Boutros houdt zijn bedenkingen

Op het eerste gezicht heeft het veel weg van een schimmengevecht. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros Ghali, maakt ruzie met de Veiligheidsraad en met de Europese Gemeenschap over de uitvoeringsvoorwaarden van een wapenstilstand, waarvan het de vraag is of deze ooit werkelijkheid zal worden. De Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, reisde zelfs ijlings naar New York in een poging het geschil met Boutros Ghali bij te leggen.

Hoewel het vanmorgen in de omgeving van Sarajevo betrekkelijk rustig was, zijn er nog geen aanwijzingen dat het eind vorige week in Londen getekende akkoord tussen de strijdende partijen in Bosnië-Herzegovina meer waard is dan het papier waarop het geschreven is. De besprekingen tussen de Bosnische president, Izetbegovic, en zijn Kroatische ambtgenoot, Tudjman, over de mogelijkheid uiteindelijk te komen tot een gezamenlijk militair pact tegen de Servische agressie duiden er eerder op, dat ook de betrokkenen niet rekenen met een vreedzame regeling op korte termijn. Izetbegovic lijkt niet te verwachten dat de internationale bemoeienis van de Europese Gemeenschap of de Verenigde Naties op korte termijn tot succes leidt. In de confrontatie met de Serviërs wil hij de optie van steun van het leger van Kroatië openhouden.

De woede van Boutros Ghali heeft zowel praktische als principiële kanten. Momenteel zijn er al zo'n 16.000 VN-militairen in het vroegere Joegoslavië gelegerd, waarvan meer dan duizend in Sarajevo voor het garanderen van de aanvoer van humanitaire hulp. De secretaris-generaal verwacht zeker nog elfhonderd man extra nodig te hebben om uitvoering te geven aan de bepaling in het in Londen gesloten wapenstilstandsakkoord die voorziet in toezicht door de VN op de in te leveren zware wapens, zoals tanks, artillerie en mogelijk vliegtuigen. Boutros Ghali denkt zeker drie maanden nodig te hebben voor het opzetten van zo'n VN-eenheid. Bovendien verwacht hij niet dat de strijdende partijen zich aan het door EG-bemiddelaar Lord Carrington tot stand gebrachte en door de Veiligheidsraad gesanctioneerde akkoord zullen houden. Met andere woorden: voor Boutros Ghali is het allemaal verspilde moeite.

De secretaris-generaal heeft echter ook meer principiële bedenkingen. “Het is buitengewoon ongebruikelijk dat de Verenigde Naties wordt gevraagd te helpen bij de uitvoering van een politiek-militaire overeenkomst, terwijl de organisatie aan de besprekingen daarover geen deel heeft genomen”, schrijft Boutros Ghali.

Lord Carrington heeft olie op de golven proberen te gooien door herhaaldelijk te verklaren dat de vredesconferentie van de EG alleen maar een verzoek heeft willen doen aan de Verenigde Naties. Bovendien wees hij erop dat het verzoek niet van de EG kwam, maar van de strijdende partijen zelf, die onder zijn leiding in Londen tot een akkoord kwamen. Ook minister Hurd beklemtoonde de afgelopen nacht dat niemand vraagt dat de beoogde VN-operatie van vandaag op morgen wordt uitgevoerd. Zowel Carrington als Hurd heeft er verder de nadruk opgelegd dat er geen enkel bezwaar tegen is dat een vertegenwoordiger van de Verenigde Naties aanwezig is bij de ontmoetingen die Carrington met de vertegenwoordigers van de strijdende partijen heeft.

Maar voor Boutros Ghali is de kous daarmee niet af. Volgens hem moet er eerst duidelijkheid komen “met betrekking tot de rol van de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap bij de uitvoering van het in Londen gesloten akkoord.” Hij heeft kennelijk het gevoel dat de Europese Gemeenschap een akkoord tot stand heeft gebracht om vervolgens de rekening voor manschappen en materieel door te sluizen naar de Verenigde Naties. In het VN-handvest staat, aldus de secretaris-generaal, dat de eerste verantwoordelijkheid voor veiligheid bij de Veiligheidsraad ligt, die onder bepaalde omstandigheden bepaalde taken kan opdragen aan regionale organisaties. “Maar voor het omgekeerde is geen regeling voorzien”, zo voegt hij daaraan toe.

Een tweede principiële bedenking van Boutros Ghali is dat de wereld zo langzamerhand wel erg veel energie steekt in een kennelijk voorlopig onoplosbaar conflict, zodat weinig middelen en mankracht overblijven voor andere kwesties. In dat verband maakt de Egyptenaar Boutros Ghali, de eerste secretaris-generaal van het Afrikaanse continent, in zijn verklaring expliciet melding van de wanhopige situatie in Somalië. Minister Hurd gaf dit de afgelopen nacht ook impliciet toe door erop te wijzen dat Boutros Ghali tegenover hem niet gezegd had dat het per se onmogelijk was de VN het toezicht op de inlevering van de zware wapens te laten uitoefenen, maar dat hij zich zorgen maakte over een mogelijke onevenwichtigheid in VN-operaties in de wereld.

De Veiligheidsraad komt vandaag informeel bijeen om zich te beraden over de notitie van de secretaris-generaal. Sommige leden zouden overwegen die expliciet af te wijzen en nogmaals instemming te betuigen met het in Londen bereikte akkoord. Andere lidstaten zouden Boutros Ghali willen vragen zijn verklaring te herzien, zodat de Verenigde Naties alsnog de gevraagde operatie voor hun rekening kunnen nemen. Met de werkelijkheid van de oorlog in Joegoslavië lijkt het niet zoveel meer te maken te hebben.