Beloning voor vijftien jaar eigenzinnigheid; Nico Rienks kan in Barcelona unieke trilogie voltooien

ROTTERDAM, 23 JULI. De roeier Nico Rienks schreef al geschiedenis met het behalen van een olympisch kampioenschap in 1988 en een wereldtitel in 1991. Volgende week kan Rienks in Barcelona de trilogie voltooien met een olympische titel in de dubbel twee. Het zal de kroon zijn op vijftien jaar eigenzinnigheid, doorzettingsvermogen en trainingsdiscipline. “Het lijkt vaak of het allemaal zo mooi was”, zegt de dertig jaar oude roeier. “Maar ook ik heb het vaak weken moeilijk gehad om naar de Bosbaan te gaan voor de training.”

Rienks heeft zijn leven volledig afgestemd op de wedstrijdsport. “Ik woon niet voor mijn lol voor duizend gulden per maand in dat saaie Buitenveldert. Het is dicht bij de roeibaan en boven de supermarkt. Het hoort allemaal bij de planning.” Rienks werd geboren in Zwolle, op 1 februari 1962. Als scholier leek hij als lid van de regionale selectie voorbestemd voor het volleybal, maar het Zwarte Water voor roeivereniging De Zwolsche bleek een grotere aantrekkingskracht uit te oefenen. “Als je bedenkt hoe ongecompliceerd roeien vroeger was”, zegt Rienks met lichte melancholie. “Op je fietsje naar de training en als je een onbelangrijke wedstrijd als de Randstad-regatta won, kon je de hele nacht niet slapen. Eigenlijk niks minder leuk dan nu, ook al is brons op de Rotsee-regatta niet meer goed genoeg voor veel mensen. Je bent alleen nog maar met het roeien bezig, steeds prestatiegerichter, met weinig oog voor de leuke dingen. Een mooi trainingskamp was vroeger al genoeg. Nu pik je geroutineerd je olympische kleding op en denk je alleen nog aan de wedstrijd.”

In zijn streven naar de top is Rienks meedogenloos, voor zich zelf, maar ook voor anderen. In 1990, bij de wereldkampioenschappen in Tasmanië, strandde de legendarische samenwerking met de impulsieve Ronald Florijn met een nederlaag in de halve finale. Bij thuiskomst wierp Rienks zich op het afronden van zijn studie bewegingswetenschappen. “Ik schreef mijn scriptie in één ruk, zodat dat jaar ten minste niet voor niets was geweest.” Zijn keuze voor bewegingswetenschappen schrijft Rienks toe aan interesse in het menselijk lichaam, maar ook aan ambitie. “Ik had bijvoorbeeld kunstgeschiedenis kunnen gaan studeren, maar dan had ik in vijf jaar maar een gemiddeld niveau bereikt. In bewegingswetenschappen kon ik door mijn sport sneller een hoog niveau bereiken.”

Na de Spelen in Barcelona schakelt Rienks over naar een eigen bedrijf. Hij wil met een bevriende arts preventief geneeskundig advies gaan verlenen aan bedrijven. “De fax en de computer staan al klaar”, aldus Rienks. Ook in de boot is Rienks liefst eigen baas. Het tekent de relatie met zijn coach Geert Jan Beckeringh. Rienks plukte de kalme en bescheiden Beckeringh uit het jeugdroeien weg, op voorstel van zijn ploeggenoot Henk Jan Zwolle. Een dominante coach verdraagt de regerend olympisch- en wereldkampioen niet. Zelfs Beckeringh, die meer als begeleider dan als coach gezien wordt, kan soms rekenen op woedende repliek van Rienks uit de boot. Rienks: “Ik zou zelf moeite hebben dat van iemand te accepteren. Het is knap dat Geert Jan zo kan inleveren. Er zijn ook coaches die huilend weg fietsen.”

