"De dode is onze koning'

Zijn tombe blijft voorlopig nog leeg, het graf ongewijd. De herbegrafenis van de gewezen keizer van Ethiopië, Haile Selassie, de Leeuw van Juda, is op het laatste moment uitgesteld. Vandaag, precies honderd jaar na zijn geboorte, zouden zijn botten in processie van de Ba'ath-kerk in Addis Abeba naar de kelder van de door de Negus zelf gebouwde Selassie Kathedraal worden overgebracht.

De koptische priesters hadden alle voorbereidingen reeds getroffen. De stoffelijke resten van de 225ste Zoon van David en Salomon waren zorgvuldig geprepareerd in het mausoleum van Selassie's robuuste voorganger Menilek, de stichter van de natie die in 1896 de blanke koloniale wereld schokte door het modern uitgeruste Italiaanse leger bij Adoua in de pan te hakken. De keizerlijke regalia waren voor het eerst sinds de mysterieuze dood van Haile Selassie in 1975 weer tevoorschijn getoverd. En de kerken waren in orde gemaakt voor de ontvangst van honderden hooggeplaatste buitenlandse gasten.

Het initiatief voor de plechtigheid kwam van de organisatie "Moa Anbessa' (de Zegevierende Leeuw); een groepering van royalisten die ijvert voor het herstel van de constitutionele monarchie. In een vorige week verstuurd communiqué meldde de voorzitter, een zich "Doctor' noemende edelman genaamd Getachew Mekasha, dat de herbegrafenis van de keizer voorlopig van de baan is, omdat de regering van voorlopig president Meles Zenawi die als een "gewone privé-aangelegenheid' beschouwt. “De woorden van de Tigrijnse president weerspiegelen de klaarblijkelijke ongevoeligheid van de interimregering voor de gevoelens en verlangens van het volk”, aldus Mekasha. Maar in hoeverre kan hij namens het door rampspoed gemangelde Ethiopische volk spreken? Ethiopië bestaat niet uit één volk, er zijn er tientallen. Voor de meeste Oromo's, voor de boeren uit Wello, de moslims uit Awsa en de nomaden uit Bale staat de verheven Haile Selassie bovenal symbool voor een bittere periode van Amhaarse overheersing. Verderop in het communiqué blijkt wiens belangen de Moa Anbessa in ieder geval wel behartigt. “Het Ethiopische volk (lees: de Moa Anbessa) roept om de terugkeer van Atse Amha Selassie I. De huidige ontwikkelingen in Ethiopië maken de terugkeer van Zijne Majesteit des te dringender.”

Natuurlijk! Atse Amha Selassie is de enige nog levende zoon van de Negus, die in 1974 door een groep marxistische majoors en kolonels van zijn gouden troon is gestoten. Atse Amha, die toen nog Asfa Wossen heette, ontsprong tijdens de revolutie in tegenstelling tot vele andere aristocraten de dans dankzij een verblijf in een Europees kuuroord. In april 1989 heeft hij op verzoek van de Moa Anbessa de keizerlijke troon aanvaard en volgens imperiaal gebruik zijn naam veranderd. De officiële aankondiging was een potsierlijke vertoning. Wegens een metrostaking kwam er geen journalist opdagen in het Londense appartement waar de pretendent in een leunstoel gereed zat om zich tot de nieuwe vorst van Ethiopië uit te roepen. Toen hij het een maand later opnieuw probeerde, verliep die persconferentie door gebrek aan ervaring aan beide kanten bijzonder houterig.

De 76-jarige redder van de Selassiaanse dynastie had gehoopt zich vandaag in eigen land met gepast decorum tot de nieuwe Leeuw van Juda te kunnen laten kronen. De overgangsregering van Meles Zenawi was duidelijk in verlegenheid gebracht door de geplande plechtigheid, op Keizersdag nog wel. De herinvoering van die nationale feestdag in 1991, toen dictator Mengistu Haile Mariam naar zijn landgoed in Zimbabwe werd verdreven, was een poging van Zenawi om het desintegrerende Ethiopië cultureel bijeen te houden. Haile Selassie was blijkbaar acceptabel als symbool voor een Verenigd Ethiopië. De keizer is ongevaarlijk want hij is dood, moet Zenawi gedacht hebben. Dat was een vergissing. “De dode is onze koning. De levende is ook onze koning”, luidt een Ethiopisch gezegde. Royalisten gingen op zoek naar de resten van de keizer en vonden die op aanwijzing van medewerkers van het vorige regime onder het werkvertrek van Mengistu in het Jubelpaleis. De daaraan gekoppelde teraardebestelling van de Negus vormde voor de gevluchte adel een legitieme reden om naar Ethiopië terug te keren. Met de komst van Atse Amha Selassie zou de reünie van overgebleven aristocraten compleet zijn. Meles Zenawi kon hun de toegang tot het land niet ontzeggen. Ethiopië is nu immers een vrije republiek. Maar dat de vrucht van die vrijheid een reparatie van de monarchie moest zijn heeft nooit in zijn bedoeling gelegen.

De regering hield zich daarom opvallend afzijdig van de plechtigheid. Zij weigerde er een staatsceremonie van te maken en overal in het land de vlaggen halfstok te laten hangen, als teken van nationale rouw. Bovendien verzuimde Meles Zenawi in te gaan op het verzoek van de Zegevierende Leeuw om Majesteit Atse Amha Selassie I een "heldenwelkom' te bereiden, wat daar ook onder moge worden verstaan. En dat is dr. Mekasha en zijn partij in het verkeerde keelgat geschoten: “De uitlatingen van Meles Zenawi en zijn onwil om op nationaal niveau aan de herbegrafenis mee te werken ontberen alle traditionele Ethiopische hoffelijkheid, zowel voor de levende als voor de dode”, aldus de doctor.

Toch is het allerminst zeker of de 226ste nakomeling van Salomon en de koningin van Sheba wel echt een zoon van de 225ste is. Er bestaan geen fysieke overeenkomsten tussen beiden. De Negus was klein en fragiel van postuur, Atse Amha is groot en gezet, de kraag van zijn overhemd verdwijnt in de kwabben van zijn onderkin. Haile Selassie heeft het nooit goed met zijn oudste zoon kunnen vinden. Niet alleen omdat hij in 1960 een opstand heeft geleid tegen zijn vader, maar ook omdat de keizer vermoedde dat Asfa Wossen niet door hemzelf verwekt was. In 1916 hield zijn vrouw er namelijk een buitenechtelijke verhouding op na met Lij Iyasu, de latere monarch die Haile Selassie, destijds nog Ras Tafari geheten, uit de weg had moeten ruimen voor hij zelf in aanmerking kon komen voor het keizerschap. In zijn laatste levensjaar heeft de Leeuw van Juda geweigerd om zijn oudste zoon tot zijn opvolger te benoemen. Die eer viel te beurt aan zijn kleinzoon, Zara Yacob. Naar verluidt woont deze kleinzoon momenteel echter keurig netjes in hetzelfde hotel in Washington D.C. als Atse Amha, de majesteit in spe. De wil van de overledene ten spijt heeft de oudste zoon zijn troonstitel er blijkbaar toch weten door te drukken.

In Addis Abeba laten de rastafarians zich intussen niets gelegen liggen aan het uitstel van de herbegrafenis. Voor hen is Yanhoi (God) Ras Tafari nooit gestorven, geheel overeenkomstig zijn onzichtbare verscheiden in 1975. Zij vieren enkel zijn honderdste geboortedag, met een reggae-festival dat een hele week zal gaan duren.