Overheid neemt zorgen Shell-directie over plan-Pernis weg

ROTTERDAM, 22 JULI. De directie van Shell-Nederland kan opgelucht ademhalen: de belangrijkste zorgen van het concern in verband met een voorgenomen miljardeninvestering in de raffinaderij in Pernis worden door de overheid weggenomen.

De lobby van de energie-intensieve bedrijven tegen de milieuheffing op brandstoffen heeft gewerkt. Op 30 januari bezochten zeven ondernemers, waaronder de president-directeur van Shell-Nederland ir. Pieter van Duursen, premier Lubbers in het Torentje aan de Haagse Hofvijver. Ze drongen er sterk op aan de voorgenomen verhoging van de brandstoffenheffing in heroverweging te nemen.

Deze week stuurde het kabinet een wetsvoorstel tot wijziging van de WABM (Wet Algemene Bepalingen Milieuhygiëne) voor advies naar de Raad van State, waarin is voorgesteld de bestaande brandstoffenheffing die dit jaar werd verhoogd, met ingang van 1 januari te verdelen over drie nieuwe heffingen: een op grondwater, een op afvalstoffen en een op brandstoffen. Daardoor worden bedrijven als Shell met veel minder extra kosten opgezadeld dan in de aanvankelijke plannen van minister Alders (milieuhygiëne) de bedoeling was.

Alders' departement biedt de Shell-directie ook op andere belangrijke punten zekerheid in verband met de plannen voor Pernis. Beleidsambtenaar drs. Chris Dekkers zegt dat Vrom en de provincie Zuid-Holland de modernisering van Shell-Pernis uiterst belangrijk achten, zowel uit economisch- als uit milieu-oogpunt.

“Uiteraard zijn wij geïnteresseerd om dit soort investeringen gerealiseerd te krijgen en Shell, maar ook andere ondernemingen die met dergelijke projecten bezig zijn, de zekerheid te bieden waarom zij vragen”. Dekker reageert desgevraagd op een recente brief aan minister Alders van J. van der Veer, directeur van de raffinaderij in Pernis, die is afgedrukt in het personeelsblad Profiel van Shell-Nederland.

De brief is onlangs besproken in een eerste overleg tussen Shell, de provincie Zuid-Holland en Vrom over de randvoorwaarden die Shell stelt voor de modernisering van Pernis. In dat overleg is afgesproken dat er binnen enkele maanden een "Plan van aanpak' komt waarin de uitgangspunten voor de verlening van vergunningen voor een vernieuwde raffinaderij worden vastgelegd.

Het gaat om een ingrijpende modernisering van een van de grootste raffinaderijen ter wereld, met een verwerkingscapaciteit van 350.000 vaten ruwe olie (van 159 liter) per dag. Als die modernisering klaar is, kan "Pernis' voldoen aan de stijgende vraag naar schonere brandstoffen en aan de strengere milieu-eisen die de overheid stelt aan het produktieproces. In het jaar 2000 wil Vrom bijvoorbeeld de emissie van zwavel door raffinaderijen verminderd zien tot 1000 milligram per kubieke meter rookgas die uit de schoorsteen komt. Bij Shell-Pernis is dat cijfer nu nog 1.700 milligram. Maar ook moeten de geproduceerde brandstoffen moeten een stuk schoner worden, zodat het motorverkeer, de industrie en de elektriciteitscentrales die ze opstoken, straks minder gaan vervuilen.

De Shell-directie voorziet dat de modernisering van de raffinaderij de komende 5 jaar zo'n drie miljard gulden aan investeringen zal vergen. Maar eer een positief besluit over het plan kan worden genomen, dat vervolgens ter goedkeuring aan de aandeelhouders moet worden voorgelegd, wil de directie dat er vier "zorgen' worden weggenomen. De eerste zorg die Pernis-directeur Van der Veer in zijn brief noemde, betreft “mogelijke eisen aan de grondstoffen”. Van der Veer vreest dat de overheid zal eisen dat zijn raffinaderij lichte, zwavelarme ruwe olie inkoopt als brandstof, die aanmerkelijk duurder is dan "hoogzwavelige olie' die Shell gewend is te gebruiken.

Maar ambtenaar Dekkers ziet hier “geen enkel probleem, als Shell kan waarmaken dat aan de emissie-doelstellingen van het Nationaal Milieu beleids Plan-plus wordt voldaan”. “Dan hoef je geen nadere eisen aan de grondstoffen te stellen”, legt Dekkers uit. “Want de Shell-raffinaderij is juist gebouwd op het verwerken van zware ruwe olie met een hoog zwavelgehalte. Gezien het belang van olie voor de energievoorziening is onze keuze dat die olie beter verwerkt kan worden in een installatie die daarvoor is toegerust. Daarmee wordt het gunstigste milieu-effect bereikt.” Vrom wil voorkomen dat de zware oliestroom wordt verlegd naar andere Europese raffinaderijen die deze minder goed kunnen verwerken en daarbij dus meer vervuiling zouden produceren.

Een andere zorg van Shell betreft de CO2-uitstoot van de raffinaderij. Nederland wil zijn bijdrage leveren aan een stabilisatie, of liever nog vermindering van de emissies van kooldioxyde. Shell redeneert: het produceren van schonere brandstoffen kost meer energie waardoor meer CO2 ontstaat. Dat extra deel zou buiten de volumevermindering moeten blijven. Het CO2-beleid zou zich in de eerste plaats moeten richten op doelmatig gebruik van energie en niet op het totale energie-verbruik.

Ook wat dit betreft spreekt Dekkers van Vrom het bevrijdende woord: “Bij de CO2-emissies praat je over een mondiaal probleem. Het zou dwaas zijn de extra CO2 die ontstaat doordat je uit zware olie meer schone brandstoffen maakt, te verbieden, want dan wordt die olie elders verwerkt, waar de eisen minder streng zijn. Dat wil niet zeggen dat er over de CO2-emissies van raffinaderijne het laatste woord is gezegd, want het overleg moet nog beginnen. Maar het niet zo dat dit de realisering van een zo belangrijk project als de vernieuwing van Pernis moet bemoeilijken. Het milieubelang van deze investering is evident. Zij is erop gericht meer hoogwaardige en minder milieubelastende brandstoffen te maken. Behalve CO2 en zwavel gaat het ook om een vermindering van NOx-emissies (stikstofoxyde) en de stof-uitworp, en er komt nog een stukje sanering van oude installaties en van bodem- en watervervuiling bij”, aldus Dekkers.

Een andere zorg van Shell betreft nog de mogelijkheid dat nieuwe vergunningen voor Pernis tussentijds kunnen worden aangescherpt. Volgens Vrom is er in het geval van Shell geen reden is voor die vrees. “Alleen in enkele situaties kan dat gebeuren, bijvoorbeeld als zich een nieuw milieuprobleem voordoet. Zoals destijds, toen we plotseling met de giftige stof dioxine te maken kregen”, aldus een woordvoerder.