De verfijnde roeitechniek van Rienks is op natuurlijke wijze ontstaan, zo benadrukt hij. “Ik zoek zelf uit hoe ik harder kan roeien, op basis van wat ik voel in de boot, niet volgens een methode die een coach me oplegt.” Roeien is een kwestie van techniek voor Rienks, niet van pure kracht. “De laatste zes jaar heb ik geen krachttraining meer gedaan. Je moet je stijl aanpassen aan je lichaam, niet andersom. Misschien heb ik daarom niet vaak blessures. Ik ben niet voor het strand aan het trainen, maar voor het roeien zelf.”

“De meeste roeiers zien er niet uit aan de kant”, vindt Rienks. De Duitse wereldkampioen in de skiff, Thomas Lange, vindt hij “een echte stamper” met een massief lichaam. Christian Handle, de slagroeier van de Duitse dubbel twee en een belangrijk tegenstander in Barcelona, beschikt volgens Rienks zelfs over een “heel lelijk lichaam”. “En hij heeft ook een lelijke kop. Hij is trouwens heel aardig hoor. Nee, ik praat niet veel met hem. Ik ben niet iemand die een praatje gaat maken met iemand waarvan je net verloren hebt. Misschien wel als ik gewonnen heb, na de Spelen.”

Oprechte, ongecompliceerde belangstelling in zijn prestaties kan Rienks wel waarderen. “Maar wat me vaak bij mensen tegen staat is even komen vertellen wat er allemaal mis is met mijn roeien. Terwijl je zelf twee keer per dag aan het trainen bent! Laat ze dan maar eens zeggen wàt er niet goed is, maar dat kunnen ze niet. Een teken van zwakheid.” Ook de opstelling van de Commissie Toproeien (CTR), van de Nederlandse Roeibond, steekt Rienks. “Die CTR-mensen lopen met een boog om ons heen. Je hebt ze nodig in de organisatie natuurlijk. Ik denk dat ze voelen dat we ze niet echt serieus nemen. Een geïnteresseerd persoon als Helma Nepperus wel, maar hoe heet die voorzitter, Sipke Castelein, heb ik de afgelopen vier jaar niet gesproken. Alleen na de WK in Wenen waren er even felicitaties. De roeiers zijn de bond denk ik ontgroeid.”

Rienks' partner in de dubbel twee, Henk Jan Zwolle, heeft een nagenoeg identiek verleden. Ook hij groeide op op het Zwarte Water in Zwolle en ook hij studeerde bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit. Zwolle betitelt de samenwerking met Rienks als doelgericht, consequent, hecht en betrouwbaar. Zwolle is sterker en zwaarder dan Rienks, maar ook hij heeft een vloeiende roeitechniek. “Ik pas me wel iets meer aan in de boot dan Nico”, zegt Zwolle. “Omdat ik eigenwijzer ben”, vult Rienks aan. “Je slaat een bepaald pad in en daarin zijn weinig afwijkingen mogelijk. Wij veranderen nu niets meer aan ons roeien. Ook al gaat iets nu niet goed, dan nog moet je denken dat het wel goed gaat.”

Voor Zwolle was de samenwerking met Rienks een revelatie. Na een mislukt avontuur in de skiff bleek hij als een eeuwig talent de vergetelheid in te roeien. Verkrampt riep hij de hulp in van sportpsycholoog Peter Blitz. “Die vertelde me dingen waar Nico al jaren lang mee bezig was. Op het moment van de wedstrijd mag je niet meer twijfelen. Tijdens de wedstrijd dacht ik te veel en twijfel kost de meeste energie. Na het goud in Wenen kreeg ik een kaartje van Blitz. Hij had met tranen in zijn ogen naar de wedstrijd zitten kijken.”

Rienks: “Na de WK van vorig jaar zeiden we al dat onze samenwerking gelukt was. We zijn nu een stuk rustiger. Ik zou het echt niet erg vinden als we in Barcelona niet zouden winnen. Na de halve finales zullen we weten wat onze plek in het veld is. Die laatste week is heel spannend. Dat vind ik heerlijk, echt lekker.”