Verkoop van singles is sterk gedaald; Het einde van de traditionele hitparade is nabij

De traditionele hitparade, de ranglijst van meest verkochte grammofoonplaatjes, heeft volgens de muziekindustrie haar langste tijd gehad. Het wekelijkse overzicht dreigt te verdwijnen omdat de verkoop van singles “schrikbarend” daalt.

Het bestuur van de stichting Nationale Top Honderd moet zich dit najaar uitspreken over een voorstel tot aanpassing van de wekelijkse hitparade. De huidige lijst, gebaseerd op de verkoop van singles, is aan groeiende kritiek onderhevig. “Er worden in Nederland steeds minder singles verkocht,” zegt voorzitter Hein Endlich, “en als die tendens doorzet, moet je je afvragen of je nog langer kunt doorgaan met het samenstellen van een verkooplijst. Bij de onderste twintig, dertig platen in onze lijst zijn de verkoopverschillen nu al zo klein, dat ik niet meer mijn hand in het vuur durf te steken voor de juistheid van de rangorde.”

De single-markt is de afgelopen tien jaar meer dan gehalveerd. In 1981 werden in Nederland nog 12 miljoen singles verkocht, vorig jaar nog slechts 5 miljoen. De huidige omzet wordt verdeeld tussen de traditionele vinyl-singles, waarvan de verkoop tot onder een miljoen is gezakt, de single op audio-cassette en de cd-single waarop doorgaans vier nummers staan.

“Binnen de industrie wordt erg veel nagedacht over de vraag wat de beste vorm is voor de single,” aldus Paul Solleveld, adjunctdirecteur van de branche-vereniging NVPI. “We verrichten daar op dit moment een publieksonderzoek naar. De cd-single kost nu zo'n ƒ 14,95, terwijl de consument misschien liever een plaatje met twee nummers heeft, dat minder dan een tientje kost. Dat is allemaal nog onzeker. Het enige wat vaststaat, is dat de totale singles-markt qua omzet nog wel behoorlijk is, maar de afgelopen jaren schrikbarend is gedaald.” Een gouden plaat werd in de jaren zestig en zeventig uitgereikt voor 100.000 verkochte singles; nu geven 75.000 exemplaren al recht op zo'n onderscheiding.

De eerste hitparade uit de geschiedenis werd in 1937 samengesteld door een Amerikaans vakblad voor de platenindustrie. Willem van Kooten, destijds onder de naam Joost de Draayer werkzaam bij het zendschip Veronica, introduceerde in januari 1965 de eerste Nederlandse versie: de Top Veertig. Die eerste maand stond I feel fine van de Beatles op de eerste plaats. Hoewel de lijst in het begin nog onderhevig was aan de persoonlijke voorkeuren van de grondlegger, groeide de Top Veertig allengs uit tot een betrouwbare graadmeter. Enkele jaren later nam Buma/Stemra het initiatief tot een concurrerende lijst, de Nationale Top Honderd.

“We overwegen voortaan in ons onderzoek óók mee te tellen hoeveel cd-albums zijn gekocht door mensen, die eigenlijk alleen maar één bepaald nummer willen hebben,” zegt voorzitter Endlich. “Dat zou een overgangsmaatregel kunnen zijn, want het afschaffen van de singles-hitparade zal nog wel heel wat voeten in de aarde hebben. Maar ik ben ervan overtuigd, dat de singles-lijst uiteindelijk zal verdwijnen.”

Voor de platenindustrie is de single steeds meer een promotie-instrument voor gebruik op de radio en in discotheken geworden, waarmee de aandacht wordt gevestigd op een nieuw cd-album. In de Scandinavische landen en in Spanje en Italië zijn de hitparades al niet meer op verkoopcijfers gebaseerd, maar op onderzoek naar de populariteit. Ook in Nederland groeit het belang van de airplay list, die aangeeft hoe vaak een bepaald nummer op de radio is gedraaid.

Toch ziet Sieb Kroeske, directeur van de uit Veronica voortgekomen stichting Top Veertig, nog geen aanleiding tot aanpassingen: “De industrie laat zich te veel leiden door de cijfers. Ik vind dat we moeten vechten voor het voortbestaan van de hitparade in de huidige vorm, want er is nog steeds geen beter middel om een nieuwe artiest te laten doorbreken.”