De boeren hebben grond, verder niets

TIRANA, 23 JULI. “Het zal nog zeker twee tot vier jaar duren voordat Albanië, tot voor kort een exportland van voedsel, op het gebied van de voedselvoorziening weer op eigen benen kan staan.” Sali Berisha, 's lands eerste hartchirurg die in maart tot president van Albanië werd gekozen, windt er geen doekjes om. Natuurlijk, zegt hij, is de landverdeling grotendeels afgesloten en is 80 procent van het landbouwland onder nieuwe particuliere boeren verdeeld. “Maar die boeren hebben niets. Ze hebben geen kunstmest, geen machines, geen zaaigoed. Ze hebben geen transport. Zelfs als er in de bergen melk genoeg is, bereikt die melk de steden niet.”

De ontwikkeling van de landbouw, aldus Berisha, is 's lands eerste prioriteit. “Tweederde van de bevolking leeft op het land en leeft van de landbouw. Een jaar geleden heb ik tegen de boeren gezegd: jullie krijgen je land. Ze lachten me uit. Ze wisten niet eens of ze het zo graag wilden. Nu hebben ze het land en zijn ze tevreden. Belangrijker: de voedselproduktie stijgt weer, sinds twee maanden.”

Die verbetering draagt in hoge mate bij tot een nieuwe politieke en sociale stabiliteit, al is die nog verre van volledig, zo geeft Berisha toe. Het imago van Albanië in de wereld wordt nog steeds in hoge mate bepaald door de beelden van het schip dat een jaar geleden, tot de nok toe vol sjofele, wanhopige vluchtelingen, in Italië aankwam. Nog steeds heeft de Albanese regering problemen met vluchtelingen die massaal de benen nemen als ze daar kans toe zien. Twee weken geleden leverde de politie in Durrès weer slag met menigten die een schip wilden kapen en in dezelfde week werden in Griekenland 650 illegaal de grens overgekomen Albanezen aangehouden.

Berisha: “Voor ons staat één ding vast: Albanezen mogen nooit meer bootvluchtelingen zijn. Dat staat als een paal boven water. Dat is een rotsvast politiek besluit, en we zullen het uitvoeren, ongeacht de prijs. Maar het Westen moet de vluchtelingen ook zien te begrijpen: Europa was voor ons een halve eeuw een verboden paradijs. Elke Albanees weet dat hij in een nederig baantje in Italië in een halve dag evenveel of meer verdient dan hier in een maand.”

Daarom, zegt Berisha, heeft hij het Westen gevraagd meer Albanese gast- of seizoenarbeiders toe te laten. “Dat is voor ons van cruciaal belang, omdat het ons helpt bij ons werkloosheidsprobleem, omdat die gastarbeiders ervaring kunnen opdoen en omdat ze geld naar huis kunnen sturen.” Diverse landen, waaronder Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, hebben in eerste reactie positief op het verzoek van Berisha gereageerd. Volgens de president wordt in Tirana nu gedacht aan 25.000 tot 30.000 tijdelijke emigranten.