inflatie bedraagt 14 procent per maand en de totale export beloopt dit jaar naar schatting 75 miljoen dollar. Op veel van die exportprodukten wordt in het land van bestemming direct beslag gelegd door banken waarbij Albanië in het krijt staat, zodat het land zelfs die valuta-inkomsten misloopt. Zonder de duizend ton buitenlands voedsel, die elke dag onder supervisie van Italiaanse militairen in de haven van Durrès worden uitgeladen en verdeeld, zou Albanië het toneel van hongersnood zijn.

De G-24 heeft bij wijze van symbolische geste en als teken van solidariteit besloten zijn conferentie over de hulpverlening aan Albanië niet in Brussel, maar in Tirana te houden. Tweehonderd afgevaardigden van de 24 OESO-landen, de EG, het IMF, de Wereldbank en de EBRD (Oost-Europa Bank) zijn gisteren onder leiding van Frans Andriessen naar Tirana gekomen.

Het grootste deel van de G-24-hulp is besteed aan voedsel, waarbij de EG, en binnen de EG met name Italië, het voortouw heeft genomen. De Italianen geven bijna de helft van alle hulp van de G-24 aan Albanië. Het geld wordt behalve aan voedsel vooral besteed aan technische hulp bij privatisering, aan landbouwmachines en medicijnen.

De G-24 nam nog geen beslissing over de aanvulling die de EG wenst van het tekort op de Albanese betalingsbalans, dat 190 miljoen dollar bedraagt. De EG besloot vorige week al 45 miljoen dollar op het tekort aan te vullen. Een zelfde bedrag zal mogelijk in de eerste helft van volgend jaar worden betaald. De G-24 neemt binnenkort een besluit over het resterende bedrag van 100 miljoen dollar.

Onder de afgevaardigden in Tirana bestond overeenstemming over de consequenties van een tekort aan Westerse inspanningen. EG-commissaris Frans Andriessen: “Een mislukking van de hervormingen is ondenkbaar. Zoiets zou onvoorstelbare gevolgen hebben voor het land en zijn buren.” Een Albanese waarnemer vatte die gevolgen aldus samen: “Hongersnood en burgeroorlog.”