HET GELUK LIGT NIET VOOR HET GRIJPEN IN TATI-ACHTIGE KOMEDIE; In Parijs huilen de wolven

The Favour, the Watch and the Very Big Fish. Regie: Ben Lewin. Met: Bob Hoskins, Jeff Goldblum, Natasha Richardson, Michel Blanc. In Amsterdam, The Movies.

Wie zijn film The Favour, the Watch and the Very Big Fish noemt, neemt een risico. Hoewel niet zo puntig geformuleerd en minder suggestief, herinnert die titel aan de naam die Peter Greenaway zijn laatste film meegaf: The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover. Het mooie van Greenaways titel was, dat hij alleen maar omslachtig leek. In feite gaf hij precies de toon aan van de film die zich erachter verschuilde. Bovendien bleek dat hij daadwerkelijk, en veel exacter dan je verwachtte, de inhoud ervan definieerde. Uit The Favour, the Watch and the Very Big Fish beïnvloeden "de Gunst' en "het Horloge' het verloop van de film van die naam, al zijn ze op zijn zachtst gezegd arbitrair gekozen. "De hele grote vis' speelt geen rol van belang. Hij wordt gekocht, door een vleesmolen gehaald en als smurrie opgediend - drie momenten die samen zorgen voor een kolderiek maar weinig zeggend intermezzo. Daarna horen we nooit meer iets van het dier noch van zijn kolossale afmetingen. Voor zijn aanwezigheid in de titel geeft de film geen rechtvaardiging.

Of doet de titel meer denken aan A Fish Called Wanda? Op eenzelfde manier als die door John Cleese bedachte naam stapelt The Favour, the Watch and the Very Big Fish woorden op elkaar die elkaar eigenlijk niet verdragen, zo los is hun afzonderlijke portee. Maar hoe absurd A Fish Called Wanda ook klonk, wie de film van die naam zag, ondervond dat hij toch ergens voor stond. The Favour, the Watch and the Very Big Fish zijn bij de eerste aanblik een guitig kreupel trio en ze blijven dat ook, want de titel mist een dubbele bodem. De waarde blijft steken in het eerste, vervreemdende, effect.

Wat voor de titel geldt, gaat op voor de complete film die de Australische regisseur Ben Lewin (meestal de maker van drama-series en documentaires voor de Britse televisie) zo noemde. Lewin laat heel veel gebeuren, in nogal willekeurige volgorde en met nooit verantwoord wisselend accent. In een dubbele bodem die de boel bijeen zou kunnen houden werd niet voorzien. Zijn overbevolkte film trekt van minuut tot minuut onze aandacht met allerlei kleine en grotere grappen, in een in het hedendaagse Parijs gesitueerde wereld die even herkenbaar als krankjorum wordt gepresenteerd.

Lewin kent de waarde van het detail. De lokaties die hij in Parijs vond zijn alle te bezoeken en tegelijk adembenemend onwerkelijk. Pakt iemand een melkkannetje op, dan is dat een bol aardewerken nijlpaardje. Wordt er een modezaak betreden dan heet die "Adèle H', naar de lelijke dochter van Victor Hugo, wier leven werd verwerkt tot een Franse succesfilm. En buiten het moderne, huiveringwekkend staalblauw getoonzette café horen we een wolf huilen.

Elk incident, elk gegeven werkte Lewin optimaal uit, met de meest zeggende kleuren, de gepaste, net te nadrukkelijke belichting en precies de juiste schmiere van zijn acteurs. We gniffelen om de valse chic van een peperdure zaak in katholieke artikelen, gelegen in het hart van Parijs. We verkneukelen ons bij de foto-sessies waar populaire Bijbel-momenten in scène worden gezet om in de tienerkamer te concurreren met de posters van popsterren. We drijven geamuseerd mee met de waanzin van een restaurant-pianist (Jeff Goldblum, leuker dan ooit) die zich helemaal (en wel he-le-maal) aan zijn, door zijn baas toch als achtergrond bedoelde, muziek geeft om zijn hartstocht uit te drukken voor de serveerster, die op haar beurt te maken heeft met een uitzonderlijk geborneerd, jarig rijkelui's-dochtertje. We giechelen om de kook-"kunst' van een in snerpende kleuren geschetste, zure zuster. We krijgen een lichte slappe lach wanneer er plotseling een porno-film nagesynchroniseerd moet worden. En wie weet gieren we het zelfs even uit bij de taal en blikken van een ex-bajesklant en zijn vette lief. De hoofdpersoon van The Favour, een wereldvreemde goeierd die wordt gespeeld door de excellerende engelsman Bob Hoskins, is de verbindende schakel tussen al dit ongeregeld goed. Telkens weer reageert hij met een verbijsterde blik in zijn ronde oogjes, en telkens opnieuw doet zijn personage braaf wat het toeval nu weer van hem vraagt. Door die meegaandheid beleeft hij een rafelig avontuur, dat hem onder veel meer confronteert met de ster-allures van Christus (opnieuw Jeff Goldblum, met zalvende blik en in patserig zijden kostuum).

Wie achter al dat gegrap meer zoekt, komt bedrogen uit. Lewins geintjes hebben weliswaar het voorkomen of ze iets diepers pretenderen, maar doordenken leidt hier tot nergens. De enige wijsheid die komt bovendrijven is dat de waarheid zich als leugen kan voordoen, met als moraal dat geluk niet voor het grijpen ligt.

Wie echter warme gevoelens koestert voor komiek surrealisme dat in de verte doet denken aan de films van Jacques Tati en daarbij bereid is genoegen te nemen met een snoer van klaterende, grappige ideeën dat ten slotte uit zijn handen glipt en naar alle kanten uiteen spat, beleeft aan The Favour, the Watch and the Very Big Fish een inventieve, zuurzoete komedie.