Prelude op EMS-herschikking

AMSTERDAM, 22 JULI. Afgelopen donderdag hakte de Bundesbank de knoop door; om de forse geldgroei en daarmee de inflatie te beteugelen werd het disconto (de bodem van de geldmarkt) met 0,75 procentpunt verhoogd tot 8,75 procent. Het Lombardtarief (het plafond) liet de Bundesbank ongemoeid op 9,75 procent. De Nederlandsche Bank zag geen noodzaak de officiële tarieven in navolging van Duitsland te wijzigen, zij het dat met het oog op de positie van de gulden in het EMS de speciale beleningsrente met 0,2 procentpunt werd opgetrokken tot 9,5 procent.

Afgezien van deze rentesteun profiteerde de gulden eveneens van forse dollarinterventies. De appreciatie van de Amerikaanse munt ging namelijk vooral ten koste van de Duitse mark, zodat de gulden/markkoers iets verbeterde ten gunste van de gulden.

Terwijl DNB op eigen kompas voer, konden diverse andere Europese landen zich deze luxe niet permitteren. Italië is wat dit betreft het meest pregnante voorbeeld. De lire stond reeds dermate onder druk dat het niet volgen van de Bundesbank niet in overweging kon worden genomen. Zal de Duitse renteverhoging elders in Europa tot enig ongenoegen hebben geleid, voor Italië (de lire) kunnen de gevolgen verstrekkend zijn. Terwijl de economie zich op een laag groeipad beweegt, bedraagt de reële rente thans meer dan 7 procent (het disconto is thans 13,75 procent, terwijl de inflatie circa 6 procent bedraagt). Hierbij zij aangetekend dat het gigantische financieringstekort (meer dan 10 procent BNP) voor een belangrijk deel kort is gefinancierd. Het bezuinigingsplan van de nieuwe regering is hierdoor volkomen achterhaald, daar de rentestijging tot een sterke stijging van de uitgaven leidt. Dat de Italiaanse monetaire autoriteiten alles in het werk stellen om de lire te steunen, is enerzijds lovenswaardig doch anderzijds van realisme gespeend.

Het lijkt slechts een kwestie van tijd te zijn dat deze beleidslijn wordt verlaten en een devaluatie van de lire wordt doorgevoerd. Hierbij kan de vraag worden gesteld of de Bundesbank bewust op dit scenario (een EMS-herschikking) aanstuurt.

De gevolgen van de Duitse discontoverhoging voor ons land zijn betrekkelijk beperkt, daar de kracht van de gulden DNB de ruimte biedt een "eigen' beleid te voeren. Wel was er de afgelopen week (vanzelfsprekend) sprake van een oplopende rente, zowel op de kapitaalmarkt als op de geldmarkt. Voor driemaands interbancaire deposito's moest maandag 9,65 procent worden betaald, tegen 9,53 procent een week geleden. De daggeldrente daalde daarentegen, duidend op rustige geldmarktverhoudingen. Dit blijkt ook uit het feit dat het gezamenlijke bankwezen een besparing van 4 procentpunt op het contingent wist te realiseren. Maandag was 97 procent van de contingentsperiode voorbij en was 93 procent van het toelaatbare beroep verbruikt.

Bron: Economisch Bureau NMB Postbank Groep