Staatverlaters (2)

Wat de Amerikanen met Ross Perot is overkomen, kan iedere democratie in het oude Westen gebeuren. De Franse, de Duitse of de Nederlandse, ze hebben stuk voor stuk hun eigen tradities, er zijn grote verschillen in de wijze waarop ze van dag tot dag werken, maar als het proces op langere termijn stagneert in een zeurende crisis die af en toe een kwaadaardige uitbarsting veroorzaakt, groeit het algemeen verlangen naar een radicale oplossing. Dan is de grondslag gelegd voor een mogelijk conflict tussen imago en vakmanschap.

De democratieën van het oude Westen delen namelijk twee eigenschappen. Ten eerste zijn ze ingewikkeld, hun organisatie wordt in stand gehouden door een politiek en bestuurlijk gebureaucratiseerd apparaat, bemand door beroepskrachten. Ten tweede kunnen ze niet meer zonder de moderne publiciteit, die het formaat van de politici buiten proporties kan opblazen, niet naar believen en willekeur maar onder de voorwaarde dat de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. In een traag en ondoorzichtig werkende bureaucratie zijn de omstandigheden nooit volstrekt ongunstig. Er is altijd een mooie rol weggelegd voor iemand die, welbespraakt en bezeten door dadendrang, de indruk wekt dat hij een lang verwaarloosd varkentje in een oogwenk zal kunnen wassen.

Voor Ross Perot waren de omstandigheden vrijwel ideaal. Na de Golfoorlog had Bush een soort anti-wonder tot stand gebracht. Op het toppunt van zijn populariteit heeft hij niets gedaan om dat indrukwekkende politieke kapitaal uit te buiten. Binnen anderhalf jaar is dat kostbare imago verschrompeld. Dat hij zich dit heeft laten overkomen in het vooruitzicht op het verkiezingsjaar geeft over de toestand van de president, zijn fitheid en zijn oplettendheid te denken. Helemaal onbegrijpelijk is het dat zijn partij dat heeft laten gebeuren. In de voorverkiezingen waren de Republikeinen zo in verwarring dat ze zich door een ongeleid projectiel als Pat Buchanan nog even op sleeptouw hebben laten nemen.

In dezelfde periode zag het er bij de Democraten niet veel beter uit. Bill Clinton was het middelpunt van schandalen die allemaal twijfel deden onstaan aan zijn liefde voor de "family values', en afgezien daarvan was er nog geen aanwijzing dat hij het zou brengen tot het niveau waarop hij pas kort voor en op de Democratische Conventie is aangeland.

In de eerste helft van dit jaar waren in de Verenigde Staten de omstandigheden voor een man als Perot volmaakt. De miljardair die er zijn beroep van had gemaakt ieder varkentje dat zich aandiende op staande voet te wassen, een man die door zijn kapitaal had bewezen dat hij zijn vak door en door kende, en die zich daarbij direct en verstaanbaar uitdrukte: hij was degene op wie de Amerikanen hadden gewacht. Hij had zich niet laten overrompelen door de patriottische geestdrift van de Golfoorlog, maar was moedig tegen geweest en gebleven. Hij verklaarde waarom het belang van het land meer in Azië dan in Europa lag. Hij had geen goed woord voor de economische politiek - te ingewikkeld - of het minderhedenbeleid - gebrek aan moed. Alles moest anders en hij wist hoe. Terwijl Bush zich voor de camera vertoonde terwijl hij aan het vissen of golfen was, verscheen Perot op het vliegveld tussen zijn auto en zijn privé-jet, telefonerend over het landsbelang.

Nadat hij door een en ander zoveel publiciteit had veroorzaakt dat hij tot een politieke macht was gegroeid, is hij door de media ook als een politieke macht behandeld: onbarmhartig. Er werd nader onderzocht waaraan hij zijn succes had te danken en niet alles was om trots op te zijn. Men wilde meer weten over de manier waarop hij het land zou redden, maar als het aankwam op bijzonderheden liet hij verstek gaan. Naarmate hij verder in het politiek gewoel werd getrokken ging hij meer fouten maken, beleed zijn twijfel over homoseksuelen in zijn regering en sprak een vergadering van zwarte kiezers vaderlijk-beschermend toe. Om verdere rampen te voorkomen deed hij datgene wat hij tot groei van zijn populariteit in het openbaar altijd had verafschuwd: hij huurde beroepskrachten.

Die gaven hem de raad alles te doen wat een beroepspoliticus in deze tijd nu eenmaal moet doen. Daardoor kreeg hij ruzie. De beste nam ontslag. Intussen had op de Democratische Conventie het tweetal Clinton en Gore getoond dat ze in staat waren tot datgene wat Perot had gewild: het wekken van nieuwe geestdrift bij de kiezers. De luchtspiegeling van de amateur verdween. Door zijn abrupte afscheid werd hij voor de media tot wie hij van het begin af was geweest: een te veel belovend amateur die het niet kon bolwerken toen hij moest optornen tegen de echte vraagstukken; kortom een kwakzalver.

Dit maakt de korte politieke carrière van Perot zo de moeite waard. Hij heeft op zijn scherpst gedemonstreerd dat er in een moderne democratie altijd een conflict sluimert tussen imago en vakmanschap. Hij heeft, zonder er iets van te begrijpen, het risico genomen dat hij het systeem dat hij wilde bestrijden juist zou versterken. Door zijn opzienbarende aftocht heeft de amateur die vernieuwing op alle gebieden beloofde, het systeem op dit ogenblik in zijn duurzaamheid bevestigd en vervolgens op langere termijn verstevigd, want het zal na Perot voor de volgende wonderdoener veel moeilijker zijn een aanhang van miljoenen te kweken.

Toch is de verklaring waarmee hij zich uit de voeten heeft gemaakt geloofwaardiger dan het fundament van losse schroeven waarop hij is gestart. In de imago-democratie heeft de nieuwe populariteit van de Democraten hem niet alleen de persoonlijke moed ontnomen, maar ook de politieke energie van zijn beweging afgetapt. Niet alleen Perot heeft een vergissing gemaakt. Zijn aanhang, radeloos gemaakt door visieloze bureaucraten en als gevolg daarvan overmatig goedgelovig, heeft gedacht dat voor de vraagstukken van de moderne democratie nog eenvoudige oplossingen zijn. Perot en zijn beweging zijn de enige niet die op een koopje de staat hebben willen verlaten. Tot nu toe hebben ze wel het grootste voorbeeld van het fenomeen gegeven.

    • H.J.A. Hofland