Rennies voor Aids

Zondag jongstleden raakte ik, min of meer door toeval, op de Dam verzeild. Het was of ik in de tijd werd teruggeworpen, zo kleurrijk was het schouwspel.

Overal stonden gedekte tafels. Koks renden af en aan. Er was vuurwerk, er waren muzikanten, tussen de tafels door en langs de muren van het plein zag men podia, kramen en karretjes.

Het Paleis was behangen met guirlandes van druiven en bruidssuikers, de Bijenkorf was dichtgeplakt met pannekoeken en het Nationale Monument voor Oorlogsslachtoffers was omgebouwd tot leverworst.

Duizenden mensen zaten aan de tafels te eten. Het vet droop van hun gezichten. Het klinken van hun glazen en kruiken steeg boven het lawaai van de attracties uit.

Ik liep langzaam langs een van de tafels om de feestvreugde van nabij te bekijken. Het was een lange tafel met daarop wel duizend braadvarkens, vijfhonderd eiervlaaien en honderden manden wijn. Ik zag veel bekende televisie-gezichten. Aan het hoofd van de tafel zat de burgemeester van Amsterdam, de heer Van Thijn. Men liet zich brullend vollopen en veegde af en toe met zijn mouw de kin schoon.

Ik moest opzij springen, want er kwam een attractie aan.

Een groep van zo'n vijftig aidslijders voerde een dodendans op. Met grappige, afgemeten stappen en gerinkel van bellen. Ze hadden zich niet met pek en schoensmeer hoeven in te wrijven, ze waren al bijna zwart door natuurlijke verrotting. Ook ribben en een ruggegraat hadden ze niet op hun lijf hoeven te schilderen, die staken er vanzelf al uit.

De eters keken nauwelijks om naar het amusement dat hun werd geboden, zo druk waren ze met smullen en watertanden.

Ik liep naar een volgende tafel. Ze boog door onder de speklappen, gerookte palingen en bitterkoekjespudding. Alles in honderdtallen. Ook hier zag ik de nodige bekende gezichten. Zangeresjes, sportlieden, politici, weermannen en de burgemeester van Amsterdam, de heer Van Thijn. Maar het merendeel bestond hier uit buitenlanders. Het waren deelnemers aan een aidscongres die - waar zijn congressen in Amsterdam anders voor? - naar de nabijgelegen wallen waren geweest en hun hoeren naar de schranspartij hadden meegenomen. Ze gooiden de afgekloven botten in de decolletés van de dames, en waren ook anderszins uitgelaten. Blij, ongetwijfeld, dat ze hun steentje aan de uitbreiding van hun favoriete ziekte hadden mogen bijdragen.

Op een podium verderop stond een naakte en met lange oren uitgedoste aidslijder die ezeltje-strekje speelde. De eczeemschilfers sprongen in het rond. Voor honderd gulden per persoon mocht men hem de aars krabben met een mosselschelp. Maar er was weinig belangstelling, want hij liet alles lopen.

Er werd steeds meer eten aangedragen. Uit een overvliegende helikopter daalden duizenden als HIV-virussen gevormde ballonnen neer met een getal of een letter erop. Uit een luidspreker schalde de boodschap dat de eerste zes ballonnen die zouden worden ingeleverd bij de kraam van Joop van den Ende het winnende nummer zouden vormen van de Nationale Postcode Loterij. Even was er een gedraaf van jewelste.

Ik liep langs een waarzegster die à raison van vijftig gulden aanbood uit een kristallen bol iemands seropositieve toekomst te voorspellen, langs een koortje hologige Afrikanen dat met de laatste kracht die het uit de keel kon persen een melodieus, ietwat koortsig wijsje humde, langs een kraam waar gebruikte condooms van bekende Nederlanders werden geveild, tot ik opnieuw bij een tafel bleef stilstaan.

Torens met bloedworsten stonden daarop, schalen met duiven en kapoenen, vanillepuddingen met bessensaus. Aan het hoofd zat de burgemeester van Amsterdam, de heer Van Thijn, en hief de roemer. Wat waren er veel Van Thijns.

Er werd gedobbeld. Onder de tafel uit staken twee benen, breekbaar als vurehouten vliegerlatjes. Het waren de benen van een virusdrager, op zoek naar een gevallen dobbelsteen. Een magere hand verrees, met de dobbelsteen daarin geklemd. De spelers, hun wangen rood van de overheerlijke bessensap, wrongen de steen los en schopten de man terug onder tafel.

Waar vindt men nog zulke onbekommerde feesten!